Nova

Gebruikersnaam Nova

Teksten

IJskoud

Mijn neus stond op het punt van mijn gezicht te vallen terwijl ik langzaam stappen zette in de meterhoge sneeuw. Ik kan het nog halen, blijf doorbijten. Mijn handen hingen voor mijn gezicht in een poging om de vallende sneeuw tegen te houden. Rond mij was alleen maar wit te zien. Ik wist zelfs niet of het dag of nacht was, zo lang had ik zitten rondwalen in de vergetelheid. Elke stap werd zwaarder, het zou niet lang meer duren tot ik op de grond zou vallen en zou doodvriezen. Verdomme, je kunt het. Er is nog hoop. Af en toe vloog er een sneeuwvlok tegen mijn gezicht. Ik keek voor mij en zag nog steeds de oneindige sneeuwvlakte. Ik zette nog steeds verder, de laarzen die ik aanhad voelden als stukken massief lood. Ik verwijderde mijn hand voor enkele seconden weg van mijn gezicht. Een rivier, die met een dikke laag ijs was bedekt, verscheen voor mijn ogen. Je moet door, een rivier betekent hoop. Ik zette steeds meer stappen totdat ik aan de rand van de rivier arriveerde. Onder het ijs zag ik het water idyllisch bewegen. Ik zette mijn linkervoet op de ijsvlakte. Het ijs voelde sterk aan. Ik verzamelde genoeg zelfvertrouwen om mijn rechtervoet ook op het ijs te zetten, het ijs voelde nog steeds stevig. Het gevoel in mijn handen begon te verdwijnen. Blijf… doorgaan. Het ijs die zich onder mij bevond zag er telkens waziger uit. Ik verwijderde mijn hand weer van mijn gezicht. Een gedaante stond aan de oever van de rivier. Is… het een persoon? Ik wandelde sneller over de dikke laag ijs. ‘Vreselijk weertje, niet?’ zei de gedaante toen ik dichtbij de oever stond. Ik knikte en keek de man recht in het gezicht aan. Shit nee, nee het kan niet waar zijn. De man trok een revolver uit zijn zak. ‘Blijf staan, tenzij je hier wil begraven worden natuurlijk.’ Zei hij koeltjes met een dreigende ondertoon. Ik draaide mij om, richting de andere oever en begon te rennen. Ik slierde uit over het gladde ijs. *beng* Er werd een schot gelost. De man had gemist, ik sprintte verder over de bevroren rivier. Ik hoorde hoe het ijs lichtjes kraakte toen de man mijn kant op kwam. Ik sprintte en hoorde mijn hartslag steeds sneller gaan. Het wordt mijn dood. Ik was de ijzige rivier overgerend en rende verder de dikke sneeuw in. Linkervoet, rechtervoet, linkervoet, rechtervoet… Ik rende nog steeds, ik wou stoppen maar kon niet. De man kon elk moment verschijnen, blijven rennen dus. Er is nog hoop. In de verte zag ik iets verschijnen in de dikke witte mist. Het was een hut, een schuilplek, veiligheid. Ik sprintte nu nog sneller dan voorheen. Zat de man nog achter mij aan? Ik durfde niet om te kijken maar concentreerde mij op de hut die zich voor mij bevond. Ik opende al snel de deur van de houten hut en wandelde naar binnen. Ik was uitgeput en kon eindelijk rusten. Dat dacht ik toch. De houten hut had amper meubels, apart van een zetel en een paar kasten. Het was pikdonker in het gebouw, ik kon geen licht maken. De man kon nog altijd achter mij aan zitten. Mijn ademhaling begon steeds op een langzamer ritme te komen. Ik wreef in m’n handen en ging in een zetel zitten. De hevige wind van buiten was door de volledige hut te horen. Ik hoorde het geluid van iemand die in de sneeuw ploeterde. Blijf rustig, verstop je. Ik deed een kast langzaam open om geen geluid te maken en kroop er zo snel mogelijk in. De deur kraakte terwijl het open ging. Het geluid van de wind werd sterker. Voetstappen, hij is terug, hou je adem in. De man scheen met een zaklamp door de hut. Het licht ging even langs de kast waarin ik me bevond. Hij liep richting een kast. De deuren gingen open. Blijf rustig… Hij had me nog niet gevonden, er was hoop. Verdomme, hij loopt mijn kant op. Het licht van de zaklamp scheen recht in mijn ogen door de spleten van de houten kast. De deuren kraakten terwijl hij ze opende. Hij keek me recht aan. Ik was sneller, ik liep recht op hem af en duwde zijn volledige lichaam op de grond. De zaklamp rolde over de grond terwijl het licht nog steeds door de kamer scheen. Ren verdomme, de deur uit! Ik sprintte richting de deur, terug de ijskoude buitenwereld in. Ik was weer terug bij de rivier, voetstappen achtervolgden mij in de mist. Hij had nog niet opgegeven, hij was zelfs furieus. De man stond dicht bij me, ik voelde het. Ik hoorde het geluid van het geweer, ik kon niet meer ontsnappen. Het geluid van het schot galmde door de mist. Was ik dood? De man viel op de grond.

Nova
3 0

Woensdag

Woensdag, dan ging het gebeuren. Het was alleen nog niet woensdag, het was voor die dag, voor D-day. Nou ja, een verhaaltje, laat ik maar beginnen… Ik herinnerde me nog dat ik een paar dagen voor die woensdag boodschappen was gaan doen. Wacht, dat interesseert je waarschijnlijk niet zo heel erg. Nou ja, even denken, wat was er zo belangrijk… Oh ja, ik herinner het me weer! Ik had me voorbereid, een geweer gekocht, een masker besteld. Ik was er helemaal klaar voor om het te doen. We hadden een paar dagen ervoor ook besloten om een laatste vergadering te houden, er was ten slotte veel planning nodig om zoiets te doen. Eigenlijk gebeurde er niet veel speciaals voor D-day. Laat ik daarom direct beginnen over woensdag. Het was geen normale woensdag, we liepen binnen in het gebouw, met onze maskers op en onze geweren in de hand. ‘IEDEREEN, OP DE GROND, NU!’. Een tiental stemmen begonnen te schreeuwen terwijl ik een M16A4 op hen richtte. Ik was alleen niet van plan om ze neer te schieten, zolang ze niets doms deden toch. Samen met een andere gemaskerde liep ik achter een balie, richting de kluis. Iemand van de groep had ervoor gezorgd dat hij de code had bemachtigd. Terwijl mijn gemaskerde collega de code invoerde, keek ik gestresseerd rond. Er was nog geen alarm geluid, de politie was nog niet onderweg, geen reden om te panikeren. De kluis ging open en honderden goudstaven blonken in het licht. Al snel begon ik mijn zak te vullen. Ik ging rijk zijn, ik zou nooit meer aan geld moeten denken. Toen brak de hel los, iemand had op het noodalarm gedrukt. Het zou niet lang meer duren voordat de politie zou arriveren. Ik besloot om nog een paar goudstaven weg te stoppen en snel te vertrekken. De andere gemaskerde overvallers volgden mij naar buiten terwijl we richting ons ontsnappingsvoertuig vluchtten. We liepen een steegje en zagen een busje wachten. Dat was onze manier van ontsnappen. Toen ik als laatste de zak met goudstaven in het busje laatste, gebeurde iets wat ik nooit zou vergeten. De andere gemaskerden stapten in het voertuig en lieten mij achter in het kleine straatje. Ik keek paniekerig om mij heen terwijl de sirenes van de politiewagens steeds dichter bij kwamen. Ik zette het op een rennen maar ontdekte al snel dat de politie mij omringde. Mij zouden ze niet in de gevangenis steken, nooit. Ik richtte mijn geweer maar de politieagenten waren sneller. Een schot werd gelost, bloed stroomde door het straatje.

Nova
1 0

Hou jezelf levend

'Dat is dan 78 euro alstublieft.' zij een vrouw aan de kassa. De man haalde zijn portemonnee boven en stopte zijn creditcard in de gleuf van het apparaat. De zaken, die hij zojuist had gekocht, stopte hij in een zak. Al snel was hij de winkel uit. Hij liep over de parkeerplaats richting zijn auto. Hij nam zijn sleutels uit zijn zakken toen hij voor een Ford Mustang stond. Net voor hij wou vertrekken, werd hij gebeld. Hij hield zijn gsm vast nadat hij had opgenomen. Voor een tiental seconden hoorde hij niets 'Met wie spreek ik?' vroeg de man met de gsm nog steeds in zijn hand. 'Hou jezelf levend' zei een koelbloedige stem die duidelijk vervormd werd. Hij begreep niet wat dat te betekenen had, de man vroeg voor een tweede keer met wie hij sprak. De stem antwoordde niet op zijn vraag maar zei weer 'Hou jezelf levend.' 'Waar gaat dit over? Is dit een soort grap?' zei de man met een stem die nerveuzer begon te klinken. De stem waarschuwde dat het nog 1 minuut zou duren. Hij had alleen geen idee wat er dan te gebeuren stond. 'IK HEB VERDOMME GEEN ZIN IN GRAPJES!' Zei de man uiteindelijk nadat hij er genoeg van had. 'Waar gaat dit eigenlijk over?!' probeerde hij daarna, iets rustiger, te vragen. De stem antwoordde niet meer en al snel hoorde hij hoe de lijn was toegelegd. Hij keek naar de digitale klok op zijn gsm, het was half vier in de namiddag, klaarlichte dag. Wat kon er hem gebeuren? Niets, toch? Het was waarschijnlijk een grappenmaker, althans dat hoopte de man. Nog even wachten dan is de minuut voorbij, dan kon hij rustig naar huis. De minuut leek een eeuwigheid te duren. De man keek steeds nerveus rond zich, met de gedachte dat iemand hem zou vermoorden. Hij moest er weg, volgens hem was het de gevaarlijkste parkeerplaats van het land. Met handen die vol zaten met zweet, nam hij zijn autosleutels vast. Hij keek in een spiegel van zijn auto en zag een man steeds dichter bij de auto stappen. Het zag er geen normale man uit want al van ver was te zien hoe zijn halve gezicht bedekt was met brandwonden. Door de andere helft van het gezicht van de man, die steeds dichter kwam, liep een groot litteken. Hij was nu zo erg in paniek dat het hem de grootste moeite kostte om de auto te startten met de auto. De vreemde man was nu enkele meters van zijn auto verwijderd. Het was duidelijk dat hij richting de Ford Mustang liep. Nu pas merkte hij dat de man, die steeds dichter kwam, een hakbijl in zijn handen had. De auto was gestart, gelukkig. Hij had zelden zo graag weg willen gaan van een parking. Nadat hij de normale weg terug was opgereden, draaide hij een andere straat in. Hij stopte meteen zijn auto toen een man voor de Ford Mustang stond. De man liep richting het raam van de auto, die zich aan de kant van de bestuurder bevond. De man tikte met zijn hand op het raam. Hij wist wat hij wou, zijn tijd was gekomen. Hij opende het raam met zijn linkerhand. De man met de bijl leunde op de auto. 'Angst voor parkings?' vroeg de man iets té luchtig.

Nova
4 0

Mortem

Ik werd wakker, het was volledig donker rond mij. Ik herinnerde me niet hoe ik er was beland. Ik probeerde m'n armen te bewegen maar ontdekte al snel dat ik vastgebonden zat aan een stoel. Ik moest er weg, koste wat kost. Als je vastgebonden zit kan dat niets goeds betekenen. Ik hoorde stemmen, ze leken van buiten de kamer te komen. Voetstappen kwamen dichterbij, stemmen werden luider, ik werd angstiger. Een deur ging open met een heftige zwaai. Ik hoorde hoe iemand de kamer in liep en op de knop drukte om het licht aan te doen. Het licht scheen fel in mijn ogen, de man stond voor mij. De ene helft van zijn gezicht was bedekt met brandwonden, door de andere helft liep een groot litteken. 'Dus, meisje,' zei hij op een dreigende toon. 'Vertel me nu verdomme wat ik moet weten.' Ik wist niet wat hij bedoelde, ik herinnerde zelfs mijn eigen naam niet. Al herinnerde ik me wel nog dat ik een naam had. Even stelde ik me voor dat de man stond te dansen in een clownspak. Het duurde niet lang want de man maakte een vuist van zijn gezicht en stond klaar om me een mep te verkopen. 'Ik weet écht n-niets' zei ik voor hij me ging slaan. 'LIEG VERDOMME NIET' de man verkocht me een mep. Hij was zelfs gratis, moest er niets voor betalen. Volledig gratis zonder voorwaarden, een vuist tegen m'n kaak. Ik wou eigenlijk wrijven over m'n kaak, om de pijn te verlichten, maar wist dat dat onmogelijk was omdat ik vastgebonden zat. 'Oké, ik geef je nog een laatste kans. Als ik terugkom wil ik dat je me ALLES verteld, begrepen?' Ik knikte maar wist dat ik niets kon zeggen. Een verhaaltje, ja, misschien moest ik een verhaaltje bedenken. Misschien houdt hij van Roodkapje of is hij meer een Doornroosje-type? De man sloot de deur nadat hij het licht had uitgedaan. Ik had het gevoel alsof ik steeds bekeken werd. Ik zat alleen in de kamer samen met mijn gedachten... Het licht knipperde even aan, een zwarte gedaante stond tegenover mij. Ik kon niet goed zien wat het was. Ik herinnerde me wel dat ik heel erg schrok. Zweet begon over mijn voorhoofd te lopen, wat zijn ze hier met me van plan? Ben ik mentaal niet in orde? Verdomme, misschien was het de dood? Die is toch ook zwart? Of beeldde ik het me i-. Iets greep me bij mijn keel. Het voelde aan als verrotte vlezige vingers, ik kon niet meer ademen. Toen het licht weer aanging verdwenen de vingers rond mijn nek. Is dit een nachtmerrie, zit ik vast in een droom? De man stormde weer in de kamer. Deze keer keek hij me aan met een vieze grijns, een grijns dat ik niet snel zou vergeten. 'Nou, meissie vertel op' zei de man toen hij me aankeek, recht in de ogen. 'Uhm nou, er was ooit een...' ik wist niet wat ik moest zeggen. De man keek naar me en beviel me om verder te vertellen. 'Nou, een meisje, ze noemde Roodkapje.' Hij keek me aan alsof hij op het punt stond om heel hard te lachen. Tegelijkertijd keek hij me ook aan alsof hij me elk moment zou vermoorden. 'MEEN JE DIT?! BEN JE NOU AAN 'T LACHEN?' Hij kon er blijkbaar niet mee lachen, misschien was hij dan toch meer een Doornroosje-type. Voor een volle minuut had hij me recht in de ogen aangekeken, alsof hij een roofdier was die zeer goed zijn prooi inspecteerde. Hij ijsbeerde nerveus in de kamer, voor de stoel waarin ik zat. Ik keek even rond me, ik zag het. Oh god, nee. Ik voelde een brok in m'n keel, een elektrische stoel. Ik zat in een elektrische stoel. Met een draai van mijn hoofd zag ik al snel de hendel die m'n leven zou kunnen beëindigen. De man hoefde de hendel maar om te halen en weg was ik. 'IK HEB GENOEG VAN JE DOMME SPELLETJES.' schreeuwde hij door de kamer. 'Vertel het me nu of ik draai die hendel om.' voegde hij er uiteindelijk koelbloedig aan toe. Ik voelde nu meer dan ooit dat ik leefde, het bloed stroomde door mijn lichaam, het zweet drupte van mijn voorhoofd, een traan ontstond onder mijn wenkbrauw. Een oude herinnering kwam in me naar voren, die man, had ik hem niet neergestoken? Hij liep naar de hoek van de kamer, die enkele seconden voelden aan als de laatste van mijn leven. Het licht knipperde even van aan naar uit. Ik wist dat hij nu bij de hendel stond, binnen een paar seconden zou ik weg moeten zijn. Het werd mij alsmaar duidelijker dat ik niets kon doen. Ik draaide mijn hoofd weer om en zag hoe hij de hendel vastnam en me aankeek met een laatste moordende grijns. 'Ik ga dood,' dacht ik. Het licht van de kamer ging aan en uit. De zwarte gedaante was terug. In minder dan een seconde had de gedaante hem in duizenden stukken gesneden met zijn scherpe klauwen. Was ik gered, ik wist het niet. De gedaante liep mijn kant op...

Nova
17 0

Mrs. Robinson

De radio luidde door de auto. 'God bless you Mrs. Robinson...'. De bestuurder zette de radio luider terwijl hij begon mee te zingen. Het was donker, alleen de lichten van de auto maakten de aardeweg zichtbaar. De auto reed naast een donker bos. 'hey Mrs Robinson...' zong de bestuurder. De man keek door zijn achteruitkijkspiegel en zag een zwarte gedaante. Hij glimlachte en reed rustig verder, alsof er niets was gebeurd. De bestuurder draaide naar links, een andere donkere aardeweg in. Hij was nu volledig omringd door bomen. Daarnet was er nog een aardappelveld rechts van de auto maar nu waren enkel de donkere dennenbomen zichtbaar. De lichten van de auto gingen aan en uit. De bestuurder reed rustig verder, alsof het compleet normaal was. Het liedje, die in de auto afspeelde, klonk niet meer zuiver en begon te kraken alsof er insecten kropen in zijn radio. De auto reed nog steeds verder en sloeg, voor een laatste keer, een andere weg in. De bestuurder drukte zijn voet lichtjes op de rempedaal terwijl er een donker huis verscheen die in het midden van het bos stond. Een vrouw stond aan de oprit te wachten. Ze knipperde haar ogen niet maar bleef kijken naar de auto van de man, die nu uitstapte. Er was niet veel te zien in de duisternis van haar gezicht. Je kon alleen zien dat het een vrouw op leeftijd was. De lichten van de auto knipperden nog steeds, zelfs toen de auto niet meer aan lag. De vrouw en de man stonden recht tegenover elkaar. Voor een volle minuut zeiden ze niets. 'Mrs. Robinson' zei de man uiteindelijk met een vreemde stem, alsof zijn woorden achterstevoren werden uitgesproken maar dan weer normaal werden gezet door audioapparatuur. De oude vrouw knipperde met haar vingers. De deur van het huis ging open. De deur kraakte als een echte deur uit een horrorfilm. De man stapte op een trap, die naar de deur leidde. Voor de ingang stond een klein balkonnetje met een schommelstoel. Hij keek even richting de stoel en zag een arm op het zitvlak liggen. Het bloed lag rond de stoel gestrooid, alsof iemand had gemorst tijdens het eten. Mrs. Robinson stond achter hem. Hij voelde hoe ze in zijn richting keek. De man liep verder, door het deurgat. De living van het huis was behoorlijk leeg. Er was enkel een sofa en een haard, die fel vuur weerkaatsten in zijn ogen. Mrs. Robinson liep ook naar binnen, in het huis. Ze liep direct naar een hoek in de kamer en keek nog steeds richting de man, zonder te knipperen. Een andere man verscheen in de zetel, die voor de haard stond. Hij had een zwart pak aan met een fel rode das. De man had maar één arm. Hij draaide zich om en keek richting de bestuurder. 'Uilen zullen vliegen door de wind' zei de man vanuit de zetel. De bestuurder knikte, hij leek volledig te begrijpen wat er gaande was. De man stapte richting het haardvuur. Een zwarte spiegel verscheen voor de zetel waarin de andere man zat. In de zwarte spiegel was te zien hoe iemand de arm van een man met een rode das afhakte. Mrs. Robinson, die nog steeds in de hoek stond, lachtte hard. De man met een arm stond op vanuit de sofa en stapte in de zwarte spiegel. De man, die in de auto had gezongen, volgde. De man met de rode das had zijn arm terug. De andere persoon nam een hakmes en amputeerde de arm van de persoon. Een grammofoon speelde 'Mrs. Robinson' af terwijl de man rustig keek naar zijn arm die op de grond lag. De man, die de andere persoon zijn arm had afgehakt, stapte weer in de zwarte spiegel. Hij stapte in zijn auto en begon te rijden. Hij zong mee terwijl er op de radio 'Mrs. Robinson' werd afgespeeld. De man keek naar rechts en zag een oude vrouw naast hem in de auto zitten. Ze knikte toen er duizenden uilen door de ramen van de auto stormden en het hoofd van de bestuurder verbrijzelden tot hij dood was. De man, zonder hoofd, liep weer door een zwarte spiegel en stapte in zijn auto. Z'n hoofd was weer terug. 'God bless you Mrs. Robinson' zong hij..

