Zonnige dagen

8 okt 2014 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

De jongeman, in de trein gezeten, kijkt naar buiten en ziet het landschap voorbijtrekken. Alles ziet er triest uit. Het is al stof wat de klok slaat. Niet zozeer is het zelf te zien, als wel het effect ervan op het daglicht, een donkere filter over alles. Daglicht dat niet meer stralend is, zonlicht dat niet meer verblindend is. Het schijnsel van de fletse, oranje cirkel, met roze vegen, kan de dingen op afstand enkel nog in hun globale vorm laten zien. Het is alsof iemand naar Ikea is geweest, een bolvormige papieren lampenkap heeft gekocht, waarna hij of zij deze heeft platgetrapt, met inbegrip van de lamp, uit wroeging dan wat pastelkleuren erop heeft aangebracht en het ding op het firmament geplakt. Die roze vegen, wie weet nog welke kleuren we zien met al dat stof, zijn de afkoelende gebieden, de nog enigszins pruttelende mega-oceanen. Ooit zal het stof zo aangewassen zijn dat overal pluisjes dwarrelen, een eindeloze regen van pollen. Tegen die tijd zal al het leven op deze planeet meer dan waarschijnlijk weggevaagd zijn. In deze tijd, op dit moment, is er ook maar weinig leven in het passerende landschap. O zo verlaten, alleen hier en daar een beest. Een beest dat de jongeman trouwens nooit zal consumeren omdat het telkens weer het stof in, maar niet uitademt. Na bepaalde tijd vormt zich een brij in de longen. Een stroperige pap die het hele lijf van het beest vervuilt én reageert met de andere giftige resten, die via bijvoorbeeld grazen in het lijf zijn gekomen. Een beest kan, zijn toxische limiet bereikt, onverwacht de lucht in vliegen. Vee krijgt een steekkaart mee die de vermoedelijk resterende tijd tot explosie vermeldt: zoveel procent vlees, zoveel procent hormonen, zoveel procent lichaamsvreemde stoffen, licht gevaar op ontploffen binnen... BOEF! BOEF! Eén voor één gaan de koeien de lucht in, het landschap nog leger achterlatend dan het al is. Ook planten, bloemen en bomen zijn vergiftigd. Fris groen bestaat allang niet meer, alles mat donkergroen en vaal grijs-blauw. Wie hiervan eet, proeft niets sappig, maar kauwt eindeloos op taaie, vettige dingen. Daaruit lopen giftige sappen met de gekende gevolgen. BAF! Dat schaap is er geweest. Voor mensen zal het eender zijn. Alleen zullen zij in staat zijn om kunstmatig eten te maken, wat zij uiteraard voor zichzelf houden. De dieren worden aan hun lot overgelaten. Langzaamaan sterven ze uit. PAF! BOEF! BOEF! De explosie van hun gemeenschappelijke pikker wordt twee ossen fataal. PLOF! Een vroege vogel, aan het wandelen met zijn ex-hond. Het was een aardig dier, helaas. Niet te veel tranen verspillen, een nieuwe steekkaart uitzoeken en deze keer met langere houdbaarheidsdatum. Zouden er met 'niet goed geld terug'-garantie bestaan? Het afval van de ontplofte beesten wordt niet opgeruimd. Het valt niet op in het gesluierd zicht. De jongeman kijkt rond in de coupé. Mensen zien er slecht uit, asgrauw, de ene al wat meer dan de andere, afhankelijk van het aantal geblakerde punten op de huid. Oneindig veel partikels stof die als ontelbare lenzen werken en de weinige resterende energie uit het licht bundelen in hun kleine maar gemene brandpuntjes. Iedereen doorloopt er zo onnoemelijk veel per dag. De jongeman bekijkt zijn blote onderarm. Ook hij heeft er al van. De mensen hun ogen hebben een troebele kleur. Er is geen helder wit, geen gedetailleerde pupil. De giftige stoffen hebben zich ook daar in ingevreten. Wenen is het druppelen van toxisch water. Opgepast voor de blote lichaamsdelen én kleren! Mensen moeten dagelijks druppels in hun ogen doen om te neutraliseren. De jongeman sluit de zijne, hij is moe. Moe zijn is een moderne ziekte. Altijd maar moe, moe, moe. Omdat altijd maar moet, moet, moet. Geen tijd meer om stil te staan bij de waarde van iets. Gewoon aanvangen en als het kan afwerken. Het resultaat? Als het zover is zien we wel of het het gewenste is. De jongeman kijkt weer even op. Hij ziet de andere passagiers praten. De bewegingen der monden zijn hetzelfde gebleven maar de luidheid klopt niet, alles klinkt gedempt, zoals een feest bij de buren. De hogere frequenties worden nog amper gehoord. Alweer dat stof? De jongeman werpt een blik op de blote benen van het meisje dat tegenover hem zit. Dan kijkt hij op naar haar gezicht. Zij draagt een bruine zonnebril. Net als hij, al is de zijne een groene. De jongeman maakt zich klaar om tegen het meisje te beginnen praten want ze ziet er cool uit, en daarom neemt hij ook zijn oordopjes uit.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

8 okt 2014 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket