Elvje

Gebruikersnaam Elvje

Teksten

Zwijgen

‘Zwijgen!’ brulde hij in haar gezicht. ‘Zwijgen, godverdomme!’ herhaalde hij, omdat het gewenste effect uitbleef. Ze bleef jammeren, zoals een vrouw jammerde als ze haar lot somber in ziet. Uit pure frustratie haalde hij naar haar uit met zijn wapen. De kolf raakte haar vol in het gezicht, waardoor het gejammer alleen maar erger werd. Om niet nog meer zelfbeheersing te verliezen, nam hij enige afstand van haar in de hoop dat het gejammer minder hinderlijk voor hem werd. Waarom hadden ze hem geen oordopjes geadviseerd bij deze hondenjob? Hij wist niet eens wat deze vrouw misdaan had of moest hij juist afvragen wat haar man uitgespookt had. Hij kon zich niet voorstellen dat zij problemen had opgelopen met de verkeerde mannen, met zijn opdrachtgevers. En blijkbaar gaf haar man zo weinig om zijn vrouw, dat hij haar liet zitten. Zat hij misschien ergens te wachten op haar dood, zodat hij haar kon begraven? Hij kon dat zich moeilijk voorstellen, omdat de vrouw in zijn ogen er toch best aantrekkelijk uit zag. Tenminste, als je de opgelopen verwondingen weg dacht. Gefrustreerd ijsbeerde hij door de ruimte heen. Waarom hoorde hij al dagen niets van zijn opdrachtgevers? Ze lieten hem toch niet gewoon zitten met die vrouw? In zijn ogen kon ze prima alleen achter blijven in deze loods. Het lag op een verlaten plek en het was goed af te sluiten, als ze al los kwam natuurlijk. Hij had een paar dagen terug geen risico’s genomen en haar enkels en polsen stevig vastgebonden met touw. Om het smekende ‘laat mij gaan’ te bestrijden, had hij haar mond afgeplakt met tape. Erg veel was hij er niet op vooruit gegaan, aangezien hij er gejammer voor terug had gekregen. Hij bedacht ineens dat een shot nicotine hem wel eens rustiger kon maken, of juist niet, maar dat risico nam hij er nu maar even bij. Veel erger kon het toch niet worden, omdat hij nu al het gevoel had dat hij zichzelf nauwelijks kon beheersen. Hij deed de deur van de loods van het slot en ging naar buiten om zijn sigaret op te steken. Urenlang had iemand op deze actie zitten wachten. Nog voordat hij besefte dat hij niet alleen was, boorde een kogel een weg door zijn schedel. Met een plof viel hij op de grond, waar al snel het leven uit hem verdween. De onbekende belager haastte zich naar binnen, naar de vrouw die inmiddels niet meer jammerde, maar uit pure angst ineengedoken zat te beven. ‘Liefste,’ zei de onbekende om haar aandacht te vragen. ‘Liefste, het is voorbij.’ Twee angstige ogen keken hem aan. Hij streelde zachtjes door haar haren en verloste haar dan van de touwen. ‘Hij zal je niets meer doen. Het is voorbij.’ Haar ogen zochten een bevestiging en met een voorzichtig glimlachje knikte hij. ‘We gaan naar huis.’ Het is hij, die nu voor altijd zal zwijgen.

Elvje
0 0

Schat

‘Mama!’ riep haar zoontje. Ze keek vertederd naar hem, terwijl ze haar handen aan een beker koffie probeerde op te warmen. Het was dan wel maart, maar het was nog altijd ijzig koud. Terwijl ze zelf van een welverdiende pauze genoot, ging haar zoontje onvermoeibaar verder. Ze twijfelde er niet aan dat hij vannacht weer als een prins ging kunnen slapen. ‘Mama!’ hoorde ze opnieuw, omdat ze niet direct opgesprongen was. ‘Mama, een schat!’ klonk het opgewonden. Geprikkeld door zijn woorden, had ze haar beker koffie op de buitentafel gezet en was ze naar hem toegegaan. Vol verbazing keek ze naar het gat dat door haar Bram gegraven was. Er was wel degelijk een stuk hout te zien, maar het was natuurlijk nog de vraag of er meer was dan alleen een verdwaalde plank. Aangestoken door het enthousiasme van haar zoontje hielp ze met graven. Wie weet wat ze zouden vinden! Na een halfuur intensief graven, hadden ze toch een kist van een behoorlijke omvang bloot gelegd. Aanvankelijk had ze niet in een schat geloofd, maar inmiddels was ze toch wel behoorlijk nieuwsgierig naar de inhoud er van. Even was er een lugubere gedachten door haar hoofd gegaan, maar de kist had gelukkig niet de juiste formaten. Misschien had ze wel teveel Amerikaanse misdaadseries gekeken? Nadat ze een breekijzer uit de schuur had gehaald, begon ze de deksel los te wrikken. De planken waren alleen niet van plan om zich zo snel gewonnen te geven. Terwijl ze even langs haar voorhoofd wreef om beginnende zweetdruppeltjes te bestrijden, zag ze hoe haar zoontje opgewonden langs de kuil heen en weer stuiterde. Wat hem betrof, kon het niet snel genoeg gaan. Hij wilde zijn schat zo snel mogelijk in zijn handen nemen. Vrijwel gelijktijdig met het breken van de houten deksel slaakte ze een luide gil. Uit een reflex nam ze Bram vast en ze drukte zijn gezicht tegen zich aan, in de hoop dat hij de inhoud van de kist niet zou zien. Haar lugubere gedachten bleken juist te zijn. Een skelet, er lag gewoon een lijk in haar tuin begraven! Het idee alleen al maakte haar ontzettend misselijk. Wie deed nu zoiets? Ze moest de politie bellen! Ze had binnen op de politie zitten wachten en voor ze het wist liepen er allerlei mannen en vrouwen haar huis in en uit. Gewone politiemannen, recherche, justitie en dan had je nog die mannen in de witte stofjassen. De verklaring van de politie was vrij eenvoudig geweest: ze hadden altijd geweten dat de vorige bewoner iets te maken had met de verdwijning van de buurvrouw, maar ze hadden het alleen nooit kunnen bewijzen. Geen schat voor hen, maar een levenslange nachtmerrie.

Elvje
0 0

Verloren

‘Nee!’ schreeuwde ze vanuit het diepst van haar ziel. Ze voelde hoe hij zijn laatste adem uitblies en hoe de kracht uit zijn hand verdween, die ze urenlang trouw had vastgehouden. Geen seconde was ze nog van zijn zijde geweken. Hij mocht niet weggaan. Hij mocht niet uit haar leven verdwijnen. Wat was ze zonder hem? Helemaal niets, zo voelde dat. De machine liet een vervelende pieptoon horen. Een bevestiging van het einde van hun maandenlange strijd. Een oneerlijke strijd. Een strijd die ze hoe dan ook ooit zouden verliezen. De tranen kwamen, terwijl ze naar het gezicht van haar vechter keek. Al die maanden had hij zich heel moedig en sterk gehouden. Ondanks dat hij wist dat hij ging verliezen, had hij weerstand geboden tot de laatste seconde. Zo was hij. Daar was de onvermijdelijke verleden tijd. Vanaf nu was hij een onderdeel van het verleden. Een stuk leven dat was en niet meer zal zijn. Hij kwam nooit meer terug. Vanaf nu moest ze alleen verder door het leven, zonder zijn beschermende armen om haar heen. Ze waren slechts vier maanden getrouwd toen ze het onuitspreekbare woord als diagnose te horen kregen. Ze voelde een hand op haar schouder en het kostte haar moeite om haar blik van hem los te maken. Een verpleegkundige deed haar best om een gepaste blik op te zetten, een blik die ze op deze afdeling natuurlijk veel vaker moest gebruiken. Hier wonnen of verloren de mensen hun strijd. Een groter contrast was niet mogelijk. Het monotone gepiep hield op en zijn ogen werden voorzichtig gesloten. De eindeloze blik verhuld. Respectvol werd hij losgekoppeld van de machines die de tekenen van leven geregistreerd hadden en die hem hadden geholpen bij de genadeslag. De hulp was minimaal geweest, dat was zijn enige wens. Hij wilde geen ondraaglijke pijnen doorstaan en op een waardige manier verliezen. Hem kregen ze niet klein, zo had hij altijd in elkaar gestoken. ‘Kom,’ werd er uitnodigend gezegd. Ze wist niet hoelang ze nog bij hem had gezeten, maar nu was het blijkbaar tijd om te gaan. Het echte afscheid nemen. Vanaf hier moest ze hem echt laten gaan. Ze stond op, maar ze voelde hoe haar knieën moeite hadden met haar gewicht. Ze ging niet zonder hem kunnen. Ze hield zielsveel van hem. Een zachte hand begeleidde haar subtiel de kamer uit. Weg van hem. Een onzichtbare lijn met hem die verbroken werd. Ze kon dit niet. Het was alsof een stuk van haar hart vernietigd werd. ‘Nee!’ schreeuwde ze. ‘Nee!’ Het klonk hartverscheurend. Ze stortte op haar knieën neer en gaf zich over aan de onophoudelijke stroom van tranen. Zo sterk als hem was ze niet.

Elvje
0 0