Guy Bourgeois

Gebruikersnaam Guy Bourgeois

Teksten

Liefde anno 2017

De bioloog ziet seksuele aantrekkingskracht en voortplanting. De neuroloog ziet wolkjes van dopamine en serotonine door onze hersenen stuiven. De socioloog ziet hechtingsdrang en veiligheid. De psycholoog ziet helemaal niks en vertelt dan maar wat de bioloog, neuroloog en socioloog ziet. En wij, die verliefd zijn? Wij zien alleen onze geliefde. Alsof ons hart gemend door duizenden paarden tegen een rotsnelheid over de steppe dondert.Is het een enge ziekte? Een warme gloed? Een diepgewortelde vrede met het bestaan? Of gewoon een stressfractuurtje in het hart? Al sla je me liefdevol dood, ik heb er het raden naar. Liefde is waarschijnlijk de zekerheid dat er dan toch één iemand op de wereld is die ons begrijpt. Of tenminste doet alsof.Er was eens ...“Liefde kent geen gradaties. Je kan niet veel of weinig van iemand houden. Je houdt van iemand of niet, zo simpel is het”, zei een ex ooit. “Wanneer je zulke slimme dingen zegt, hou ik nog meer van je”, antwoordde ik. (Maar ze lachte niet.) Vele jaren later kwam de dag waarop ze vroeg: “Hou je nog van me?” “Soms” antwoordde ik, met haar ondeelbare definitie van liefde in gedachten. Ik zag haar hartje in elkaar krimpen en hoorde wat ons nog restte van de liefde piepend door de lucht suizen. Natuurlijk hield ik nog van haar. Maar ik zag ook wel hoe ongelukkig ze was, en ik wist hoegenaamd niet langer wat ze nu eigenlijk van me verwachtte. Haar twijfelende liefde vakkundig de wereld uit helpen, leek me de grootst mogelijke daad van liefde die ik op dat moment kon stellen.Gelukkig zijnLiefde is een gevoel dat we graag idealiseren: de alles overwinnende kracht die het beste in ons naar boven haalt. De liefde als dubbelslag bovendien: we willen de ander gelukkig maken en als we daarin slagen, worden we er zowaar zelf gelukkig van. De koffie smaakt sterker, de lucht kleurt blauwer, de innerlijke soundtrack klinkt melodieuzer. Zwanger van liefde staan onze zintuigen op scherp en ervaren we alles als een ontdekking. We hebben fantastische seks, beramen de wildste plannen en overbruggen alle fysieke en mentale begrenzingen. Liefde is de warme gloed die ons overvalt wanneer we haar parfum ruiken. De reden waarom we onze koffers pakken en naar de andere kant van de wereld trekken. Het gevoel in leven te zijn. En omdat er in het leven meer is dan suspens alleen, heeft de liefde ook een alledaagse kant: genieten van elkaars gezelschap, het rustige en rustgevende besef dat de ander er altijd is en ons graag ziet. De liefde aan de ontbijttafel of de telefoon. Uit het raam staren en gelukkig zijn.AfscheidIn mijn ervaring lijkt ook het afscheid integraal deel uit te maken van de liefde. Nu eens blijkt de  roestvrije staalkabel verworden tot een uitgerafeld touwtje boven een ravijn. Dan weer is een ongelooflijk knullige botsing van romantiek, logistiek en andere hectiek de reden van een vurig uiteenspatten. "Jouw dromen en verlangens zijn de mijne niet", zei mijn laatste liefde. Vreemd. Is liefde nu net niet dat je de ander zijn/haar dromen gunt? En waar mogelijk helpt ze waar te maken? Ach, waarschijnlijk was het gewoon een kwestie van talig tekort. Haar liefde was weg. En hoeveel duizenden woorden je daar ook tegenaan smijt: liefde is een gevoel. Een gevoel dat zich niet laat controleren. En net daarom zo tot onze verbeelding spreekt.

Guy Bourgeois
0 1

Wat een geluk - ik erger me weer dood aan alles en iedereen

Welk een genoeglijke uurtjes heb ik tot nu toe al beleefd aan de biografie van Geert van Oorschot. Er zit vaart in, er passeert een hele reeks dode schrijvers/dichters/redacteurs/recensenten de revue waarvan je denkt: allemaal aanzetten tot wederom waarschijnlijk wonderlijke biografieën - het is gespekt met zo mag ik verhopen waarheidskundige details (dat is welzeker, auteur/biograaf Arjen Fortuin tekent hier voor een titanenwerk) en vooral ook: er wordt - althans in deze fase van het boek, zo ongeveer middenin - kwistig rondgestrooid met citaten van de uitgever zelve uit brieven en telegrammen allerhande (het telegram! ik hing gisteren anderhalf uur aan de lijn van een ouderwetse telefoon - ik kan alleen maar hopen dat deze beeldcultuur-jeugd dat genoegen op een dag ook nog eens mag smaken). Het is een boek zonder maren die zich opwerpen, twijfels of ongerijmdheden die zich in het riet zouden verbergen. Het is bovenal een inspirerend boek.   Maar kom, voor zij die graag 'maren': de biograaf maakt door het belichten van bepaalde fasen en contacten (en soms expliciete terzijdes) natuurlijk een keuze: als hij daarbij patronen ontwaart (Van Oorschot als ruziemaker, als op de kleintjes lettende commerçant, als ... ) dan zou je weleens kunnen durven denken: echt? echt? Selecteren is ook propageren - maar zoals gezegd: ik neem aan dat deze keuzes niet uit de lucht komen vallen / al ontbreekt er dan ook wat vergelijkingsmateriaal (hoe zat dat bij andere uitgevers? hoe was die hun relatie met hun poulains, dichters, schrijvers?) Maar dat is maar een kleine maar, geen bezwaar om ongestoord te kunnen genieten van dit boek - mooi uitgegeven bovendien, al zou ik weleens willen weten op welk papier het nu is gedrukt.   Het fijne aan dit boek - althans, zoals ik het nu ervaar - is niet hoe Geert van Oorschot tot leven wordt geroepen - al zijn de citaten zoals gezegd wel een cadeautje van over het graf, ze geven inzage in temperament en strategie van een man die hoewel gedreven toch ook blijkbaar regelmatig redelijk 'stoemelings' succes oogstte. Het is eerder hoe er ook iets van zijn geest in de lezer lijkt te varen. Passie, gedrevenheid, voortvarendheid, durf. Maar ook: ergernis. En zodoende kan ik alleen maar met de grootste vreugde constateren dat ook ik opnieuw mijn ergernis terug heb. Ik erger me weer dood aan alles en iedereen, niet het minst aan mezelf. En welk een prachtcadeau is dat! Want door praktische modaliteiten en welwillende liefdesomstandigheden leek ik de laatste maanden wel meer dood dan levend. Maar dank god - of Fortuin of Van Oorschot - dus voor dit boek. Want is het niet bij een bijkanse regelmaat van ongeveer elke pagina dat ik denk: het verleden is springlevend, hoezeer toch zijn bedenkingen, oprispingen en kanttekeningen over macht en onmacht van literatuur van alle tijden.   Hoe Van Oorschot halsstarrig probeert een goed tijdschrift uit te geven (geniaal toch, zo'n satelliet rond een uitgeverij om te wegen op het publieke debat - vandaag reiken de ambities niet verder dan de omzet en het aankopen van wat kutkunst). Zo'n Hermans die verzucht dat het tijdschrift in kwestie geen aandacht heeft voor de actuele literaire ontwikkelingen (wat zouden die ontwikkelingen van vandaag dan wel mogen wezen, vraag ik me af). Hoe de uitgever zich ergert aan slappe literaire kost en lamlendige positioneringen ... Ik leef op bij zoveel voortvarendheid, bezieling, energie. Het is een misprijzen dat bij Van Oorschot altijd gepaard gaat met de hoop op beterschap.   En zo dwaal ik tijdens het lezen af in mijn eigen geestesbibliotheek van ongerijmdheden. Bekijk die dorheid die ons tegenwoordig overspoelt - zo van die gesubsidieerde 'wat nemen we onszelf toch ernstig' literaire magazines waar je met de beste wil van de wereld geen leven in kan schoppen. Zo van die in de publieke ruimte oprijzende figuren die je eigenlijk gewoon in een pennenzak kan steken: ze hebben dezelfde goede opleiding gehad, ze lezen dezelfde boeken, ze gaan naar dezelfde conferenties, en ze vertellen dezelfde lauwe prut - zelfs hun vertelstramienen zijn aan elkaar ontleend. Zo van die columnisten die zich druk maken over het kapitalisme in een kapitalistisch medium - op hun bananenschillen stormen ze de berg af - maar zeg hun niet dat het richting ravijn is. Het is een zichzelf repeterende draaikolk die me alleen nog maar doet kokhalzen. En terwijl ik bijna stik in mijn ergernis, voel ik me zo ook weer wat vrijuit ademen. Een politiek geworteld magazine met literaire bijdragen! Waarom zou het ook vandaag niet kunnen? Ik zie bijvoorbeeld vrucht in een communisme light (Van Oorschot draait zich om in zijn graf): kapitalistische uitwassen behoeven correcties, en daarmee val je heus niet het hele systeem aan. Armoede, overbevolking en hoge huurprijzen: het zijn serieuze onderwerpen die licht kunnen gebracht worden. Het zijn onderwerpen die door de schrijvers van vandaag vakkundig vermeden worden, omdat ze er gewoon geen weet van hebben, niet willen doorgaan voor een zeur (iedereen weet/kent het al) of zich vooral politiek neutraal willen positioneren. Kortom: het zijn onderwerpen die voor het rapen liggen, ze wachten alleen nog op de juiste schrijver(s).

Guy Bourgeois
0 0

Elena (proloog)

Elena. Trojan Wars, elegant fonts. Everybody deserves an Elena. "For text that's meant to be read."However, I don't think Elena wants to be read. She's quick, elusive, ahead of herself. Sand slipping through fingers, time accelerating and disappearing into loopholes of lust and love. Better keep up with this one. The kind of girl that shows you the stars and breaks your heart. An astonishing beauty, a nimble mind. A girl to die for.Well, I wasn't going to die. And neither would she. Elena never dies. Elena is life – and life is what I wanted.Elena wasn't on top of her game when I met her. As if the diaphragm of her camera was on hold too long, giving way to the uncertainties wandering through her beautiful head. She's a photographer, likes to catch the instant – sacrificing the moment, to have a clearer view afterwards. That's the paradox. But she's good with words too, likes to write. One should never delete words. The more you delete, the clearer they're engraved in your heart. "You should move to the other side of the bar", I told her when we first met. She gave me a puzzled look, didn't know who I was. I took her in my arms and turned her around. Just as the fight kicked off. She understood now, walked along with me to the other end. Frightened but grateful, her brown eyes like a velvet veil, slightly touching the edges of my heart. "Thanks ..." she murmured. I looked into her eyes and smiled. Leaving her in the company of the well-dressed man she was with. Girls like Elena – they feel lonely, but they're never alone.

Guy Bourgeois
0 0

liefde (voor taal)

Vandaag heb ik met een mailtje, een vriendelijk "have a nice life", eindelijk deze datingsite-episode in mijn leven kunnen afsluiten. Vooraleer je zegt: wacht maar tot de volgende eenzame kerst! zeg ik: wacht maar tot het volgende feestje! Want gisteren belandde een uitnodiging in de bus waarop je dan ook een naam ziet figureren met wie er mogelijks een date ware geweest. Ware het niet dat zij ter elfder ure  afzegde (begrafenis? ongeluk? neen, een verrassingsfeestje) en ik niet meer inging op alternatieve voorgestelde data (wat is dit, een afspraak bij de tandarts of zo?). Want tegen dan had ik het wel al een beetje gehad met dat datinggedoe. De eerste weken kon ik mijn geluk niet op: het was vooral de kracht van geschreven communicatie die daarbij mijn aandacht had: wat kan je afleiden uit korte zinnetjes zonder intro of geplogenheden (veel: dat er weinig te ontdekken valt), lange en vurige onthullingen (veel: dat passionele uitbundigheid ook gepaard gaat met bruusk stilzwijgen) en boeiende, grappige en interessante dialogen (dat er daar soms ook wel een psychiatrisch geval tussenzit)? Nadat er wat sleet kwam op dat geschreven woord vielen me - er is een god - ook enkele dates te beurt. Je weet wel, echt contact, zoals je dat in het dagelijkse leven ook wel eens overvalt zonder dat je er echt bij stilstaat, maar iets dat hier in de 'gezocht: liefde'-context veel wegheeft van de hoofdprijs in de tombola (de mixer die uw emoties een flinke draai geeft). Daar kwam niet bijster veel van eigenlijk. De ene werd ziek, de andere wilde al meteen bij me intrekken, en een derde was een toffe meid zonder meer. Dat chemische reacties, zoals ik me herinner uit de humanioralessen, vaak gebaat zijn bij een luchtledige omgeving (we spreken hier tenslotte over de geïsoleerde Zoektocht naar Liefde)? Niet veel van gemerkt dus. Maar wat me wel opviel: dat je nooit met twee maar altijd minstens met drie aan dat tafeltje zat. Of het nu de ex-vriend, de geïdealiseerde toekomstige boyfriend, of die andere potentiële kandidaat was (je kan multitasken of niet) ... er was altijd wel iemand in de buurt. Want hoe zoekend of onbeholpen vrouwen zich ook mogen opstellen: ze hebben wel degelijk een haarfijn beeld van hun ideale man voor ogen. Die moet kunnen voldoen aan de huidige condities (interesses, noden), zo een beetje van ver ook passen binnen de contouren van vroegere liefdes, en vooral: een kneedbaarheid vertonen die hoopvol is voor de toekomst.   Wel, ik vind het allemaal best, maar toen ik vandaag dus via dat allerlaatste spoor dat me aan deze dating-episode herinnerde moest vernemen dat ook zij "iemand ontmoet had" (tweede maal dat die frase me op het hoofd viel) kreeg ik het even moeilijk. Niet omdat die vrouw haar liefde vindt, een mens moet toch iets doen met zijn leven. Maar wel dat ik dacht: wat is dat toch met taal? "Iemand ontmoeten" als eufemisme van: "go fuck yourself". Dat de taal tegelijk zo hard en zacht kan zijn. Het lijkt wel liefde, dacht ik. En terwijl ik de deuren van mijn hart langzaam sloot, leek er ook een andere deur open te gaan. Die van de liefde voor taal. Ik proefde mijn geluk. De taal, en hoe ze ons in de luren legt ... Daar kan ik wel iets mee. Hoog tijd om samen werk te maken van een kneedbare toekomst.

