johan saenen

Gebruikersnaam johan saenen

Teksten

Reünie

      Alsof deze met de strafste contactlijm was ingesmeerd, zó roerloos plakte Bertrand aan zijn zetel. De man had schrik, dat als hij ook maar een ietsepietsie bewoog, hij uit een droom zou ontwaken. Door zijn opspelende maag moest hij uiteindelijk toch opstaan. De wc vulde zich meteen met een penetrante zure stank. Nochtans had Bertrand niets slecht gegeten, neen, stress was de boosdoener. De zenuwen waren door zijn keel beginnen gieren op het moment dat de vierde bal viel en deze net als de vorige drie een correct cijfer toonde. Daarna viel bal vijf... en zes... Bertrand was dan, met een van verbazing opengevallen mond, naar het scherm blijven staren. Terwijl snel wisselende euforie en ongeloof zijn gedachten beheersten, las hij steeds weer die ene regel op de teletekstpagina. Eén winnaar met 6 juiste nummers, meer dan 1.000.000 €, en dat was hij! Sinds zijn vrijlating, nu vijf jaar geleden, had Bertrand met moeite de eindjes aan elkaar kunnen knopen. Dat was dus verleden tijd. Meer dan 40.000.000 oude Belgische franken! Dat klonk nog beter, vond Bertrand. Hij zou een wereldreis maken, zijn ouders, die hij toch veel leed had gedaan, mochten delen in de winst, en een nieuw huis en gloednieuwe wagen stonden ook op zijn verlanglijst. Bertrand nam plaats aan het tafeltje in de kitchenette van zijn studio. In zijn fantasie zat hij echter al aan een eikenhouten meubelstuk in een riante woonkamer, mét een mooi vrouwtje. Voortaan hoefde hij ook nooit meer acht uur per dag af te wassen. Plots werd Bertrand kwaad. Die klootzak van een baas verdiende allang een pak rammel. Neen, niet goed. Eén klap dan, pijnlijk maar zonder schade? Ja, dat kon. Bertrand was trots op zijn zelfbeheersing. Uit pure blijdschap veerde hij op en sprong als een speelse jonge hond in zijn zetel, die daardoor met een knal tegen de muur schoof. Dan zette Bertrand zijn stereo aan. Uit de boxen schalde meteen: 'Hat ik maar iemant om fain te houwe... twei zachte armen oim me hein...' Stop! Bertrand keilde de schijf door het openstaande raam en nam een cd met carnavalshits. Toeters, trompetten en zingende feestneuzen klonken, terwijl Bertrand breed lachend een polonaise solo in zette. De hele nacht verstoorde hij zo de rust van de omwonenden in het flatgebouw. 's Ochtends haastte hij zich naar de dichtstbijzijnde krantenwinkel, maar de machinerie van de nationale loterij werkte blijkbaar niet op zondag. 'Geen probleem, morgen ben ik ook nog miljonair', riep Bertrand en wandelde naar de stationsbuurt, waar de cafés met de laagste prijzen waren. Bij het binnenkomen fluisterde Bertrand de waard iets in de oren. Deze trachtte schertsend wat los te peuteren maar kreeg verder geen uitleg. Flup luidde dan maar de bel: 'Tournée Generale!' En hij moest dat niet één keer doen, maar verscheidene, zo om het half uur. Iedereen werd gek. De meesten hadden geen cent te makken, dus was gratis bier een godsgeschenk. Bertrand, die nog nooit zoveel vrienden had gehad, werd luid toegejuicht en kreeg enkele smakkerds. Er werd zelfs voor hem gezongen, zij het in een vage toonaard. Na een tijd vond hij het welletjes. Hij betaalde, zei dag tegen die die nog recht stonden en gaf een bonk van een kerel, die hij goed begreep want ook hij had gezeten, een stevige handdruk. Die kerel vroeg wat hij van plan was, het leek wel of hij afscheid nam. Niettegenstaande zijn stilzwijgen, werd Bertrand geluk toegewenst. Dan trok hij de deur achter zich dicht. Het enige dat Bertrand die dag verder deed was dromen. Maandagochtend was hij voor dag en dauw op en nam een taxi, rechtstreeks naar de hoofdstad. Net voor Bertrand het gebouw van de nationale loterij wou ingaan, viel er vlakbij een jongetje op de grond. Het bleef voor dood liggen. Meteen snelde Bertrand te hulp. Wanneer hij over het kleine lichaam boog, werd hij verrast door een waterstraal in het gezicht en vliegensvlug ging het lachende jongetje ervandoor. Bertrand kon dat kattenkwaad wel hebben. Zogenaamd verontwaardigd foeterde hij en zwaaide met zijn vuist. Het kind, nog steeds schaterend van de pret, verstopte zich verderop achter de rug van een man. Die laatste, blijkbaar de vader, glimlachte verontschuldigend en gaf zijn zoontje een tik op het achterhoofd. Bertrand gebaarde dat het niet erg was. Toen hij weer naar de hoofdingang van de nationale loterij stapte, hield Bertrand opeens halt. Een kind dat 'doodvalt', het gezicht van die man, hij herkende alles. Hij draaide zich om, maar de man en het jongetje waren intussen verdwenen. Bertrand begon te lopen en sloeg op goed geluk de hoek van de eerste straat rechts om. Daar zag hij het tweetal. Bernard haalde ze in en vroeg meteen: 'Peter? Peter Vertongen?' 'Present', zei de man terwijl hij achterom keek. 'O, bent u het. Nogmaals mijn excuses voor dat grapje. Maar, hoe kent u mijn naam?' 'Vertongen, ben je blind geworden? Ik ben het, Bertrand. Plak op mijn hoofd een snor, lang haar en denk die bril weg.' 'Wat zeg je me nou? Inderdaad, Bertrand!' In het begin van zijn criminele loopbaan, lang geleden, waren Peter en hij onafscheidelijk geweest. Peter was echter snel tegen de lamp gelopen, waarna hij het milieu vaarwel had gezegd. Bertrand had hem toen voor verrader uitgescholden. Later begreep hij dat hij jaloers was geweest op zijn vriend, om zijn moed de juiste manier van leven te kiezen. Nu de eerste verbazing van hun onverwachte ontmoeting wat was verdwenen, zei Peter: 'Je kan me blind noemen, Bertrand, maar je bent echt veranderd.' 'Jij anders niet. Plots herinnerde ik me alles, dat spelletje, jouw glimlach en natuurlijk die rosse lokken. Hoe dikwijls hebben wij die truc vroeger niet gebruikt? Dat ik er nota bene in trap!' 'Tja...' 'Onder ons gezegd en gezwegen, je bent dat jongetje toch niet aan het trainen? Ik dacht dat jij allang een schoon leven leidde.' 'Nog altijd. Het gebeurt gewoon soms dat je dat tijdens het spelen gebruikt en dan doet zo' n jochie dat na. Hij zal niet dezelfde fouten begaan als zijn vader.' 'Een echte crimineel ben jij nooit geweest.' 'Jij daarentegen, de verhalen die ik in de jaren heb gehoord.' 'Zeker de helft onwaar.' 'Dan nog.' 'Peter, wat gebeurd is, is gebeurd en geloof het of niet, ik ben al vijf jaar clean én uit de bak.' 'Wat doe je nu dan voor de kost? Jij werkt toch niet bij de nationale loterij? Ik dacht dat je er zonet naar binnen wou gaan.' 'Wel ja...' 'Bertrand, het is hoogst onwaarschijnlijk dat ze daar iemand met uw verleden zouden aannemen. Maar wacht eens, jij hebt gewonnen, niet?' 'Neen, neen, ik moet inlichtingen hebben.' 'Ach zo. Nou ja, het zijn mijn zaken niet. Zeg, zin om iets te gaan drinken? Dan kunnen we verder bijpraten.' 'Waarom niet. Ik trakteer', zei Bertrand fier. 'Ik zie jullie straks in dat café daar.' Peter zei daarop tegen zijn zoontje: 'Jonas, laat nog eens zien aan mijn goede vriend Bertrand hoe jij mensen kan foppen.' De jongen liet zich vallen en Bertrand deed voor de gein opnieuw mee. Na de obligate waterstraal vertrok Bertrand opgewekt. Aan de ingang van de nationale loterij bleef hij nog één keer staan. Hier begon zijn nieuw leven. Voor de zekerheid tastte hij in zijn binnenzak. Verbijsterd voelde Bertrand zijn vingers door een snee in zijn jas gaan. Hij kreeg een waas voor de ogen.    

johan saenen
0 0

Femke

      Wat een brave, goede meid was Femke toch. Haar papa was met de noorderzon vertrokken, had mama voorgoed verlaten, en om die te sparen kloeg Femke nooit. Mama ging gebukt onder zorgen. Uiteraard omtrent papa, maar ook om het geld dat met hem was verdwenen. Net als mama werd Femke dagelijks heen en weer geslingerd tussen verdriet en woede. Het ene moment miste ze papa ontzettend, het andere moment wenste ze hem uit de grond van haar hart dood. Desondanks scheen het kind uiterlijk kalm.   Tenzij je Femke 's nachts zou observeren. Dan lag ze te piekeren en te woelen. Het stressverschijnsel was telkens krampen in de buik. Diep in haar darmen gistte en borrelde het dat het een aard had. Regelmatig was het zo erg dat Femke uit haar onvaste slaap schoot. Dan was het zaak snel de wc te bereiken, maar toch ging het traag want zelfs in deze uiterst vervelende omstandigheden dacht Femke aan het welzijn van haar moeder. Daarom ging ze heel voorzichtig, voetje voor voetje de trap af. Beneden opende ze zacht de deur en liep vervolgens op haar tenen door de eetkamer naar de badkamer. Als de deur van die laatste op slot was gedaan, wierp Femke zich op het toilet. Eindelijk was ze bevrijd van het krampachtig ophouden. De ellende was echter niet voorbij. Gelijk de waterige drek eruit spoot, ging Femkes bloeddruk met een sprong naar beneden. Dan trok ze wit weg en begon te zweten als een rund. Ze ging meestal net niet van haar stokje. Uiteindelijk hing Femke slap als een vaatdoek een tijd met het hoofd tegen de dichtbij staande muur. Verward en doodmoe staarde het kind dan naar de gespikkelde vloertegels, waarbij het motief begon rond te draaien, telkens het monster met de vlijmscherpe tanden in haar buik nog eens flink door beet.   