Frank Van Damme

Gebruikersnaam Frank Van Damme

Teksten

Slecht nieuws voor onze luchtwegen

Geachte heer Van Hooren   Ik schrijf u deze brief om u te waarschuwen. Er dwaalt een sluipmoordenaar rond in Mollegem die het ook op u gemunt heeft. Nu. Terwijl u dit leest.   “Dat zal wel”, hoor ik u denken. En het klopt. U hoeft niet meteen in paniek naar de politie te bellen. Maar u moet zich wel zorgen maken.   We stevenen immers af op een sterke verslechtering van onze luchtkwaliteit. Het fijn stof in onze lucht, de sluipmoordenaar waarmee ik begon, neemt onrustbarend toe omdat er alsmaar meer auto’s in onze gemeente rondrijden. Het weer dat we de volgende weken verwachten, zal ook veel ozon vasthouden in de onderste luchtlagen. Dat is allemaal heel slecht nieuws voor onze luchtwegen.   U verwacht natuurlijk dat ik daar, als burgemeester, iets aan doe. U heeft volkomen gelijk maar ik kan dat niet alleen. Ik heb uw hulp nodig en die van alle Mollegemnaars.   Hoe u kunt helpen? Wel, ik vraag u uw auto de volgende twee maanden zoveel mogelijk aan de kant te laten staan. Ik verwacht ook een inspanning van de bedrijven rond Mollegem. Ik heb alle bedrijfsleiders aangespoord hun vrachtwagenverkeer te beperken.   Ik hoop dat mijn vraag gehoor vindt. Het is immers fijner om op vrijwillige basis resultaten te boeken dan via wetten en geboden.   Heeft u nog vragen of bezorgdheden? Contacteer dan Piet Walraevens. Hij leidt de cel ‘gezonde longen’ die we voor deze actie binnen onze gemeenteadministratie hebben opgericht. U kunt hem telefoneren (016 00 70 07) of e-mailen (piet@mollegem.be).   Ik reken op u.   Hoogachtend     Willem Korstjens burgemeester

Frank Van Damme
1 0

Mijn winkeltje

Mijn winkeltje ligt net buiten de hoofdstraten van Edegem. Met maar één kleine vitrine, gevat in een groen raamkader, oogt het heel wat minder opvallend dan ‘De Tuin van Eden’ aan de overkant. Een bloemenwinkel die uitgesmeerd is over wel vier raampartijen. Hij heeft zijn naam niet gestolen, weet ik.   Ik kom wel vaker in mijn winkeltje. Hoewel. Vaak is misschien wat overdreven. Ik druppel ik er af en toe binnen. Telkens zit er iemand anders aan de kassa vooraan. Vrijwilligers vermoed ik. Ze schenken je altijd hun breedste, gemeende glimlach. Vandaag is het een jonge vrouw, mollig, blond. Dertig schat ik. Haar felblauw ensemble vrolijkt het donkere, bruinzwarte interieur op. Ze is op een wat zenuwachtige manier in de weer met haar kassa die duidelijk niet doet wat zij wil. Maar kijk, daar is die glimlach weer.   Ook al is het smal, het winkeltje loopt best wel diep door. Een echte pijpenla. Het daglicht haalt amper de kassa. Daar nemen de spots het over. Ze doen hun werk onopvallend en effectief. De producten in de rekken tegen de muren komen goed tot hun recht en dat verdienen ze. Ze komen uit de armste delen van onze wereld. Variatie troef. Verzorgingsproducten, kaarsen, koffie en thee, lederwaren, mandjes, allerlei hebbedingen,…   Terwijl ik achteraan in het boekenaanbod snuffel, geeft de blauw-blonde dame vooraan uitleg over het assortiment wijnen. “Ik drink zelf geen wijn”, hoor ik haar zeggen. “Maar met deze Chileense shiraz kunt u gewoon niets fout doen.” De vastberaden toon van haar advies maakt weinig indruk op een wat oudere vrouw die ik nu pas opmerk. Ze heeft in elke hand een fles rode wijn en fronst de wenkbrauwen. Ze denkt allicht wat ik denk: “Als dat maar goed afloopt.”

Frank Van Damme
1 0

VELTwerk

Ik mag de jongste tijd heel wat boeiende mensen interviewen. Wat hen verbindt is de transitie naar een duurzamere samenleving. Hoe goed ze in alle betekenissen van het woord ook zijn, toch moet je altijd kritisch blijven nadenken.   Zo belde ik onlangs aan bij VELT, de Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren. De onpersoonlijke kantoorgebouwgevel aan de Antwerpse Singel laat niet vermoeden dat hier een organisatie huist die al veertig jaar ‘eco-actief’ is. De ‘eco-nonactieve’ planten op elke overloop al evenmin. Maar drie verdiepingen hoger merk je dat schijn bedriegt.   14.500 leden, 1.000 vrijwilligers, 120 lokale afdelingen, 100 professionele lesgevers en 2.000 opleidingen per jaar. Het zijn enkele van de middelen die VELT inzet om, in essentie, mensen te doen nadenken over wat ze eten. Het trekt tomeloos ten strijde tegen de boerenbonden en de voedsellobbby's van deze wereld. Tegen het beleid dat té weinig doet tegen bodemerosie en overbemesting, dat bio-landbouw niet genoeg steunt en té goede vriendjes is met de vleesindustrie.   In tegenstelling tot Don Quichote, boekt VELT wel resultaten. Het ligt aan de basis van het biogarantielabel en stichtte het Bioforum. Het zorgde ook mee voor het verbod op pesticides. Zag u de nieuwe gemeentelijke groendienstman al aan het werk? Sproeien hoort er niet meer bij. Hij beschouwt het onkruid tussen de straatstenen als zijn BBQ. Branden zal het!   Alle lof dus voor VELT. Maar toen kwam die kromme beeldspraak. "Het voedselaanbod moet je vergelijken met een zeilboot.', kreeg ik te horen. "Het deel dat onder water zit, stelt smakeloos, reukloos, zelfs wetteloos voedsel voor. Dat moeten we kwijt. De romp staat voor de simpele basisproducten waar niets mis mee is. Maar het zeil! Daar zit het bio-, lokaal geproduceerde, smaakvolle en gezonde eten! Daar moeten we alle mensen naar laten opstijgen."   Ik heb nog altijd dat onbehaaglijk gevoel. De kiel van een zeilboot houdt de boel nu net overeind, me dunkt. Waarom zou je die kwijt willen? En mensen in het getouw doen klimmen om daar kwaliteitsvoller, gezonder eten te vinden? Ik ken er veel die nog eerder elke dag een kleintje met mayonaise en veel zout zouden eten. Sterven doe je toch; dan liever niet van hoogtevrees.   Nee, het voedselaanbod heeft evenveel met een zeilboot te maken als goed voetbal met FC Zeveneken.   Maar wie 'a' zegt, moet op zoek naar 'b'. Ideeën iemand?

Frank Van Damme
1 0