Nova
6 0

Sanguis

‘Honderdvijfentwintigduizend euro wil ik,’ zei een koelbloedige stem ‘niet minder’ Ik dacht na maar wist dat ik niet zomaar honderdvijfentwintigduizend euro kon weggeven en verkrijgen. ‘Als ik het geld niet deze week verkrijg, dan stopt het niet bij je vrouw. Dan maak ik je hele familie kapot tot jij als laatste overblijft, capiche?’ Hij zette mij verdomme onder druk. Mijn handen trilden terwijl ik de telefoon vasthield. Ik zei niets want woorden schoten tekort. Hoe moest ik aan zoveel geld geraken? ‘Begrepen’ antwoordde ik uiteindelijk zo rustig mogelijk. De stem had opgehangen, ik hoorde alleen nog maar de piepgeluiden van de telefoon. Het was inmiddels het einde van de week. Ik had mij al voorbereid om mijn vrouw nooit meer terug te zien. Ik zou nooit aan zoveel geld geraken, onmogelijk. Ik opende mijn laptop terwijl ik aan mijn bureau zat. Mijn hart begon sneller te kloppen toen ik zag dat ik een mail had ontvangen. Zou het van de gijzelaar zijn? Ik klikte de mail open. Er was geen onderwerp alleen een filmpje dat er als bijlage was bij toegevoegd. Ik opende het filmpje, het speelde meteen af. Ik zag mijn vrouw met een doek in haar mond gepropt. Een man met een bivakmuts kwam in beeld met een kettingzaag in zijn hand. Wou ik nog verder kijken? Ik moest wel, ik keek hoe mijn vrouw volledig was vastgebonden aan een stoel. De kettingzaag maakte een luid lawaai. Het bevond zich steeds dichter bij haar handen. Nee nee, dit moest een nachtmerrie geweest zijn. Het moest verdomme een slechte droom geweest zijn. De man met de bivakmuts hield nog steeds stevig de zaag vast, die zich enkele centimeters van mijn vrouw haar vingers bevond. Ketchup, dat was het. Het was ketchup. De saus dat men eet bij de frieten, toch? Nee nee, het was geen ketchup. Dat mag ik je verzekeren. Het bloed spatte uit de vinger. Ik wou niet meer verder kijken, toch was er iets in mij dat me dwong. Haar vinger was op de grond gevallen. De gijzelaar leek niet genoeg voldoening te hebben. Het welgekende geluid van de kettingzaag klonk weer. Vinger twee was aan de beurt. Ik zag hoe mijn vrouw probeerde te schreeuwen, alleen met weinig resultaat door het doek dat nog steeds in haar mond was gepropt. ‘Welke psychopaat doet zoiets?!’ had ik gedacht. Ik was machteloos. Ik kon enkel toekijken hoe de man steeds meer vingers van mijn vrouw afzaagde. Inmiddels was alles wazig voor mij. Ik had al dertien minuten gekeken hoe de gijzelnemer zorgvuldig ledematen van mijn vrouw afhakte. Er werd hard geklopt op mijn deur. Het geluid zoog me weer in de realiteit. Ik had geen energie om op te staan, ik kon het niet. Uiteindelijk hoorde ik een hard geluid alsof mijn huis werd binnengestormd. Ik draaide mij om, een man met een zwart uniform, een kogelvrije vest en een zwaar wapen in zijn hand stond in het deurgat. ‘U staat onder arrest, meneer’ had de man in het uniform gezegd.