Femke slaagde er dus iedere keer in amper lawaai te maken. Toch vermoedde mama iets. De penetrante stank 's morgens in de badkamer en de wallen onder de ogen van haar dochter waren haar niet ontgaan. De laatste twee weken waren bijzonder problematisch geweest. Elke ochtend had mama een sterk bevuild onderbroekje gevonden, goed weggestopt tussen het andere wasgoed. Dit kon zo niet blijven duren. Ze moest actie ondernemen. Femke was echter te koppig om, zelfs bij een nachtelijke confrontatie, toe te geven dat haar iets scheelde. Het was dan ook geen verrassing dat haar oogappel stommetje speelde toen mama voorzichtig informeerde. Toch zag het kind blijkbaar de ernst van de toestand in, want tot mama' s verwondering was ze wel bereid om naar de dokter te gaan. Tijdens dat bezoek bekeek de man eerst langdurig Femkes medische fiche. Vervolgens voerde hij een reeks nutteloze onderzoeken uit en stelde met ernstige blik de diagnose. Femke luisterde aandachtig naar de man met de grappige snor, maar verstond zijn lange, met Latijnse termen doorspekte uitleg nauwelijks. Wat trots wist ze 'weke darmen' en 'een tekort aan darmflora' te onthouden, woorden die de dokter had benadrukt. Femke was opgelucht dat de ziekte was benoemd, zonder dat ze over haar innerlijke beslommeringen had hoeven te praten. De dokter had dat goed aangepakt. Bij het vertrek stopte hij mama het telefoonnummer van een bevriend kinderpsycholoog toe. Ja, het meisje was te streng voor zichzelf en sloot zich meer dan normaal af. Ze behoorde ook plezier te maken. Wat haatte mama haar man nu nog meer. De ochtend erop zou ze direct de medicatie halen. Mama vergewiste zich er die avond van dat Femke in dromenland was. Daarna sliep ze zelf, voor de eerste keer sinds lang, meteen in.   Midden in de nacht stond Femke in de tuin. Ze was met dikke kettingen vastgebonden aan een grote ijzeren paal. Een vreemde gedaante, gekleed in lompen en een versleten hoed, zweefde af en aan en rond haar. In het felle, zilveren licht van de maan, die dichterbij de aarde stond dan normaal, zag Femke dat de gedaante geen gezicht had. De engerd sleepte twee lange koperen kabels aan en knoopte die rond Femkes grote tenen. Daarop zweefde hij naar een gigantische hendel. Tergend traag reikte hij ernaar, terwijl elektrische vonken begonnen over te springen naar zijn vingers. Femke stond doodsangsten uit. Ze probeerde zich tevergeefs los te wroeten en toen ze het wou uitschreeuwen, bleek ze stom. Met een knal werd de hendel overgehaald. Heftige pijnscheuten liepen door Femkes lichaam. Meteen daarna sloeg de bliksem verscheidene keren in op de paal, met nog meer felle steken tot gevolg. Net op het moment dat ze bezweek, schoot Femke wakker. Ze was doorweekt van het zweet. Spasmen teisterden haar binnenkant. Plots werd ze een warme, natte plek gewaar. Femke tastte onder de lakens en rook aan haar vingers. Ze had in bed gepoept! Tijd om zich al te zeer te schamen kreeg het kind echter niet. De ene na de andere golf van onmenselijke pijn volgde. Femke raakte versuft. Niets was nog duidelijk. Beleefde ze alleen maar een nare droom of lag ze werkelijk op sterven?   Terwijl donkerbruin vocht langs haar melkwitte benen sijpelde, ging Femke moeizaam naar beneden. Ze dacht er absoluut niet meer aan zo min mogelijk lawaai te maken. In de eetkamer zakte ze in elkaar. Kronkelend over de vloer van de pijn schreeuwde ze het uit, maar mama sliep als een roos. Femke was nu ver heen. In haar weinige gedachten overheerste dat ene woord. De dokter had het uitgesproken en mama had het voorgelezen in de winkel: flora, flora... Als een kerkklok zo indringend, bomde het woord in haar hoofd: flora, flora... Met een allerlaatste inspanning sleepte Femke zich naar de keuken, opende de kast onder de gootsteen, grabbelde naar de flessen en vond die dikke groene waarop dat ene woord gedrukt stond. Daarop wrong het kind de dop los en dronk gulzig van de vloeibare meststof voor planten, heilig overtuigd dat het goed was voor haar 'flora'.  

