Gebruikersnaam Koen Verboven
ruig groen vol leven bordjes ‘te koop’ vervallen waar laatkomers zweven boven scheefgezakte stallen waar een enkeling zijn land bewaakt z’n kleren zonder woorden vuilmaakt de natuur vormt dwarsbomen wie blijft herschikt zijn dromen afbeelding: Stomero
beroer me, vervoer me ontvoer me, ontroer me verbaas me, verdwaas me bezit me, verhit me omarm me, verwarm me grijp me, knijp me verleid me, bereid me benevel me, knevel me besmeur me, verscheur me fantas me, orgas me
ik hou niet van heisa blijf altijd netjes in de maat ik wurm me door een massa en wring me in spagaat ik onthoud me van commentaar mompel binnensmonds mijn mening ik knars mijn tanden op elkaar bukken is de beste verdediging ik hou keurig afstand en kies voor niemandsland ik kom niet op voor een ander ik blijf een omstander
in de winkel passeert een rayon dure woorden ze staan streng en strak in het vak ik voel een zichtbaar ongemak: duurzaamheid, toewijding, volharden ik krijg het lichtjes benauwd zulke woorden vragen zonder fout een hoge prijs en dagelijks onderhoud ik wijk uit en zoek andere oorden op naar de grote grabbelbak taal met korting, klaar voor gebruiksgemak: sorry, jammer, misschien, mooi, leuk licht verteerbaar, de hele meuk koekjes van één en hetzelfde deeg de bak is populair, de inhoud leeg niemand betaalt graag de prijs voor woorden met morele eis
klinken op verdrinken verzuipen in droge wijn tot de dubbele bodem zinken hoe wrang mag het zijn debiet voorbij de limiet een waas van geborgenheid van m’n lieve lever niet alcohol schaadt de gezondheid
ik draag een zonnebril zij vangt het licht zij zet ramen open ik trek gordijnen dicht niet elke kleur past me zij trekt alles aan ik zie alleen grijstinten zij noemt elke kleur bij naam ik stop voor rood zij zegt: “rood is mijn favoriet” ik zie doornen waar zij rozen ziet zij ziet geen grenzen ik bots op mijn limiet ik zie het zwart zij zegt: “die kleur bestaat niet”
warimpel zwemmen lijkt zo simpel het water komt me in de mond geen spoor van vaste grond ik hou koers om niet te verdwalen en denk: blijven ademhalen niet te veel water slikken soms slikken om niet te stikken iedereen kent de theorie droogzwemmen is een makkie aan de kant heeft iedereen raad tot je kopje-onder gaat
zwaar weegt het avondlicht het gouden uur lijkt aangebroken de warmte slaat je luiken dicht binnen is de duisternis aangestoken mijn hand reikt nog een keer op zoek naar je snelkoppeling mijn paswoord past niet meer alleen een zucht van verveling gedachten vinden geen geluid mijn hand reikt niet langer binnensmonds valt het besluit voortaan ben ik hier vreemdganger
in de nachtclub van haar ziel klinkt de muziek - te iel het galmt in haar hoofd het licht is lang gedoofd gedachten dwalen in de echo steeds aarzelend - in dubio het dansen stokt, de vloer verlaten stemmen verstommen - voorbij het praten haar spiegelbeeld staat alleen ze zoekt een ziel om haar heen er is plek voor twee - maar niemand zegt “kom mee” het tocht vanbinnen, zij wil beminnen haar spiegel fluistert zacht “oké”