Guy Bourgeois
0 0

zin van literatuur

Waarom is het juist nu zo belangrijk om na te denken over de noodzakelijkheid van literatuur en de noden van de schrijver, en wat voor soort vraag kun je aan auteurs stellen om de samenhang tussen deze twee te onderzoeken?   Wat een heerlijk ontregelende prijsvraag doet het Brusselse (Europese) literatuurhuis Passa Porta ons aan de hand. Want de toevoeging 'juist nu' impliceert natuurlijk een noodzaak. Maar welke dan? 'Juist nu', 'nu meer dan ooit', het zijn gekende frasen om een stelling, oproep of gedachte te kruiden met een gevoel van urgentie en noodzaak. Niet gisteren, niet morgen, nu. Want 'nu' gebeurt het. Wat er gebeurt? Meestal duidt de 'nu' op een verandering die ons ten deel valt: maatschappelijk, geopolitiek, persoonlijk, natuurkundig, ... 'Juist nu' impliceert dan dat we die verandering een bepaalde richting kunnen uitsturen, een halt toeroepen soms, want niet zelden staan we op het punt iets te 'verliezen'. 'Juist nu' impliceert dus controle over morgen, een bezweren van de (per definitie onzekere) toekomst. Maar 'juist nu' lijkt er me minder nood aan 'juist nu'. Want de hele 'juist nu'-trend is de perfecte illustratie van de gevoelens van angst en onzekerheid die aan de ribben van de moderne mens lijken te kleven. Oorlog, klimaatverandering, armoede, terrorisme ... dagelijks worden we gevoed met angsten. Dreigingen alom. Mensenrechten, privacy, martelingen, censuur, ... alles balanceert constant op het randje van de afgrond. Dat alles vloeit en onzekerheid de natuurlijke staat der dingen is? Hoe sneller onze omgeving verandert, hoe minder we met die waarheid overweg lijken te kunnen.   En zo komen we tot de zin van literatuur. Literatuur is geen noodzaak, maar kan wel zinvol zijn. Omdat literatuur een zaak van overlevering is: het is niet meer dan het delen van gedachten. Met de mensen van nu, maar ook met de mensen van morgen. Literatuur heeft geen nood heeft aan predikers, wel aan getuigen. Literatuur is geen activisme. Literatuur kan ontbloten, openbaren. Maar doet dat in de eerlijke beschouwing van de werkelijkheid of hoe die door de auteur ervaren wordt. Literatuur is de kunst om grote woorden achterwege te laten. En eventuele lezers inzichten te schenken door de eigen visie op leven, medemens en wereld te delen. Bescheiden mededeelzaam te zijn. Die bescheidenheid kan ook grootse allures aannemen - elke auteur is anders gebekt - maar wint zeker niet aan kracht door een misplaatst gevoel van 'noodzaak'. Er is de innerlijke nood van de schrijver om te schrijven. Het verlangen zijn greep op zijn (gevoels)wereld te versterken. Maar noodzaak? Een veel interessanter uitgangspunt om schrijver en literatuur te benaderen lijkt me: 'onzekerheid'. Niet de onzekerheid die ons vandaag overspoelt en geworteld is in de angst om dingen (vrijheid, materiële zaken, ...) te verliezen. Wel de onzekerheid die een schrijver ertoe aanzet om te schrijven. Schrijven als schuchtere poging om de innerlijke vibraties enigszins welluidend om te zetten in een soort van muziek die met een beetje geluk ook resoneert in het hart van de lezer - over grenzen van tijd en ruimte heen.  Of die lezer een nood is van de schrijver? Waarschijnlijk niet. Schrijven is vaak een als dialoog vermomde monoloog. En dat is helemaal niet erg.

Guy Bourgeois
0 0

sentimentele seismografie

Steeds vaker overvalt me iets wat je gemakkelijkheidshalve geluk zou kunnen noemen. Een toestand van bevrediging, vrede met die momenten waarop die momenten de momenten zijn. Dat ik dezer dagen nog vermoeider rondloop dan anders is daar waarschijnlijk niet vreemd aan: een vreemde combo van uitputting & hoop, bewustzijn en onbewustzijn. Al die duizenden indrukken van een dag: ze slaan me weleens uit balans, maar dan is dat maar zo. Wat ik wel denk: hoeveel gaat er toch verloren op zo'n dag. Tientallen of honderden mensen die ons op een meter afstand kruisen, een veelvoud waarvan we gestalten, gezichten en schaduwen zien. Lawaai blijft een energievreter natuurlijk: motoren, motoren, ergens in mijn lichaam activeren ze een kluwen van pezen of neuronen die eigenlijk wel iets beters zouden kunnen doen. Maar zo is het. Die indrukken dus: taal weet ze lang niet altijd te vatten - beelden, droombeelden, gebaren, geluiden, ... maar op een of andere manier zullen ze hun weg naar het papier toch wel vinden. Slingerend, traag, bijna onwaarneembaar, maar er zit schot in de zaak.Iets anders wat me de laatste weken bezighoudt: de liefde, die tweebaansweg met tussenstrook. Als een rodeo-rijder probeer ik mijn emoties te rationaliseren, onderscheid makend tussen het ik en de ander, de projectie (van dromen, verlangens, verledens) en de realiteit. Da's trouwens niet zo moeilijk: mijn sentimentele seismografie past makkelijk op een A4-tje, 't is iets tussen ijdelheid, domheid en onschuld in met een occasionele uitschieter van gevoelens van verliefdheid - die dan vakkundig getemperd worden door de dame(s) in kwestie. In de tussentijd maakte ik een hernieuwde start met De H is van Havik van Helen MacDonald, een auteur met een eigen register, en zodoende ook ... een ideaal.

Guy Bourgeois
0 0

kattenstreken

Trippel, trappel, tik tik tik tik: ik hou van mijn kat. Wanneer ik hem hoor lebberen aan zijn met vers water gevulde bakje, overvalt me een warme gloed. Wanneer ik 's nachts een vechtpartij hoor, ben ik ongerust. En wanneer ik in de zetel lig, en hij zijn pootje om me heen slaat, als gaf hij een knuffel - ronkend, spinnend en soms een diepe zucht van geluk slakend - aai ik hem zachtjes over de kop. En hoewel dat kleine kopje het niet zal bevroeden, wurmde deze speelkameraad zich de laatste dagen in het brandpunt van mijn belangstelling.   Vrijdag zat hij met kwispelende staart voor de radiator, op zijn qui vive - de laatste keer dat ik hem zo zag was hij in de weer met een muisje - en ook nu, zo bleek, voor de tweede maal in zijn 4- of 5-jarig bestaan, was hij erin geslaagd zo'n exemplaar het huis binnen te loodsen. Voor ik het wist was ik in de weer met stokken en meetlatten om dat muisje uit zijn schuilplaats te krijgen. Wat doe ik hier? vroeg ik me af, nog net niet kwispelstaartend en miauwend. Is dit wel ethisch verantwoord? En een uur later overviel me nog een andere gedachte: dat het echt wel tijd is om te verhuizen. "Denk eraan: een goede beha is een beha die je de hele dag niet voelt" had ik zonet vertaald, en ik dacht: ik voel dit huis veel te veel. Herinneringen, als geesten in een fles. Ze zijn overal. En dan ook: die slechte akoestische isolatie - alwaar je op het ritme van de buren leeft. Om over de Vervaarlijk Spuwende Buurman nog te zwijgen. Die appelleerde eerst aan mijn kolerieke kant, maar opende ook mijn ogen: het is misschien tijd om van perspectief te veranderen - een nieuwe leefomgeving. Iets wat ik volgens een van mijn beste vrienden al heel lang had moeten doen. Maar ik wist: eerst de wonden likken. Misschien is dat nu wel gebeurd.   Een andere eye opener kwam er toen ik Treindromen van Denis Johnson las: de hoofdpersoon wordt verrast door een vraag omtrent zijn (vermeende) kluizenaarschap. En ook ik was als lezer verrast: die man leefde zijn leven, stond er niet bij stil dat hij misschien toch niet helemaal beantwoordde aan gangbare standaarden en levenswijzen. Dat is oké, zolang je je er zelf goed bij voelt: niemand kwaad doen en een beetje geluk puren uit het bestaan, is ook voor mij zowat de leidraad.Ik hoef geen vijf continenten te zien, bergen af te stormen en schouderklopjes te krijgen. Maar ik wil wel het gevoel krijgen zo toch te voldoen aan de eigen verwachtingen - en op dat vlak lijkt het me tijd nu stap voor stap, prikkel per prikkel wat meer actie te ondernemen. Verhuizen, ook al hoeft het niet vandaag, is één van die zaakjes. En wat dan met deze kat die een tuin gewoon is? Hoezeer komt hij in the equation? Zéér. En terwijl hij daar zo wat ligt te gapen, denk ik: je moest eens weten kleine jongen. Al die avonturen die ons nog te wachten staan.