johan saenen
0 0

Zonnige dagen

De jongeman, in de trein gezeten, kijkt naar buiten en ziet het landschap voorbijtrekken. Alles ziet er triest uit. Het is al stof wat de klok slaat. Niet zozeer is het zelf te zien, als wel het effect ervan op het daglicht, een donkere filter over alles. Daglicht dat niet meer stralend is, zonlicht dat niet meer verblindend is. Het schijnsel van de fletse, oranje cirkel, met roze vegen, kan de dingen op afstand enkel nog in hun globale vorm laten zien. Het is alsof iemand naar Ikea is geweest, een bolvormige papieren lampenkap heeft gekocht, waarna hij of zij deze heeft platgetrapt, met inbegrip van de lamp, uit wroeging dan wat pastelkleuren erop heeft aangebracht en het ding op het firmament geplakt. Die roze vegen, wie weet nog welke kleuren we zien met al dat stof, zijn de afkoelende gebieden, de nog enigszins pruttelende mega-oceanen. Ooit zal het stof zo aangewassen zijn dat overal pluisjes dwarrelen, een eindeloze regen van pollen. Tegen die tijd zal al het leven op deze planeet meer dan waarschijnlijk weggevaagd zijn. In deze tijd, op dit moment, is er ook maar weinig leven in het passerende landschap. O zo verlaten, alleen hier en daar een beest. Een beest dat de jongeman trouwens nooit zal consumeren omdat het telkens weer het stof in, maar niet uitademt. Na bepaalde tijd vormt zich een brij in de longen. Een stroperige pap die het hele lijf van het beest vervuilt én reageert met de andere giftige resten, die via bijvoorbeeld grazen in het lijf zijn gekomen. Een beest kan, zijn toxische limiet bereikt, onverwacht de lucht in vliegen. Vee krijgt een steekkaart mee die de vermoedelijk resterende tijd tot explosie vermeldt: zoveel procent vlees, zoveel procent hormonen, zoveel procent lichaamsvreemde stoffen, licht gevaar op ontploffen binnen... BOEF! BOEF! Eén voor één gaan de koeien de lucht in, het landschap nog leger achterlatend dan het al is. Ook planten, bloemen en bomen zijn vergiftigd. Fris groen bestaat allang niet meer, alles mat donkergroen en vaal grijs-blauw. Wie hiervan eet, proeft niets sappig, maar kauwt eindeloos op taaie, vettige dingen. Daaruit lopen giftige sappen met de gekende gevolgen. BAF! Dat schaap is er geweest. Voor mensen zal het eender zijn. Alleen zullen zij in staat zijn om kunstmatig eten te maken, wat zij uiteraard voor zichzelf houden. De dieren worden aan hun lot overgelaten. Langzaamaan sterven ze uit. PAF! BOEF! BOEF! De explosie van hun gemeenschappelijke pikker wordt twee ossen fataal. PLOF! Een vroege vogel, aan het wandelen met zijn ex-hond. Het was een aardig dier, helaas. Niet te veel tranen verspillen, een nieuwe steekkaart uitzoeken en deze keer met langere houdbaarheidsdatum. Zouden er met 'niet goed geld terug'-garantie bestaan? Het afval van de ontplofte beesten wordt niet opgeruimd. Het valt niet op in het gesluierd zicht. De jongeman kijkt rond in de coupé. Mensen zien er slecht uit, asgrauw, de ene al wat meer dan de andere, afhankelijk van het aantal geblakerde punten op de huid. Oneindig veel partikels stof die als ontelbare lenzen werken en de weinige resterende energie uit het licht bundelen in hun kleine maar gemene brandpuntjes. Iedereen doorloopt er zo onnoemelijk veel per dag. De jongeman bekijkt zijn blote onderarm. Ook hij heeft er al van. De mensen hun ogen hebben een troebele kleur. Er is geen helder wit, geen gedetailleerde pupil. De giftige stoffen hebben zich ook daar in ingevreten. Wenen is het druppelen van toxisch water. Opgepast voor de blote lichaamsdelen én kleren! Mensen moeten dagelijks druppels in hun ogen doen om te neutraliseren. De jongeman sluit de zijne, hij is moe. Moe zijn is een moderne ziekte. Altijd maar moe, moe, moe. Omdat altijd maar moet, moet, moet. Geen tijd meer om stil te staan bij de waarde van iets. Gewoon aanvangen en als het kan afwerken. Het resultaat? Als het zover is zien we wel of het het gewenste is. De jongeman kijkt weer even op. Hij ziet de andere passagiers praten. De bewegingen der monden zijn hetzelfde gebleven maar de luidheid klopt niet, alles klinkt gedempt, zoals een feest bij de buren. De hogere frequenties worden nog amper gehoord. Alweer dat stof? De jongeman werpt een blik op de blote benen van het meisje dat tegenover hem zit. Dan kijkt hij op naar haar gezicht. Zij draagt een bruine zonnebril. Net als hij, al is de zijne een groene. De jongeman maakt zich klaar om tegen het meisje te beginnen praten want ze ziet er cool uit, en daarom neemt hij ook zijn oordopjes uit.

johan saenen
0 0

Business as usual

