Zwijgen

Elvje
31 okt 2013 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

‘Zwijgen!’ brulde hij in haar gezicht. ‘Zwijgen, godverdomme!’ herhaalde hij, omdat het gewenste effect uitbleef. Ze bleef jammeren, zoals een vrouw jammerde als ze haar lot somber in ziet. Uit pure frustratie haalde hij naar haar uit met zijn wapen. De kolf raakte haar vol in het gezicht, waardoor het gejammer alleen maar erger werd. Om niet nog meer zelfbeheersing te verliezen, nam hij enige afstand van haar in de hoop dat het gejammer minder hinderlijk voor hem werd. Waarom hadden ze hem geen oordopjes geadviseerd bij deze hondenjob?

Hij wist niet eens wat deze vrouw misdaan had of moest hij juist afvragen wat haar man uitgespookt had. Hij kon zich niet voorstellen dat zij problemen had opgelopen met de verkeerde mannen, met zijn opdrachtgevers. En blijkbaar gaf haar man zo weinig om zijn vrouw, dat hij haar liet zitten. Zat hij misschien ergens te wachten op haar dood, zodat hij haar kon begraven? Hij kon dat zich moeilijk voorstellen, omdat de vrouw in zijn ogen er toch best aantrekkelijk uit zag. Tenminste, als je de opgelopen verwondingen weg dacht.

Gefrustreerd ijsbeerde hij door de ruimte heen. Waarom hoorde hij al dagen niets van zijn opdrachtgevers? Ze lieten hem toch niet gewoon zitten met die vrouw? In zijn ogen kon ze prima alleen achter blijven in deze loods. Het lag op een verlaten plek en het was goed af te sluiten, als ze al los kwam natuurlijk. Hij had een paar dagen terug geen risico’s genomen en haar enkels en polsen stevig vastgebonden met touw. Om het smekende ‘laat mij gaan’ te bestrijden, had hij haar mond afgeplakt met tape. Erg veel was hij er niet op vooruit gegaan, aangezien hij er gejammer voor terug had gekregen.

Hij bedacht ineens dat een shot nicotine hem wel eens rustiger kon maken, of juist niet, maar dat risico nam hij er nu maar even bij. Veel erger kon het toch niet worden, omdat hij nu al het gevoel had dat hij zichzelf nauwelijks kon beheersen. Hij deed de deur van de loods van het slot en ging naar buiten om zijn sigaret op te steken. Urenlang had iemand op deze actie zitten wachten. Nog voordat hij besefte dat hij niet alleen was, boorde een kogel een weg door zijn schedel. Met een plof viel hij op de grond, waar al snel het leven uit hem verdween.

De onbekende belager haastte zich naar binnen, naar de vrouw die inmiddels niet meer jammerde, maar uit pure angst ineengedoken zat te beven. ‘Liefste,’ zei de onbekende om haar aandacht te vragen. ‘Liefste, het is voorbij.’ Twee angstige ogen keken hem aan. Hij streelde zachtjes door haar haren en verloste haar dan van de touwen. ‘Hij zal je niets meer doen. Het is voorbij.’ Haar ogen zochten een bevestiging en met een voorzichtig glimlachje knikte hij. ‘We gaan naar huis.’

Het is hij, die nu voor altijd zal zwijgen.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

Elvje
31 okt 2013 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket