aan de rand staat een kind
ongezien, in de gure wind
nog maar net komen wonen
met dromen om te tonen
zijn hoofd ver van huis
wij sissen: vreemde luis
hij kijkt ons vragend in de ogen
wij kijken weg, onbewogen
dan klinkt de bel schel
wij staken ons spel
hand in hand, per twee in rij
hij staat alleen: erbij
Afbeelding: Duernsteiner, Pixabay