“Ik werkte geruime tijd voor dit farmaceutisch bedrijf met internationale faam. Mijn werk behelsde voornamelijk allerhande vergaderingen bijwonen en hierover verslagen schrijven met als doel publicatie voor intern gebruik. Er wordt behoorlijk wat vergaderd in een bedrijf als dit, dus dat was ontegensprekelijk mijn eerste taak. Maar soms kwamen ook mensen van de commerciële dienst aan mijn deur kloppen als ze verlegen zaten om een broodnodige slagzin. Dat waren voor hen wanhopige momenten waarin hen niets anders restte dan hun bestaan binnen het bedrijf in vraag te stellen. Deze laatste bedrijvigheid was trouwens strikt gescheiden van mijn eigenlijke beroep. Mijn redactionele grenzen waren vastgelegd in mijn contract en als er externe publicatie mee gemoeid was dan kostte dat het bedrijf een aardige extra duit. Deze lucratieve bijverdienste werd altijd netjes beheerd door mijn boekhouder. Laat het duidelijk zijn dat ik kennis van zaken had. Neem het mij niet kwalijk, maar voor ik ga, voel ik de absolute drang om iets na te laten. Dat komt onder meer door het feit dat ik geen kinderen heb waaraan ik mijn kennis en ervaringen kwijt kan. En mijn vrouw, tja, na al die jaren kijkt ze nog altijd angstig weg als het woord business valt. Het kan natuurlijk ook pure ijdelheid zijn, mijn nood aan schrijven. Laat dit schrijfsel een gids zijn wanneer u, aanstormend talent, de eerste stapjes in de wondere wereld van de business zet. (korte pauze) Ik ga ervan uit dat u net aangenomen bent. U zal weldra een mooie uitnodiging ontvangen om samen met uw wederhelft het jaarlijks feest bij te wonen. Krijgt u al meteen het gevoel alsof het feest om uw persoon draait? Vergeet het maar. Vergeet ook het geplande gesprek dito handdruk met de directeur. Die is van het toneel verdwenen voor u het goed en wel beseft. Het is namelijk niet de bedoeling dat u hem leert kennen, maar wel dat hij u leert kennen, zij het dan indirect. Uw op papier gedrukte versie volstaat voor hem want hij heeft weinig tijd. Tijdens uw eerste feest wordt u daarom gedurende het hele verloop nauwlettend in de gaten gehouden door personen van de dienst Human Resources. Deze dienst heeft daar uitgebreid over nagedacht. En ik kan het weten, ik was erbij. Als u, net als Pierre vorig jaar, helemaal op het einde straalbezopen met stoel en al achterover valt, dan hebben ze het gezien en kunt u een kruis maken over uw verdere carrière in het bedrijf. Welke successen u ook moge boeken, nooit zal nog aan u gedacht worden als een hogere functie dient ingekleed. Of als u zoals Jean, het jaar daarvoor, denkt iedereen te moeten onderhouden met een uurtje moppen tappen. Geen slecht idee als het tenminste goede moppen betreft. Maar zelfs dan doet u het beter terloops, maximum een paar minuten lang. En begeef u, in tegenstelling tot Jean, in geen geval naar de belangrijkste tafel als u daar nog niet klaarvoor wordt geacht. Ze zullen lachen, daar kunt u van op aan, maar geenszins om uw komisch talent. Wel met het horizontale verloop van uw carrière. Het is maar dat u het weet. Geen paniek, u krijgt het volgende jaar ruimschoots de kans het beest in u los te laten wanneer uw partner niet meer welkom is. U wordt namelijk maar één keer gekeurd. Onderdruk dus nog even dat jaloerse gevoel als u de collega gadeslaat die in de late uurtjes tijdens een slow, bevrijd van de priemende blikken van zijn vrouw, het achterwerk van de directiesecretaresse mag kneden. (korte pauze) Voor het feestmaal wordt opgediend zal een hele colonne aan hoge en minder hoge pieten de revue passeren. Tijdens ellenlange speeches van mijn hand zult u om de oren worden geslagen met bedwelmende winstcijfers en grootse plannen. Komt u dan al handen tekort bij de zoveelste staande ovatie? Goed zo! Voelt u zich meteen uitermate euforisch en deel van een grote familie? Prachtig! Verbaast u uzelf, luid aangemoedigd door uw nieuwe familieleden, de keel schor te schreeuwen met de leuze van het bedrijf? Magnifiek, zo zien ze het graag! Verrast u uzelf nogmaals door na het feestmaal uw verlegen ik opzij te schuiven en bij aanvang van een zeer vertrouwd in de oren klinkende intro met volle overgave de dansvloer op te springen, om daar en masse gitaar te spelen op de tonen van Smoke on the water van Deep Purple? Wat een lef! Stelt u zich de dag daarna bij dit alles geen vragen? Dan hoeft u niet verder te zoeken. U heeft uw bestemming in de kudde gevonden! Ik wens u van harte veel geluk! (korte pauze) Lijkt het u echter fijner bovenaan de ladder, dan moet u het anders aanpakken. U mag blijk geven van een kuddegeest, maar niet te veel. Doe het op een afstand. Vergeet niet dat ze u in de gaten houden. Bent u overduidelijk een kuddedier dan wordt u ook zo gecatalogiseerd. Zelfs zonder de stupiditeiten zoals die van Jean en Pierre zullen uw promoties zeer moeizaam verlopen en wie weet zelfs nooit plaatsvinden. Een bedrijf heeft nu eenmaal werkpaarden nodig. Meer nog, zonder dezen geen bedrijf. Er moet dus voor een constante aanvoer worden gezorgd. Dit is de eerste prioriteit van de dienst Human Resources. Dat is werkelijk de allereerste schifting die ze maken in de op het feest volgende week. Hebt u echter met een bepaalde gereserveerdheid deelgenomen dan belandt u vrijwel zeker in de tweede groep: mensen met schijnbaar potentieel. Is dit garantie op promotie? Niet meteen, maar het is wel het eerste zinnetje dat door de bevoegde personen gelezen wordt. En deze mensen, op welk niveau ook, vertrouwen blindelings op de aanbevelingen van de dienst HR. Eenmaal in de tweede groep en zo u ziekelijk ambitieus bent, komt het er dan op aan te herkennen wat echt belangrijk is, met name de machtsverhoudingen onder het oppervlak die zelden dezelfde zijn als wat van naamplaatjes valt af te leiden. Daarbij moet u de echte machthebbers vriendelijk maar kordaat laten kennismaken met uw ambities. Verricht eventueel al eens een vriendendienst of doe wat extra werk om vertrouwen te wekken. En laat al die andere schijnbaar potentiëlen maar uiterst zorgvuldig de voorgeschreven regeltjes volgen. Doe het zelf enkel wanneer nodig. U vraagt me: wanneer? Als de echte machthebber, van welk niveau ook, u deze regels informatief meedeelt, met een knipoog als het ware. Als u echt een promotiejager bent, zult u zich gerustgesteld voelen door zijn of haar lichaamstaal en blik. Machthebbers onder elkaar, snapt u? Voor de op papier bevoegde bent u aanbevolen als zijnde ‘schijnbaar potentieel’ en de echte machthebber zal die bevoegde daadwerkelijk weten te overtuigen. (korte pauze) Is dit nu allemaal wel rechtvaardig? Neen, maar we leven nu eenmaal in een onrechtvaardige wereld. Al die procedures zijn enkel en alleen ingevoerd om de mensen die rechtvaardigheid hoog in het vaandel dragen te sussen. Let op, eerste gouden regel: wees geduldig! Werk trapje per trapje af op weg naar eenzame hoogten. Ik heb ze in mijn loopbaan genoeg meegemaakt, die heren en dames die dachten al eens een niveau te mogen overslaan en door hun arrogantie op vele tenen trapten. Tot ze plots op bepaalde hoogte geweigerd werden en meteen een paar treden naar beneden donderden. De overgeslagen niveaus haalden dan, met goedkeuring van de top, de pot pek en veren boven. Een dergelijke handelwijze werd niet zelden al op voorhand zo afgesproken. Tweede gouden regel: u kunt maar beter goed voorbereid zijn bij de poging om het zitje in te nemen van een van de mensen op het allerhoogste niveau. Alle schouderklopjes ten spijt, indien u met uw baanbrekende nieuwe inzichten de directeur niet van zijn sokken blaast, dan blaast u de aftocht. Maar lukt het u wel, dan bent u eindelijk daar aanbeland waar u al die tijd heeft naar uitgekeken. Heb geen berouw om het slachtoffer. Vroeg of laat overkomt het ook u en dan zult u merken dat u sowieso in ere hersteld wordt. De gouden handdruk behoort tot het door mij geschreven protocol en bij het zien van dat bedrag zult u zeer snel de stukgelopen relaties tengevolge van uw talloze overuren vergeten, en smakelijk lachen om de obligate dineetjes die als enig doel hadden het werk met de ellebogen te oefenen. (korte pauze) “Hoe weet ik dit nu allemaal?” vraagt u zich nu misschien af? Wel, voor de youngsters onder jullie, ik stam uit een tijdperk waar langdurig werken voor dezelfde werkgever nog in de mode was. Door mijn lange staat van dienst, une éminence grise zo u wilt, ken ik het reilen en zeilen van dit bedrijf als geen ander. En ja, een oude rot in het vak komt men al wel eens om raad vragen. Dat was meestal het geval net voor ze op het allerhoogste niveau afstormden. U kunt eigenlijk wel stellen dat ik een soort stille macht had in het bedrijf waarbij ik niet zelden iets te weten kwam. Iets niet bestemd voor publicatie, als u begrijpt wat ik bedoel. Ik heb wel mijn machtspositie nooit misbruikt, men wist mijn zwijgzaamheid altijd zeer te waarderen. Door de aard van mijn job moest ik ook wel zwijgen. (korte pauze) Laten we nu even teruggaan in de tijd. In tegenstelling tot de vele niveaus met bijbehorende subniveaus die nu gehanteerd worden, was er bij mijn start maar één verschil dat werd gemaakt: u was lid van de directie of u was het niet. Iedereen die het niet was, werd gewoon werknemer genoemd. En dan zeker in dit dochterbedrijf dat toen nog maar juist was opgestart en derhalve weinig personeelsleden telde. Als werknemer was men ook niet dit of dat, neen, men was dit en terloops ook nog dat. Ik was bijvoorbeeld magazijnier maar deed ook wat elektriciteit. Toen ik er al wat dienstijd op had zitten, begon er ook wat werkvolk naar mij te luisteren omdat ik goed kon organiseren. U kan dit 'technical team leader' in spe noemen of er eender welk ander modern etiket op plakken, feit was dat ze naar mij luisterden en dat bleven doen omdat, als het er op aan kwam, ik ook nog altijd zonder morren de handen uit de mouwen stak, mij dus hoegenaamd niet beter voelde dan de rest. En dan kwam daar de grote Amerikaanse overname van het Franse moederbedrijf. Overnames zijn dezer dagen een quasi verplicht onderdeel van de bedrijfspolitiek, maar toen was dat nog groot nieuws. De Amerikanen schrokken zich wel een hoedje toen ze hier voor het eerst kwamen. Het was meteen duidelijk dat ze niet geloofden dat hier ook maar iets naar behoren werkte of ook maar iets deftigs van de band rolde, in zo een naar hun maatstaven chaotische sfeer. Deze Belgische stijl vonden ze best wel ‘funny’ en ‘charming’, maar toch pasten ze alles aan hun normen aan, wat dus betekende: heel duidelijk omschreven taken, bijzonder correcte naamgeving,... kortom de u wel zeer vertrouwde poespas. Van mij maakten ze echt een ‘technical team leader’. (korte pauze) Alhoewel ik het eerst, ondanks mijn mooie titel, niet zo begrepen had op de Amerikanen, moest ik na een tijdje toch mijn mening herzien. Ze dachten meer na dan verwacht, waren minder dom