Guy Bourgeois
0 0

Het exhibitionisme van de (moderne) schrijver

Vier uur 's ochtends, fris als een hoentje. Wakker geworden van de specerijen van Pizzza Hut die in mijn slokdarm en andere darmen aan een tweede leven lijken begonnen te zijn. Ik lees helemaal niet zoveel, dus ik weet begot niet of ik het me inbeeld. Maar zou het niet kunnen dat exhibitionisme een wezenlijk kenmerk is van de moderne schrijver? Gisteren begon ik aan een interview in Vrij Nederland met Erik Jan Harmsens die blijkbaar een boek schreef over zijn zucht naar alcohol. Na een half interview gaf ik het op: wat die mens te vertellen had, zou eender wie je kunnen vertellen, de postbode en de minister. Geen zin of geen gedachte die ook maar deed vermoeden dat hier een schrijver aan het woord was. Eveneens gisteren: op Twitter volg ik even Paul Baeten Gronda. Ik lees een column van hem en ziedaar, ook hier iemand die zomaar wat leutert over zijn leven en dat gemakshalve aanneemt als representatief voor zijn al even representatieve vrienden- en kennissenkring. Zijn dit de moderne schrijvers? vraag ik me af. Jan, Piet en Katrien die spiegelen wat we rondom ons zien? En vooral: in een taalgebruik dat op zijn beste momenten gewoon rococo te noemen is? De mooi geformuleerde zin als ideaal. Voornamelijk ornament, want zelden zijn de gedachten vernieuwend of inzichtelijk - alsof herkenbaarheid het hoogste goed is. Je hebt inderdaad de Benno Barnards en consorten die nog geen zin kunnen schrijven zonder hun belezenheid te tonen maar waarvan je al snel denkt - hun kennis is geleend, veel levenselixir zit hier niet in. De meta-monniken. Anderzijds heb je die generatie jonge schrijfsters waar we nog veel plezier gaan aan hebben - Nina Weijers, Fleur van Groningen, ... - (verrassende inhoud + vorm) maar ook zij nemen toch graag het eigen leven als uitgangspunt. Maar ik had het dus over exhibitionisme, hoe zit het daar nu mee? Beeld ik het me in of zouden schrijvers vroeger, zeg maar eergisteren, nog liever in de grond gekropen zijn dan dat ze open en bloot en ogenschijnlijk zonder veel gêne in hun herkenbare zieltje zitten te peuteren? Wat is er gebeurd met die afstand die schrijvers vroeger moedwillig tussen zichzelf en hun werk plaatsten? Hun innerlijke overtuiging dat ze niet zelf het centrum van de wereld waren, maar dat die wereld daar buiten hen lag? Die verscheidenheid in werk en leven die ze rondom zich opmerkten en die ze via personages tot leven brachten? Die drive om via tegenstellingen en antagonisten bepaalde kwesties aan te kaarten die verder reikten dan hun eigen gedachten? Ik bekijk Twitter en zie daar nu Arnon Grunberg die zich afvraagt: How far can you go in showing intimacy? (n.a.v. een docu).  Grunberg, speciaal geval. In zijn boeken (lang geleden las ik er enkele na elkaar) hanteert hij vaak een beschouwende blik, alsof zijn personages ook maar toeschouwers zijn van hun leven - dat kan irriteren omdat je als lezer wat meer betrokkenheid, emotie wil - er moet iets op het spel staan. Maar anderzijds was hij een van de eersten om ons via sociale media wel van heel dichtbij, zij het selectief, op de hoogte te houden van zijn eigen leven. Exhibitionisme? Ja en neen dus: zowel personage als cameraman, sturend en lijdend, en ook de lezer zwenkt mee, van podium naar zitplaats, meer dan eens belandend in een vacuüm waar het niet zo gezellig toeven is. Zijn tweet hierboven is dan ook intrigerend - intimiteit & exhibitionisme zijn 2 kanten van dezelfde medaille. Maar hoe zit dat nu met dat exhibitionisme? Je hebt natuurlijk nog altijd die ongelooflijke boekenproductie die welzeker focust op de ander: biografieën, filosofische sprokkelwerkjes, geschiedenisboeken, fantasy. Maar je hebt toch ook wel de Knausgaards van deze wereld, razend populair. Zou het kunnen dat een reeks als Privé Domein de doos van Pandora heeft geopend? Ego-documenten, dagboeken die onze voyeuristische nieuwsgierigheid bevredigden? Het genot andermans gedachten te kennen. Met dat verschil: de meeste van die boeken waren nooit voor publicatie bedoeld. Had Pessoa geweten dat zijn nachtelijke gedachten de weg zouden vinden naar de drukpers, hadden we ze dan vandaag gelezen? Misschien zit ik er helemaal naast, valt het wel mee met dat exhibitionisme. Wie weet zijn die schrijvers/de meeste schrijvers in hun boeken wel nog altijd die schrijvers van weleer - en heb ik gewoon een misvormd beeld doordat ik ze slechts via hun sociale media en zijwerkjes ken. (Hoewel, die interviews met schrijvers over hun nieuwe romans: 't  zijn toch vaak persoonlijke familie- en liefdesgeschiedenissen) Anderzijds: als ze die media zo graag in de strijd gooien, moeten ze beseffen dat ze ook daar schrijver zouden moeten/mogen zijn. Maar daarmee begeven we ons op dat slappe koord van sociale binding en moderne marketing, het spelletje van 'bonding' en 'bridging' om zoveel mogelijk boeken te verkopen. Middels updates over waspoeders en Pizza Hut. Exhibitionisme, het is allerminst eenduidig. 

Guy Bourgeois
0 0

hartstochtelijk pleidooi voor cynisme

Cynisme heeft afgedaan als ik de mediavox mag geloven. Het moet weer allemaal oprecht, constructief, oplossingsgericht, ingetogen. Ook in teksten. Er moet voorwaar maatschappelijke en andere winst te rapen zijn in deze wonderlijke gleuf tussen boetedoening en profetie, alwaar een zelfbevlekte haarspriet al snel de allure krijgt van een stormram - opgepast, het helmboswuivende legioen positivo's komt eraan - met oprechtheid, goede wil en rechtschapenheid in de knapzak. Mei 1968 revisited, maar dan met kleren aan. De nieuwe tekstridders zijn klaar om met hun doornloze lipjes de schone slaapster die onze maatschappij eigenlijk toch is wakker te kussen.Wel, wel. Ik kan niet wachten om 'verontwaardiging' af te voeren, de wassende hyperbolen van  'beschamend, schande en schaamtevol'. Maar cynisme? Cynisme moet blijven. Niet als levenshouding, wel als stijlfiguur - respectievelijk een woekerende ziekte en een bevrijdende blik. Want tekstueel cynisme kan als geen ander de mechanismen ontbloten van de monumenten die we maatschappij noemen. Pist er het flinterdunne laagje vernis vanaf, wijst op interne en externe tegenspraak, blaast het stof van onze eigen spiegel. Cynisme kan wel degelijk efficiënt zijn. Omdat het ons confronteert met de eigen gespletenheid, omdat we maar troost kunnen vinden in het onder ogen zien van de realiteit. Dat cynisme nu op het banbankje belandt is eigenlijk niet zo erg. Want dan weet de trendwatcher: nog even en het cynisme komt weer keihard terug. Om de echte cynici, zij die pleiten voor hun status quo, hun laatste sprankeltje hoop te ontnemen en met de neus op de feiten te drukken. De underground is altijd een vruchtbare bodem geweest.

Guy Bourgeois
0 0

de informaticus

Informatici, ik blijf het vreemde mensen vinden. Alsof ze er zijn en niet zijn. Uitblinkers in afwezige aanwezigheid. In elk geval: je lijkt hen altijd te storen, dat staat vast. Ook al ga je pal voor hun neus staan, op hun schermpje is altijd iets veel interessanters gaande.Het komt eropaan behoedzaam de inbelverbinding naar hun brein te activeren en hoopvol af te wachten of er links en rechts iets begint te zoemen, te piepen en op te lichten. Als je daarin slaagt en eindelijk hun aandacht krijgt, beginnen de problemen pas. Dat is niet verwonderlijk, want een informatica-probleem is in hoofdzaak een informaticus-probleem. Problematiseren is hun vak. Het is niet omdat informatici eruitzien als robots, dat ze ook zouden kunnen vervangen worden door robots! Hoe preciezer je vraag dus, hoe vager, onduidelijker en mysterieuzer hun antwoord. Ook als je gewoon een batterij voor je laptop wil bestellen.De verkoper-informaticus aanhoort mijn vraag, draait zijn scherm weg, t.i.k.t. iets in en staart. En staart ..."Oei, er is een probleem" luidt het na ettelijke minuten.Dat is natuurlijk geruststellend, een probleem betekent dat de informaticus wel degelijk aan het werk is. Van contentement begin ik mee te staren. De leegte in, de toendra op, de mysterieuze nevel van de tijd tegemoet. Staren. Klikken. Staren. Staren ..Uiteindelijk weerklinken de verlossende woorden: "Ja, er is wel degelijk een probleem ..."Niets overhaasten nu, even laten bezinken ... "O ja, welk probleem?" vraag ik voorzichtig.Staren. Staren ..."Het is nogal duur", luidt het antwoord."O ja", zeg ik, en samen staren we nog wat verder. Dit is immers niet het moment om de informaticus uit zijn concentratie te halen. Doe je dat wel, dan is de kans groot dat hij je vraagt wat je vraag nu eigenlijk alweer was.Staren ..."Ik zal het dan gewoon thuis zelf online bestellen" zeg ik ten slotte."O ja, dat kan je doen", zegt de informaticus aangenaam verrast. Tevreden staren we allebei voor ons uit."Hartelijk bedankt voor de service, meneer", zeg ik ten slotte."Graag gedaan, meneer, daar zijn we hier voor", zegt de informaticus.

Guy Bourgeois
0 0

Op z'n hondjes

Omdat ik ook maar een mens van mijn tijd ben – eenzaam, mistroostig en op zoek naar een parkeerplaats voor mijn idealen – schreef ik me recent in op een datingsite. Een zegen, want wie denkt hier alleen zwartgeblakerde mensen, ternauwernood gered van het vagevuur van de liefde, te ontmoeten, is eraan voor de moeite. Het is hier integendeel een opwindend circus van hitsige jongens en meisjes, een beschermd biotoop van hoop, een plek waar de liefde herleid wordt tot zijn ware proporties: alles. Het leukste van de site zijn natuurlijk de profielen: de zelfomschrijvingen en die van de ideale partner. “Het verleden ligt achter me en is een afgesloten hoofdstuk” is altijd een leuke opener – de placenta van de wedergeboorte, geoffreerd als potgrond voor nieuw geluk. Dan zijn er de vrouwen voor wie het leven “een ontdekkingsreis” is, “een pad waarop je samen kan groeien”, de liefde een met lucht gevulde steunzool die je overal en nergens brengt. Er zijn de meer materialistische types. In datingtaal: “Ik geloof dat ambitie en veeleisendheid goede eigenschappen zijn voor een man.” Je hebt de natuurliefhebbers, de cultuurtempelhabitués, de jonge notenkrakende moeders (“een kindvriendelijke activiteit met een lach op je gezicht”) en dames die op zoek zijn naar een klusjesman (“een beetje handig”). De liefde kent dus vele gezichten. De dertigsters wiens hoogste goed de festivalweide is, de veertigsters die eindelijk verlost zijn van hun wederhelft, de vijftigsters die het graag simpel houden maar ook “poly-amorie a priori niet uitsluiten”, de twintigsters die zich sociaal, levenslustig en sportief door de dag boksen om dan ’s avonds hun wegwerphart aan elkaar te lijmen. Er is kortom voor ieder wat wils. Behalve misschien voor het gild der duivenmelkers: 21ste-eeuwse vrouwen gaan graag op reis. Reizen zijn een voorwaarde voor huiselijk geluk. Cynisme is een afknapper. Eens contact gelegd, is de paringsdans begonnen. Op zijn hondjes. Eerst snuffelen, dan knuffelen.

Guy Bourgeois
0 0

luchtbellen in een zeepfabriek

Als ik een uitstapje naar de wereld van de luxe maak - waar auto's, juwelen en horloges vast iets zeggen over je persoonlijkheid - neem ik mijn ladder mee. Niet om mezelf te verheffen tot het kapitaalkrachtige niveau, wel om af te dalen in de krochten van de marketingtaal. Want hoewel er bij ieder van ons geen facet van de geest of het lichaam is dat niet is aangetast door marketing, lijkt het in het luxemilieu nog net een tikkeltje erger - zelfs bescheidenheid is er gesculpteerd met de nobelste materialen. Je zou denken: een product is een product, een theepot een theepot. Maar utiliteit is bijzaak. Een product mag nuttig zijn, maar het hoeft ook niet. Het product moet tegenwoordig vooral een verhaal vertellen. Er is geen merk of geen bedrijf, geen krant of geen marktkramer, of ze doen je een verhaal aan de hand. Een groots en meeslepend verhaal over identiteit, cultuur, ethiek, generaties, DNA, ambachten, filosofie, corporate responsability ... Je koopt niet langer een product, je koopt een stamboom, en als koper vervoeg je het roemrijke geslacht. Vooraleer het zover is, moet onze aandacht getrokken worden met de belofte van een mooi verhaal - en daar zorgt de cover, de verpakking, voor. Die verpakkingsindustrie staat ook bekend als de design- en marketingindustrie, en 'emotie' is er het nieuwe toverwoord. De marketingvariant van emotie impliceert niet dat je zin krijgt om te huilen of om het product in kwestie woedend tegen de muur te smijten - ik heb hier niet de tijd om uit te wijden over eigentijdse kunst. Neen, marktinglui hanteren een nogal fletse visie op emotie: werkelijk alle woorden, beelden, verpakkingen en vormgevingen appeleren aan wufte gevoelens van authenticiteit, luxe, tijd, ontspanning, vrolijkheid, spanning, schoonheid, douceur of passie. Alles wat we in het dagelijkse leven ontberen, zou ik op een helder moment durven denken. De vermarkte emotie is zo fake als de pest, maar wel doeltreffend: ons verstand is net lang genoeg uitgeschakeld om over te gaan tot aankoop, of het nu dat schattige WC-papier of die dure wagen is. En eens weer bij zinnen kunnen we ons troosten met het verhaal van het product. En zo kabbelt ons bestaan maar verder, in een tijd waarin emoties vermarkt worden als waren het luchtbellen in een zeepfabriek. De marketingindustrie is best crisisbestendig.

Guy Bourgeois
0 0

dit is de dag

Onder het motto ‘je moet je kleden voor de functie die je wil, niet die die je hebt’ zocht Bastiaan zijn toevlucht tot dat oude vaalbruine fluwelen vestje onder in de kast. Die kast had hij al 6 maanden niet ontlucht, voor de zekerheid had hij er ook een kilo mottenballen en wat stinkende oude was tegenaan gesmeten. Het resultaat was er naar: het jasje stonk heerlijk muf. Stoffig, weemakend.  Bastiaan had lang getwijfeld of dat vestje nu 2 maten te groot, dan wel 2 maten te klein moest zijn. Uiteindelijk had hij voor te groot gekozen, in het leven moet je toch ook wat ambitie tonen.  Dit is de dag, dacht hij, de dag waar hij al van kindsbeen af van droomde. Afspraak aan de Amerikastraat 17. Amerika, ook daar had hij lang van gedroomd, omringd door de Chiquita-bananendozen die zijn living vulden. Maar die boot was vertrokken: na die onverwachte, late groeischeut had hij zich nooit meer in zo’n doos kunnen wurmen, en had hij zijn droom om als drenkeling dat beloofde land te bereiken maar weer opgeborgen. In het leven moet je wat ambitie tonen, maar ook niet te veel. Niet te veel, net genoeg. Een goede voorbereiding, dat is wat telt.  Vol zelfvertrouwen trok hij de deur achter zich dicht. De zon scheen, perfect. Kon hij nog wat zweten. Stel je eens voor dat het winter was geweest, een ijskoude wind of een verfrissende bries ... Neen hoor, zijn pad naar de Amerikastraat lag wijd open, en voor hij het wist was hij op zijn bestemming. Hij diende zich aan aan de balie. De juffrouw leek even van haar stokje te draaien, maar ze vermande zich en naderde hem tot een meter of twee. “Dag mevrouw, ik heb een afspraak met mr. Verdamp.” “Waarover gaat het?”, vroeg de juffrouw. ‘Dat kan ik u nu nog niet zeggen, maar wie weet zullen we elkaar voortaan vaker zien”, sprak hij met een mysterieuze glimlach rond de lippen.  “Oh”, zei de juffrouw, om te vervolgen: “Mr. Verdamp is er niet, maar ik zal even zijn opvolger bellen.” “Ooh, maar dan moet u niet bellen hoor, u mag het me ook gewoon zeggen”, antwoordde hij. Humor is belangrijk in dit leven. En mr. Verdamp had hem al lang duidelijk gemaakt dat deze job de zijne was.   “Kan ik u helpen?”, vroeg de man in Armanikostuum en das met smartphone in de hand. “Wel, ik heb een afspraak met mr. Verdamp om hem op te volgen als hoofd van de archiefdienst”, sprak Bastiaan  met de nodige autoriteit, terwijl hij ostentatief zijn groene documentatiemap  bovenhaalde, als gereed om aan de slag te gaan. “Als u me even de weg wijst, dan kan ik meteen aan de slag.” “Oh...” sprak de man. “Dat moet een vergissing zijn. Mr. Verdamp lijkt inderdaad nogal wat verschillende mensen die belofte te hebben gemaakt. Maar het probleem is: de tijden zijn veranderd. Archiefwerk is nu toch vooral, hoe zou ik het zeggen, IT-werk, nietwaar? Databases, registratiesystemen, en al dies meer.” De man wierp een blik op zijn kleding en uitrusting. “Eerlijk gezegd zou het me verbazen als u daarin goed onderlegd bent. Als u me nu wilt excuseren”, sprak de man terwijl hij toeliep op een jonge vrouw met een laptop in de hand. Bastiaan vroeg zich af wat er zonet gebeurd was. Hij haalde zijn zakhorloge uit zijn vest en tikte tegen het glas. Geen beweging. Hier in de Amerikastraat leek de tijd wel stil te staan.

Guy Bourgeois
0 0

de tandarts

In deze seculiere tijden zijn er nog maar weinig functies of beroepen die ons ontzag inboezemen. Gelukig troont er nog altijd 1 figuur bovenuit - god en duivel verenigd in 1 persoon: de tandarts. De geneeskrachtige, verlossende eigenschappen die wij, stervelingen met tandpijn, hem of haar toedichten zijn van een bovenaardsheid die zelfs het opgetelde bevattingsvermogen van god, boeddha, allah en thor overstijgt. Die klinisch witte schort, die futuristische toestellen, die diploma's aan de muur, die astronomische facturen: bij zoveel bovenmenselijkheid rest ons alleen onderdanigheid en een schietgebedje. Hier leer je weer de overgave, je legt je lot in de mijnwerkershanden of spichtige vingertjes van krachten die je verstand te boven gaan - gaatjes heten hier cariës, de hondsdolheid loert achter het behang.  Wanneer ze erop los ratelen kijk ik diep in hun ogen - zowat het enige object in mijn blikveld. Terwijl de tovenaar zich met pikhouweel, beitel en hogedrukreiniger een weg wroet naar de zingevende zenuw van mijn bestaan, hoop ik een reflectie van de schepper te kunnen opvangen in de iris van zijn aardse vertegenwoordiger. Hoe dieper hij boort, hoe groter het mysterie en de factuur. Ik heb maar weinig geluk gekend bij deze intieme handelaars in mondhygiëne. Eens de verdovende middelen zijn uitgewerkt, volgt de ontnuchtering. Het witte licht aan het eind van de tunnel bleek niet meer dan de verblindende tandarts-lamp. Bij mijn vorige bezoek kwam ik terug met een tranend lodderoog en een neus die op springen stond. Die daarvoor zadelde me op met een ontsteking waar die andere witte schort, apotheker genaamd en doorgaans een wandelende reclamezuil voor antidepressiva, zowaar vrolijk van werd. Maar ik weet dat deze beproevingen slechts dienen om mijn geloof te testen, en versagen doe ik niet. Mijn laatste tandartsbezoek is dan ook een vervolgverhaal. Zij ziet haar hele wereldbeeld gekanteld. Of de zenuw is zeer levendig en verstopt zich, of de zenuw is daarentegen zeer doods en afgestorven. Of de wortelkanalen zijn verkalkt, of ik speel met haar voeten. In elk geval, het komt erop neer dat ze bloed wil zien en dat mijn tanden haar dit genot onthouden. Het gezag is ontsteld, de woede kanaliseert zich in haar kloppende halsslagader. Bij het weggaan hoor ik een orgastische, wellustige kreet, als van een jakhals met tandpijn. Ik werp een blik in de wachtkamer en knik steungevend naar de volgende, berouwvolle gelovige. Op de gang wijk ik uit voor de vijfliterflessen javel. Een beetje tandarts verwelkomt je met een bebloede schort.

Guy Bourgeois
0 1

Meer dan een slogan

De hele marketingwereld is in de ban van content. Maar wie muntte de term? Een gunstige wind deed de transcriptie van een teleconferentie uit 2008 op onze redactievloer belanden.  Crisisvergadering - teleconferentie tussen CEO, art director, account manager, business consultant, digital manager, copywriter, strategy director, senior project manager, communication specialist.    CEO: “Mensen, we hebben een probleem. De klant wil niet meer betalen voor holle slogans.” Strategy director: “Bizar, onbegrijpelijk en ronduit dom. Met de hand op het hart: dit had niemand zien aankomen.”  Art director: “Maar een slogan is toch per definitie hol?" Hilariteit. CEO: “Geen idee wat ze willen. Maar ze verwachten wel een voorstel.” Business consultant: “De aanval is de beste verdediging.” CEO: “Juist, en net daarom is de klant nu aan de winnende hand.” Business consultant: “Dat is ook juist.” Senior project manager: “We kunnen moeilijk opnieuw beginnen. Kunnen we de klant niet op andere gedachten brengen?” Account manager: “Er is een nieuw Italiaans restaurant in de wijk.” CEO: “Nee nee, de klant is onverbiddelijk. Hij wil iets nieuws.” Copywriter: “ Meer dan een slogan, wat denken jullie daarvan?” CEO: “Mja, het blijft natuurlijk wel een slogan.” Art director: “Maar dat is net het slimme. Want: het is ook veel méér dan een slogan!” CEO: ”Jaja, dit zou kunnen werken. Als we het goed kunnen pitchen tenminste. Hoe verkopen we dit?” Business consultant: “Dit is te belangrijk. We moeten een consultant inhuren.” Digital manager: “We kunnen ook een filmpje maken.” CEO: “Goed idee, en dan kan ik een speech geven. Jaja, we maken een filmpje.” Art director: “Meer dan een slogan … hoe kom ik er toch op?” CEO: “Nog 1 ding: als we Meer dan een slogan pas op het einde willen onthullen, hoe noemen we deze nieuwe strategie dan?” Strategy director: “Iets dat onze brand kan boosten - iets nieuws, euh…” Copywriter: “Wel. Dus de klant zal nu wel betalen, nee? Contant waarschijnlijk. Contant, contact, … Ik heb het: wat denken jullie van content? Engels en een beetje mysterieus.” CEO: “We present you … CONTENT. A story waiting to be told. Developed by CEO and his team. Geniaal! Dit moeten we vieren. Reserveer maar bij die nieuwe Italiaan!” Communication specialist: “Komt in orde, ik verstuur direct een mail.” Copywriter: “Mmm, direct een mail… wat denken jullie van direct mail?” CEO: “Niet je beste idee, man.” Strategy director: “Vanaf nu willen meer dan een slogan.” 

Guy Bourgeois
0 0
Tip

proza met witloofsaus

Waarom lees ik zo weinig eigentijdse Vlamingen? Omdat ik die mensen nooit in het publiek debat zie natuurlijk. Dat is in onze contreien al lang gegijzeld door lobbygroepen en politici, maar toch. Als een auteur al eens zijn zaklampje over de wereld laat schijnen, lijkt hij of zij niet verder te komen dan de bedwand. Liefde, geboortegrond, familieperikelen. Twitter en de bakker of seriemoordenaar op de hoek. Privacy-wetgeving, nationalisme, armoede? Kraaien ze niet over. Sociaal engagement, zei u? Safety in numbers, ja: de open brief als verzetsdaad. En dan weer snel de savanne af. Zouden die schrijvers eigenlijk met elkaar corresponderen? vraag ik me wel eens af. En waarover zouden ze het dan hebben? Een nieuw recept voor kaassouflé, misschien. Subsidies. De backstage in cultureel centrum De Kakelhoeve. Ik weet het niet. Wie weet heb ik het verkeerd voor. Bewaren ze hun bravoure voor hun brieven, leren we binnen 50 jaar dat ze wel degelijk een visie op mens en wereld hadden. Ter inspiratie alvast een heerlijk stukje 'mannen maken plannen' uit het brievenboek Verscheur deze brief! Ik vertel veel te veel (De Bezige Bij, 2008): Willem Frederik Hermans aan Gerard Reve, 15 november 1950"(...) Wat wij nodig hebben, is een tijdschrift dat oorspronkelijke taal laat horen. Ik doe op het ogenblik pogingen zulk een tijdschrift op te richten. Als ondertitel (of beschrijving van de inhoud) zal het waarsch. krijgen 'tijdschrift voor literatuur en psychologie'. Ik had eigenlijk liever gehad: 'voor litt. en sexuologie', maar dat is waarschijnlijk te gewaagd. Enfin, het komt ten slotte op hetzelfde neer." Gerard Reve aan Willem Frederik Hermans, 16 november 1950 "(...) Je plan voor een nieuw tijdschrift, dat niet zal drijven op lyrisch gelul, maar op bloedwarme kopij en waarin het leven belangrijker zal zijn dan de literatuur, heeft een ongekende geestdrift in mij gewekt. [...] je kunt van mij een uiterst verbitterd artikel verwachten over de mogelijkheden voor de schrijver in Nederland. Daarop moet ik lang broeden, maar met een paar dagen heb je het. [...] Welk een verfijnd genot indien het door jou ontworpen tijdschrift inderdaad verschijnt: een Havelock Ellis, Hirschfeld of Kinseyperiodiek dus. Het moet op nuchtere wijze heel schuin zijn: een soort notariële acte der decadentie." Het tijdschrift dat De Draad van Ariadne zou gaan heten, is er nooit gekomen.

Guy Bourgeois
0 0
Tip

Zonnig met een wolkje armoede

Ooit The Wire gezien? Speelt zich af in de onderbuik van Baltimore, maar toen we even de wijk Raval in Barcelona doorkruisten, in mijn gids omschreven als "uw veiligheid is hier 's avonds niet gegarandeerd" maar door een vriendin aangeraden als een gezellige culturele smeltkroes, dacht ik even in voornoemde serie beland te zijn. Hustlers, players, dealers, working girls, ... In het spoor van enkele hooggehakte (mooie) benen passeren we een of andere evangelische missie met een lange rij hongerigen, moeten we uitwijken voor enkele Bubbs-figuren die een winkelkarretje met hun hele hebben en houden voortduwen, krijgen we hasjjies aangeboden, aanschouwen we de hele (onder)wereld op een vierkante kilometer, en als we op de lokale Rambla belanden is het plaatje compleet: een meute persmuskieten omcirkelt een of andere bobo-politicus die, aan de lijfwachten te zien, ook mijn gids gelezen - of geschreven - heeft. In elk geval, The Wire-gelijk waarvan het vijfde seizoen focust op de journalistieke kant van het verhaal, is het hoofdartikel de dag nadien in de lokale krant wel degelijk Raval. 'Vemos un barri digne'. Veel armoede hier in Barcelona. Zichtbare armoede, bedoel ik. Ontluisterend om zien hoe in een of andere bibliotheek in Raval (dé bibliotheek van Catalonië) met bijhorende paradijselijke binnentuin een groep toeristen wordt rondgeleid, terwijl twee meter verder, onder de beschutting van de galerij enkele daklozen in hun pis, of die van hun lotgenoten, dromen van betere tijden. Ook de wijk van ons hotel, de Barri Gotic ontsnapt er niet aan: als de avond valt, zijn er in bepaalde straten hoogoplopende discussies tussen jongerenbendes die strijden om "de hoeken" alwaar ze hun waar willen verkopen. Na twee dagen wandelen hebben we onze bekomst van de grootstedelijke drukte. Time to get out. Sitges wordt ons aangeraden door enkele Spanjaarden, een kuststadje waarvan de populatie in het toeristenseizoen verdriedubbelt. Het bevalt ons wel, maar toch nog een beetje druk. Ongelooflijk veel homokoppels ook. Zie je een man, dan zie je twee mannen. Niks op tegen, maar ze zijn écht wel in de meerderheid. En daarmee zijn de rollen eens omgedraaid: zoals zij de rest van de wereld waarschijnlijk ervaren, gevuld met die heterokoppels, zo voelen wij ons hier af en toe een beetje out of place. Vooral als je een hoek omgaat, en geheel onverwacht uitkijkt op een soortement naaktstrand alwaar de mens in volle glorie één wordt met de natuur. Na twee dagen hebben we Sitges ook wel gezien. Ségur de Calafell ligt ook aan de zee, en met veel plezier stappen we op de trein. Aangekomen op onze bestemming trekken we richting zee. Een desolate woestijn waar alleen een enkele gepensioneerde hond, excuseer, een gepensioneerde met hond, door het decor schuifelt. Als we op het enige terras in de omtrek vragen wat er hier zoal te beleven is, bekijkt de dienster me met grote ogen: "Nada" zegt ze beslist. Om er even later fronsend aan toe te voegen: "La plaja", achterom wijzend naar die grote leegte. Mmm, problematisch. Nada is perfect, maar we zijn het type toerist dat graag uitvalswegen heeft. Als we ergens arriveren, stormen we het toeristische infokantoor binnen. Folders, brochures, affiches, kaarten, reistijden, overstappen, openingsuren ... Overstelpt met goede raad en beladen met drukwerk verlaten we dan het kantoor om - het is echt sterker dan onszelf - een totaal verkeerde richting uit te lopen. Heerlijk om te weten wat je allemaal niét gaan doen. De Spanjaarden zijn op dat gebied trouwens een grote hulp. Passeer je een museum, kasteel of kathedraal (waar je wel even wil gaan schuilen voor de zon) dan is het gegarandeerd gesloten, vervallen of tijdelijk ontoegankelijk. Je zal het altijd zien, denk je dan, de landerigheid van de Spanjaarden vervloekend die je culturele uitstapje altijd weer dwarsbomen. Maar om terug te gaan naar Ségur de Calafell: nada is dus geen optie. En zo belanden we enkele kilometers verder in Calafell zelf, alwaar we vijf dagen eten, drinken, wandelen, genieten, uitblazen en ook een heel kleine beetje lezen (De gazet The Times ontdekt. Grappig hoor: Once, only a waiter could stand between a Frenchman and his lunch.) Dus: een bezienswaardigheid die het ook tot in de gidsen heeft geschopt? Niet gezien. Maar wel een deugddoende vakantie gehad.