Nova
18 0
Tip

Simulatio

Ik rende, harder dan ik ooit had gedaan. Ik hijgde, kom op het is niet ver meer. Ik keek regelmatig achter me maar herinnerde me niet meer waarom ik dat steeds deed. Ik moet verder, hou vol zei ik tegen mezelf om m'n moed te behouden. De straten waren donker, het voelde zeer grimmig aan. Hier en daar was er een lantaarnpaal die oplichtte. Ik rende verder terwijl mijn ademhaling langzaamaan weer op normale gang begon te gaan. 'Gehaast?' zei een stem achter mijn rug. Ik verschoot en viel op de grond. Wat deed een man zo laat op straat? Toen besefte ik dat hij me hetzelfde kon vragen. Ik keek de man aan. Een deel van zijn gezicht was verborgen in de duisternis. 'W-w-wie bent u?' vroeg ik stotterend. De man keek me met een moordende grijns aan. 'Doet dat er toe?' had hij gezegd. Ik wou weg, de man gaf mij een angstig gevoel. Ik besloot om rechtop te gaan staan en maakte aanstalten om weg te lopen van de vreemde man. Hij hield mij tegen. Zijn gezicht was nu volledig zichtbaar door het licht van de straatlantaarns. De ene helft van de man zijn gezicht was bedekt met brandwonden, door de andere helft liep een groot litteken. Ik wist dat ik in gevaar was, de man was in geen enkel geval te vertrouwen. 'Zou hij tot hen behoren?' dacht ik terwijl ik de grijns van de man aankeek. 'Ik moet eigenlijk uhmm... Naar huis' besloot ik te zeggen. Hij keek me nog steeds aan met die moordende lach. Ik moest iets doen, de man zou mij niet zomaar weg laten gaan. De straat was leeg, we waren de enige. Kom op, er moet een manier zijn... Schoppen in de ballen misschien? Hoofdstoot? Ik deed niets, de man leek iets te grijpen uit zijn jeansbroek. Het was een mes. Verdomme, hij had een mes en ik kon me op geen enkele manier verdedigen. Hij keek me aan en zwaaide met het mes in zijn vingers. 'Kom met me mee' sprak hij. Shit, ik moet wel met hem mee. Ik had het gevoel dat hij me anders hier ter plekke zou neersteken. 'Volg mij' zei de man koeltjes. Ik wist dat ik niet anders kon dus volgde ik hem door de donkere straten. Ik durfde de man niet meer aan te kijken. Er was nog steeds niemand op straat, het voelde alsof mijn dood steeds dichter kwam. We sloegen een steegje in. Het liep al snel op een dood einde. We stopten net voor het einde aan een deur waarop een kruis in het rood gemarkeerd was. De man nam een bos sleutels uit zijn zak en opende de deur, mijn hart begon harder te slaan. Hij toonde met zijn arm dat ik als eerste binnen moest gaan. Voor even had ik gedacht dat hij een ober was in een 5-sterren restaurant. Ik liep naar binnen met weinig aarzeling. Het was er ook pikdonker. Er was enkel een trap die neer beneden ging naar een soort kelder. De man was nu ook naar binnen gelopen en ik hoorde hoe hij de deur dichtsloeg en sloot met de zijn sleutels. Ik was in de val en kon nergens meer geen. Hij nam mijn schouder vast en begeleidde mij naar beneden terwijl hij zijn aansteker nam om de gang te verlichten. Nadat we langzaam de trap waren afgegaan, waren we in een gang beland die zeer goed in een oorlogsbunker zou passen. Links en rechts waren vele deuren te zien, de deuren waren voornamelijk gemaakt van massief staal. Verwonderd vroeg ik me af wat er zich achter die deuren bevond. De man begeleidde mij naar een van die deuren, mijn hart begon nog sneller te kloppen. Wat was hij van plan? Ik durfde de man niets te vragen, ik wist dat hij geen goede bedoelingen met mij had. Hij opende de deur en we liepen een lege kamer in. Er stond enkel een stoel in het midden en een UV-lamp zorgde voor licht. De man ging in de stoel zitten en keek me bloedserieus aan. Hij haalde het mes, waarmee hij voordien mee had gezwaaid, weer uit zijn zak. 'Steek me neer' zei hij koelbloedig terwijl hij het mes aan mij wou geven. Ik voelde een brok in m'n keel, waarom moest ik hem neersteken? 'Doe het of ik steek jou neer' zei hij met een dreigende toon. Ik had geen keus, ik besloot om met mes te nemen uit zijn hand. Mijn hand begon te zweten bij de gedachte ik op het punt stond iemand te vermoorden. Zover ik wist, had ik nog nooit zo'n gruwelijke daad verricht. 'DOE HET' riep de man. Het leek alsof hij zo snel mogelijk dood wou zijn. Ik moest het doen. Ik hield het mes stevig vast in m'n linkerhand, klaar om de man neer te steken. 'SNEL' schreeuwde de man 'IK HEB NIET DE HELE DAG'. Ik moest het doen, het was hem of ik. Ik sloot mijn ogen terwijl er zweet over mijn voorhoofd liep. Mijn hand maakte een rechte beweging naar het hart van de man. Bloed vloeide over mijn hand terwijl ik mijn ogen opende. De man was dood, ik had hem koelbloedig vermoord. Ik had verdomme iemand neergestoken. Ik kon er niet tegen, ik voelde me kotsmisselijk. Ik nam de sleutels van de man en sprintte uit de kamer. Ik keek achter me en zag een zwarte gedaante langzaam mijn kant op komen. Uit paniek liep ik de trap op en opende ik de deur, die nog steeds gemarkeerd was met het rode kruis. De wereld rond mij vervaagde terwijl ik het steegje uit liep. Ik rende, harder dan ik ooit had gedaan. Ik hijgde. Ik verschoot terwijl een man achter me sprak. 'Gehaast?' had de man gevraagd. 

Nova
122 1