dan ze er uitzagen. Hun opgelegde metamorfose werd namelijk niet meteen volledig uitgevoerd, dat gebeurde maar met mondjesmaat. Eerst herstructureerden ze een beetje, bekeken het resultaat, voerden aanpassingen door waar nodig en begonnen dan pas aan de volgende stap. Er werd zelfs naar ons, mannen op de werkvloer, geluisterd! Dat was du jamais vu ni entendu! Uiteraard betrof dat een vals blijk van vertrouwen, het waren niet voor niets Amerikanen, maar door hun bereidheid om te luisteren zag ik wel de kans om mij te profileren. Tijdens hun reorganisatie hadden ze namelijk één ding over het hoofd gezien en dat was een goede communicatie. Dat kan vreemd lijken want laat dat net een van hun stokpaardjes zijn, maar de heren van over de Grote Oceaan hadden verkeerdelijk de indruk dat iedereen bij ons alles verstond wat ze in hun nasaal Engels zeiden. Maar dat was niet zo, verre van eigenlijk. Nederlands en Frans, vormden in de regel meestal geen probleem, maar Engels was andere koek. Die verkeerde indruk ontstond ook omdat iedereen van onze directie, ja zelfs de grote baas, altijd maar beleefd knikte om toch maar geen slechte indruk te maken en zo mogelijk hun baan te verliezen. Je wist maar nooit bij een overname! Het is meer dan eens gebeurd dat wanneer de Texanen de deur achter zich dichttrokken, de Belgische top vergaderingen belegde, niet om hun ideeën of plannen verder uit te werken maar simpelweg om alle beetjes die eenieder had verstaan bij elkaar te sprokkelen. Mijn geluk was dat ik als enige in het bedrijf een Engelse tak in de familie had en dus echt een aardig mondje Engels verstond, en praten kon. Ik werd er dan ook telkens bij geroepen om de stukken in elkaar te passen. In het geheim welteverstaan, want ik was geen lid van de directie. (korte pauze) Een tijdje na de overname stond ik daardoor op een goed blaadje bij de directie en ontvouwde ik de grote baas mijn plan. Een beetje lef af en toe mag wel. Ik vond dat we open kaart moesten spelen en de volgende keer dat de Amerikaanse delegatie zou langskomen hun voorzichtig zouden kunnen wijzen op het probleem van de taal. Ik zou ik niet geweest zijn, moest ik er niet meteen mijn volgende idee bij gelanceerd hebben, namelijk het aanstellen van een tolk, ik dus. Als bij wonder waren de Amerikanen meteen enthousiast om zoveel initiatief. En zo, beste ex-collega’s, geschiedde dat van de ene dag op de andere de dienst vertaling werd opgericht. Als enig lid werd ik ook meteen hoofd. Reorganisatie na reorganisatie werd doorgevoerd en af en toe kwam er al eens een lid bij op mijn dienst, maar ik bleef hoofd. Elke nieuwe directie nam mij over van de vorige. En dit zonder enig diploma in mijn bezit te hebben. Het gerucht dat hier de ronde doet als zou de ex-nummertwee van de redactie er niet voor zijn opgeleid, is hierbij dus bevestigd. Wacht eens, ik ben al die tijd hoofd geweest en toch als de nummer twee geëindigd? Inderdaad, één jaar geleden is meneer Vanderbilt er bijgekomen, u allen wel bekend. Of juist niet, meneer Vanderbilt moet namelijk veel op zakenreis, heeft het altijd druk, druk, druk. Hij kreeg bij aankomst mijn dienst, met mij er dus bij, onder zijn hoede. Maar ik mag in alle bescheidenheid denk ik toch wel stellen dat ik mijn strepen ondertussen wel verdiend had, niet? (korte pauze) Waar waren we gebleven? Oh ja, nog wat later na de overname bleek zelfs dat ik talent had om te schrijven. Niet onnoemelijk veel, maar toch genoeg om ook de nieuw verzonnen functie van de Amerikanen erbij te nemen. Een functie die ik, zoals in het begin gezegd, tot op de dag van gisteren uitoefende. Ik vond dat extra werk hoegenaamd niet erg. Het Engels van iedereen was al een stuk verbeterd waardoor ik tijd over had en die nieuwe functie zat er toch aan te komen want de Amerikaanse vergaderwoede had ook hier zijn intrede gedaan. Nog meer dan voorheen was ik aanwezig op die vergaderingen waar de belangrijkste beslissingen werden genomen. Voor een nieuwsgierig man als ik was dit echt top. U moest ook de jaloerse blikken op de werkvloer eens gezien hebben telkens ik, gehuld in goedkoop kostuumpje, probleemloos toegang kreeg tot de hoogste regionen. Ze hadden natuurlijk ook reden om jaloers te zijn. Alhoewel ik niet op de hoogste post zat en daar ook nooit zou raken, beschikte ik via mijn beetje talent toch over tal van privileges vergelijkbaar met die van het allerhoogste niveau. Ik denk met plezier terug aan die vele congressen in het buitenland waar ik meer dan eens, in een voor mij onbetaalbare luxueuze hotelkamer, roomservice belde. Ik was omwille van mijn vaardigheden zelfs een bijna onmisbare, onvervangbare schakel geworden. Wel met de nadruk op ‘bijna’, want de marge hing uiteraard af van het karakter van de persoon voor wie ik de pen ter hand nam, en daar was doorgaans geen touw aan vast te knopen. Was ik de enige geluksvogel? Neen, een andere groep die tot het kransje der bevoordeelden behoorde, was de audiovisuele technici. Ze behoren er trouwens nog altijd toe. Hun macht zit in het simpele feit dat ze apparatuur bedienen. Niets hilarischer dan de verbaasde blik van de zelfverzekerde spreker die met gebalde vuist zijn speech inzet, en alleen maar een bomvolle zaal gebalde vuisten terugkrijgt omdat de fader van de mengtafel niet geopend is en het beleefd publiek, niets horend, denkt het mimespel te moeten imiteren. Echt gebeurd! (korte pauze) Hopelijk heeft u nu geen té romantisch beeld gekregen van mijn loopbaan. Tegenwoordig lijkt het mij bijna onmogelijk om nog op een manier als de mijne, zo uit het niets, carrière te maken. En zelfs moest de bedrijfscultuur het toelaten, vergeet dan niet dat er wel degelijk ergens een link moet zijn. U moet als pas aangeworven dame van de koffie, met alle respect, morgen dus niet zomaar al zingend het kantoor van de directeur binnenvallen. Hij zal hoogstens verlekkerd kijken naar uw vibrerende decolleté als u de hoge do probeert te halen. Is dat het eigenlijke opzet, laat mij u dan niet weerhouden van uw plan. (korte pauze) Ik ga afsluiten met volgende bedenking: als u daar zit waar over het lot van honderden anderen wordt beslist, als uw handtekening bepalend is voor levens die in de armoede worden geduwd of niet, dan kunt u niet meer hoger. Bij die gelegenheid zult u merken dat u nog iets mist, iets om aan uw persoon luister bij te zetten. Ja, dan zult u aan mij denken, maar ik ben weg. Denkt u maar aan Jos. Bij deze, Jos, gefeliciteerd!”   Met deze bemoedigende woorden voor zijn opvolger eindigde Frans zijn speech die hij morgen zou voorlezen op het feest naar aanleiding van zijn pensioen. Hij leunde voldaan achterover en dacht aan de staande ovatie die hem te beurt zou vallen: “Die staande ovatie is wel protocollaire kost, maar het zal de eerste keer zijn dat ze uitsluitend voor mij zullen klappen. De meeste leden van de directie zullen na het einde van mijn eigenzinnige speech eerst wat aarzelen om te applaudiseren maar als de CEO begint, zullen ook zij dra volgen. Met de CEO zal ik kortstondig een blik van verstandhouding wisselen. Waarschijnlijk zal hij dan nog iets harder beginnen klappen, recht staan en zo de hele zaal verplichten om dat ook te doen. Hij houdt wel van wat overdrijving. Mevrouw Kuipers, hoofd HR, zal dus ook moeten meedoen, maar met veel tegenzin, woedend als ze zal zijn. Het deert mij niet, ik heb die feeks toch nooit kunnen uitstaan. Jos, mijn maatje, zal ook enthousiast en hard klappen, maar ook verbouwereerd staan, met de tranen in de ogen, want hij zal zijn promotie dan pas vernemen. Vanderbilt zal verbaasd zijn over die promotie. Hij zal niet weten wat te moeten denken omdat ook hij het dan pas verneemt. Hij zal niet weten wat te moeten denken daar hij normaal medezeggenschap heeft in zulke beslissingen met betrekking tot zijn dienst. Maar de promotie van Jos is op mijn vraag beslist door de CEO en die staat nog altijd een paar trappen hoger dan Vanderbilt, die op dat moment eigenlijk zou moeten voelen dat er iets aan de hand is. Maar dat zal hij niet doen, zo snugger is hij niet. Hij zal zijn eigen arrogante zelve weer staan wezen. En na het feest zal hij dan nogmaals verbaasd staan kijken. De CEO zal hem op het matje roepen en hem meedelen dat hij als mijn directe baas verantwoordelijk was voor de toon, een tikkeltje te vrijpostig, van mijn speech, pensioen of niet. Vanderbilt zal bij hoog en laag beweren dat hij die tekst nooit gekregen heeft, dus nooit zijn fiat heeft gegeven. De CEO zal dan samen met Vanderbilt diens e-mail gaan bekijken en met hem constateren dat de dag ervoor precies om 17u30 een mail van ene zekere Frans Vertongen is binnengekomen met vermelding ‘Speech voor pensioen’. Op dat moment zal Vanderbilt waarschijnlijk doorhebben dat het doorgestoken kaart is, alhoewel. Hij zal er zich alleszins niet meer uit kunnen praten en moeten toegeven dat hij niet meer aanwezig was op desbetreffend uur. Hij zal zijn afwezigheid niet kunnen verantwoorden, de CEO kent zijn planning, hij moet normaal gezien tot 18u00 aanwezig zijn. Het zal een directe aanleiding vormen voor de CEO om hem te ontslaan want Vanderbilt heeft voor hetzelfde al twee aangetekend verzonden waarschuwingen gekregen. Vanderbilt zal hangen. Dat is wat ik wil, dat is zeker wat de CEO wil. Zo hebben wij dat afgesproken. Die waardeloze onbenul die enkel en alleen zijn postje te danken heeft omdat hij familiale connecties heeft in het Amerikaans moederbedrijf. Die lul die altijd maar met zijn diplomaatje stond te zwaaien en mij één volledig jaar werkelijk in het gezicht uitgelachen heeft. Maar zijn familiale connectie zal op dit moment ook moeten vertrekken. Wel om andere redenen, maar de CEO is daarvan al een tijdje op de hoogte. En vanavond ben ik officieel uit dienst, dus bij wet onbereikbaar. Het interne netwerk ligt op vraag van de CEO vanaf 17u35 tot morgen 09u00 plat, zogezegd wegens nieuw te installeren software, zodat Vanderbilt zijn mails thuis niet kan lezen. Morgen stipt om 09u00 stap ik dat podium op!” Frans keek naar het lege bureau wat verderop en lachte duivels hard. Dan bracht hij kordaat zijn linkerarm voor zijn gezicht, las 17u30 op zijn polshorloge en met een druk op de knop vertrok de e-mail waar het uiteindelijk allemaal om te doen zou zijn.

johan saenen
0 0