Guy Bourgeois
0 1

de gestolde tranen van de uitgever

Ijdelheid, treurnis: wees gerust, in dit hoekje van de Standaard boekhandel had ik het rijk voor mezelf. 'Big data' spookte door mijn hoofd, en dus belandde ik bij de afdeling inwisselbare waren: communicatie, online media, management, marketing. Boeken die al gedateerd zijn bij verschijnen.  Bijsluiter-boeken over blogs, digital branding, sociale media. De bijsluiter als bijwerking. Gedrukte gedrochten, borrelende uitstulpingen van de online onderstroom. Papieren placebo's, daar waar zelfmedicatie onze enige hoop is. Willen die uitgevers nu echt per se failliet? En hoe zit dat met de papierindustrie? En geeft zo'n auteur dan zijn eigen boekje af als visitekaartje of zo? En de omloopsnelheid van boeken? Is dit het dan? Is dit het drama van het boekenvak, zijn dit de gestolde tranen van de uitgever? Moedeloosheid springt me naar de keel, als een uitgehongerde jakhals. Ach, big data, waar zitten jullie? Was 'Big data' eigenlijk wel de titel? In elke andere winkel had ik de kassierster, de schoonmaakploeg en de terloopse klant aan de tand gevoeld, maar hier neemt zo'n vraag al snel de allures aan van een rogatoir. Titel? Uitgever? Auteur? Publicatiedatum? ISBN? Waarom wil u dat boek? Waarom koopt u geen mooie verjaardagskaart, spannende zomerthriller of de nieuwste Jamie Oliver? En dus verliet ik mak en weemoedig (meewoedig) de winkel met Halfgod verzamelaar van Komrij, als een beteuterde wijnliefhebber die het alweer met een Chateau Pétrus 2005 moet doen. Een dag later is de wrok getemperd, de lucht opgeklaard. De kat vleit zich als een leeuw voor mijn aangezicht, de eksters kraaien. Berustend nestel ik me in de zomerse zetel. En ik lees Komrij's stuk uit 1987 over 'computerboeken': "De computer, die pretendeert paperassen overbodig te maken, heeft in werkelijkheid een heel nieuwe papierstroom op gang gebracht. (...) Door bedrukt papier laat men zich instrueren hoe men papier dat nog blanco is bedrukt krijgt. De computer hangt er wat onhandig tussenin." Computerboeken uit 1987 of sociale media-boeken uit 2013: "Waarom doet de computerwereld niet wat des computers is?" En alweer moet ik constateren dat de scherpe zienigheid van Komrij (doorzien is voorzien) nog altijd pertinent is. En dat ook wel nog enkele decennia zal blijven. Prachtboek.

Guy Bourgeois
0 0
Tip

Sjoelbakken in de belevenisbibliotheek

 Het zijn de sluipende evoluties die onze maatschappij vormgeven. Nog even en het hele gesubsidieerde socioculturele veld wordt de bibliotheek binnengeborsteld. De archief- en bibliotheeksector spreekt zeer tot mijn verbeelding: als je 2000 jaar lang je aanwinsten hebt bijgehouden op een steekkaartje, ben je minder snel geneigd om de nieuwe technologieën als een achteruitgang van onze beschaving te beschouwen.  En mensen die tussen de boeken leven en werken vind ik a priori al een aanwinst. En geloof het maar: archivarissen en bibliothecarissen zijn lang niet zo stoffig als de legende het wil. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat alles pei en vree is, en dat er ook in dit boekenbastion geen malloten-managers rondlopen die dan weer verantwoording moeten afleggen aan andere malloten. Zo stellen we u voor, ... reverence … : de belevenisbibliotheek. Lang geleden, toen de managers nog mensentaal spraken, had je de bibliotheek. Dat was een verzamelplaats van boeken, die je, als je braaf en niet te luidruchtig was, mocht ontlenen. Je vond er rijen en rekken vol boeken. Drie hoog, duizenden thema’s, tienduizenden verhalen. Altijd was er in die bibliotheek iets nieuws te ontdekken. Een bezoek aan de bib was, excusez le mot, een belevenis. De begrafenisoptochtDie tijd is voorbij. Nu al kan je in de bibliotheek een cocktail drinken, internetten, breicursussen volgen en naar het voetbal kijken. Maar nog even, pakweg 15 jaar, en boeken ga je er niet meer vinden. Al het geld dat in crèches, expo's, cursussen en concerten wordt gestoken, gaat niet naar boeken en de uitbouw van de collectie. Zo simpel is dat. De belevenisbibliotheek is de bib die zichzelf uitkleedt tot cultureel centrum, ontmoetingsplek, café en concertzaal in één. De zintuigen mogen er door alles geprikkeld worden, behalve door boeken. De belevenisbibliotheek is de bib die ten grave wordt gedragen, en men zegt ons dat het een carnavalsstoet is. Dat bibliotheken een doorn zijn in het oog van de boekenhaters-politici, dat wisten we al langer. ‘Brood en spelen’, niet ‘boeken en brood’. En dus kwamen de beleidsmensen op het geniale idee om - eens de wijkbibliotheken weggesaneerd en gecentraliseerd - de bibliotheek de nek om te draaien waar ze bijstaat. De enkele bibliotheken die het voorrecht krijgen te blijven bestaan, kunnen welzeker rekenen op een miljoentje voor een verbouwing of zelfs fonkelende nieuwbouw. Maar daar moet dan wel iets tegenover staan. En dus wordt de bib vanaf nu beladen met alle welzijnstaken die je maar kan bedenken: inburgeringscursussen, taallessen, kooklessen, noem maar op. Het hele gesubsidieerde socioculturele veld wordt op een hoopje geharkt en de bibliotheek binnen geborsteld. Nog even en ze delen er ook soep aan daklozen uit. We hebben er zelf om gevraagdZo’n evolutie moet je een beetje verpakken natuurlijk. Het woord ‘belevenisbibliotheek’ kwam als een geschenk uit de hemel gevallen. Wetenschappelijk verantwoord ook. Het lijkt terug te voeren op de term ‘experience economy’ die een zekere Pine & Gilmore bedachten. In de krantenwinkel koop je je croissant, en bij de bakker koop je je krant. Zoiets. Het is – geloof het maar – de consument zelf die erom zeurde: in de bib wil die ook een pint drinken, tai chi-lessen volgen en luidop commentaar geven tijdens het politieke debat. Dat is nu eenmaal de tijd waarin we leven. Tuur je op je gemakje naar een boom, zie je ineens een manager naar boven klauteren. Begint wat aan de takken te schudden. Een hele belevenis, wat ik je zeg: alle bladeren vallen eraf. En, zie daar, een beetje later valt ook de manager er achteraan. Voor ouderwetse zeuren ten slotte die vinden dat er in de bibliotheek ook boeken horen, geen paniek! Ook voor hen is een belevenis voorzien. Na consumentenonderzoek werd in de kelder een stiltegebied afgebakend. Het boek bleek een uitstekend isolatiemateriaal.

Guy Bourgeois
0 0