Matthias Van de Velde

Gebruikersnaam Matthias Van de Velde

Website https://www.instagram.com/matthias_vandevelde/

Over Matthias Van de Velde

Matthias Van de Velde (1987, Aalst) is een schrijver met een vork in een wereld van soep.
Hij schrijft nooit een woord te veel. Tenzij hij zich laat gaan.
Hij draagt zelden iets voor. Maar voor jou maakt hij graag een uitzondering.

In de tussentijd vind je zijn wekelijkse versgebakken verzen op www.instagram.com/matthias_vandevelde/

Teksten

Popeline

Al enkele dagen kunnen de lieftallige Vollezeelse wederhelft en ik de slaap niet vatten. We zijn nochtans zo moe dat we nauwelijks onze oogleden openkrijgen. Dus waarom turen we alsnog met bloeddoorlopen oogwit naar het plafond? Het is niet dat er fresco’s van Michelangelo te bewonderen zijn. Omdat we ons schuldig voelen. Schuldig als de pest. Het bijt in ons been en knabbelt aan onze kleine teen. Links én rechts dan nog wel. Want ons schuldgevoel gunt ons geen snippertje rust. We woelen onrustig onder onze klamme tussenseizoenslakens en zelfs de katjes kijken ons argwanend aan. En terecht ook. We hebben namelijk iets verschrikkelijks op onze kerfstok staan. Heb je even tijd? Dan doe ik ons verhaal. Maar zweer eerst op je plechtige communiezieltje dat je niet zal oordelen. Laat staan ons aangeven. Want we wisten niet beter. Het begon vorige week woensdag. Omstreeks 15u26 en 37 seconden in de namiddag. Ja, het is zo onvergeeflijk dat we het tot op de seconde herinneren. Getik op de ruit. Want uiteraard hebben we nog steeds die lege deurbelbatterij niet vervangen. Maar dáárover meer een volgende keer. De pakjesman stond op de stoep. Met in zijn handen een pakje. Dat was op zich niet zo gek. Want zonder pakje zou hij maar een man zijn. Een man zonder bestaansreden en met nóg minder kneiterballen dan hij nu maandelijks op zijn mistroostige bankrekening sprokkelt. Excuses. Ik wijk weer af. Zenuwen door de schuldgevoelens, ongetwijfeld. Soit. De pakjesman, dus. Achteraf gezien is het altijd gemakkelijk. Dat zal je altijd zien. Dan weet je 100% zeker dat je helemaal geen pakje had besteld. Maar op onverwachte ogenblikken wanneer het lot zijn al even onverwachte geschenken offreert, denkt een mens nu eenmaal niet altijd even logisch na. Het was bovendien niet eens een pakje. Maar een bruine gekreukte zak van een niet nader genoemde Spaanse modeketen die weleens een loopje neemt met de waarheidsgetrouwe pasvorm van zijn kledingmaten. Het witte busje was al uit het straatbeeld verdwenen, toen ik mijn vergissing inzag. Daar stond ik dan. Met een bruin gekreukte zak van de Zara, ik bedoel een niet nader genoemde Spaanse modeketen, in mijn grijpgrage tengels. Het verzendlabel loog niet. Het stond er zwart op wit. Timothy Decraecker. Koolzaadstraat 7. En wij wonen wel degelijk in de Koolstraat nummer 7. Waar onze kool het zonder zaad moet doen. En niemand van ons heet Timothy Decraecker. Tenzij mijn lieftallige Vollezeelse wederhelft hier nog ergens een huisgenoot waarvan ik het bestaan niet vermoed voor mij verbergt. Wat zeg je? Waarom ik het pakje niet gewoon terugbreng naar de post? Dat gaat niet. We hebben het namelijk al opengedaan. Ja, dat hoort niet. Dat weten we allemaal wel. Zie je. Mijn lieftallige Vollezeelse wederhelft neut al eeuwen dat ik deftige nieuwe kleren nodig heb. Zeven babyborrels en drie verjaardagen in de agenda komende weken. Maar geen cent te makken, want die babyborrel- en verjaardagscadeaus betalen zichzelf niet. Doch. Plottwist! Misschien zat er wel een net linnen zomerjasje in dat pakje. Dat op de koop toe ook nog eens exact mijn maat is. Als de niet nader genoemde Spaanse modeketen eens woord houdt, tenminste. Quod non. Het was een pyjamaset van ademend katoenpopeline. Met een relaxed fit overhemd. Mooi afgewerkt met contrasterende rode biesjes. Zit écht lekker hoor. Alleen jammer dat het zo warm is wanneer je schuldgevoel ’s nachts weer eens opspeelt onder de klamme tussenseizoenslakens.  

Matthias Van de Velde
0 0

Weesgedichten

Zeg eens, Aalsterse riooldichter die vier keer meedeed met Weesgedichten. Wat vind jij van die besparingen, weifelende bibliotheken, impotente bovenlokale instellingen en andere schrale batsers?   Nou.  Van zulke budgettaire beleidsvoodoo snap ik geen kneiterballen. Ik houd er mij dus liever ver van weg. En laat de brandende tonnen en mestrieken over aan luitjes met meer kennis van zaken. Die ongetwijfeld ook weten wat auteursrechten en reproductievergoedingen zijn. Toch?   Want ik kan alleen maar dichten. En dat doe ik graag met deze eulogie. Dankbaar voor alle ramen  en de inzet van de lieve Utopia-mensen de voorbije jaren, en tegelijkertijd bedroefd voor een wereld waarin ome Lucebert eens te meer gelijk krijgt: ‘Alles van waarde is weerloos.’   ***   Op een dag  verschijnt hier  een zin  waar je compleet versteld van staat  tenminste, als het schepencollege  niet op Weesgedichten bespaart    een versregel, fragment  of enkele verdwaalde woorden  die je weer ergens doen in geloven  wanneer alles in je leven  compleet naar de kloten gaat    iets vertederend  iets weerloos  iets onvoorstelbaars  waardevoller dan  wat geldzakken ooit zullen vullen  wat schrale batsers ook mogen lullen  want de straten zijn sowieso al  veel te kleurloos    schilder ons dus liever nog  een zeemansliedje  dat het ruime sop kiest  van raam tot raam zwerft  tot het op je venster thuiskomt  om daar voorgoed  in je binnenste te sluiten    letters die je vastgrijpen  onder je huid kruipen  of gewoon iets  schunnigs op de ruiten fluiten  dat je even doet grijnzen  en de treurnis  laat verdwijnen    een beetje troost  in elk handgeschreven woord  een stift die het  vers gekuiste glas kust  als puberliefjes  in de fietsenstalling    je wist niet wie je was  voor je het eindelijk las  en voor je het weet  gloei je nu mee  met een zin  die je nooit meer vergeet    bewaar het dus in je wezen  bewaar het in je hoofd  en koester het  voor altijd  in al je kloppend rood    als je slentert  voorbij de ruiten  en de hele wereld  valt weer in duigen  laat het woord  dan meer dan ooit  op de ramen staan    want Weesgedichten  mag niet  in besparingsrook vergaan.   

Matthias Van de Velde
7 1