Tinne

Gebruikersnaam Tinne

Teksten

De herfst

Als ik aan de herfst denk, komen allerlei clichés zoals vallende bladeren, frisse ochtenden en steeds warmere truien naar boven.Maar bovenal blijkt de herfst het seizoen van loslaten te zijn. En dat doet me denken aan een ander soort loslaten waar we allemaal weleens mee te maken hebben. Je weet wel.. waar we niet zo gemakkelijk over praten. We doen het ook allemaal op een andere manier: Zo heb je bijvoorbeeld de trompet die als een zelfzekere herfststorm door de bomen raast: luid, aanwezig en onmogelijk te negeren. Hij laat het er gewoon uitknallen, eerlijk en ongefilterd. De bladeren vallen toch, dus waarom tegenhouden? Kortom, de trompet leert ons allemaal een lesje in onbeschaamde authenticiteit. De eenzaat daarentegen pakt het dan weer bescheidener aan en is eerder als een egel die zich klaarmaakt voor zijn winterslaap. Hij zoekt een afgelegen, rustig plekje waar hij niemand tot last is en alles veilig kan laten gebeuren. Maar ook een egel hoor je soms door de herfst stilte heen. Een zacht geritsel is een subtiele herinnering dat hij er nog steeds is. Dan is er ook nog de ontkenner, dat ene koppige herfstblad dat krampachtig aan de tak blijft hangen, ondanks de weersomstandigheden. Het doet alsof het onaantastbaar is en weigert toe te geven dat de herfst eraan komt. Maar vroeg of laat valt ook dit blad. En dan, dan ligt het net zo plat als al de rest. Een stilzitter is als een dam van bladeren en takken in een herfst beek die een sterke waterstroom probeert tegen te houden. Het water hoopt zich op en duwt steeds harder tegen de natuurlijke barrière. Uiteindelijk breekt er toch een straal doorheen, waardoor alles in beweging komt. De vraag is dan: Wat heeft die dam eigenlijk nog voor nut? De laatste - en misschien wel de ergste - is de stille stinker. Een mysterieuze mist die op een frisse herfstochtend plotseling opduikt. Geen geluid, geen aankondiging, alleen een geur die genadeloos toeslaat. Het is vergelijkbaar met een rotte appel die tussen de mooi gekleurde herfstblaadjes verborgen ligt. In alle anonimiteit aanschouwt hij glimlachend de reactie van zijn omgeving. Of jij in de herfst nu een trompet bent of een stille stinker, uiteindelijk hoort het erbij. Net zoals de bladeren vallen in de herfst, moet een mens soms gewoon iets loslaten - met of zonder knal. En nu, in wie of wat herken jij jezelf?

Tinne
0 0

Onder de paraplu

Zo’n 30 minuten heeft zij hem laten wachten. Pisnijdig is hij. Precies of hij heeft niets anders te doen. Maar uiteindelijk is ze er toch.. én het is voor de goede zaak. Ze haalt een plastiek zakje naar boven dat ze zorgvuldig op de bank legt en op gaat zitten. Daar had hij beter ook aan gedacht. Zijn broek heeft ondertussen de koude, vochtige plas water van op de bank helemaal opgeslorpt. Zoals afgesproken zwijgen ze een vijftal minuten en staren ze voor zich uit. Hoewel de regen al een tijd gestopt is, blijven ze zich krampachtig verstoppen in de holte van hun paraplu. Elk aan een uiteinde van de bank. Met gekruiste benen en hun vrij hand op hun bovenbeen. Hoe onopvallend ze zich ook proberen te gedragen, hoe opvallender het is. De bijna symmetrische houding wekt een mysterieuze sfeer op en voorbijgangers laten hun blik net iets langer op hen rusten dan nodig. Ogen turen onder de vliezen van de paraplu door naar enkele spelende kinderen. ‘Is iemand je gevolgd?’, doorbreekt ze  de stilte op een fluisterende toon, zonder haar ogen van de kinderen af te wijken. Er komt een koude bries voorbij waardoor ze haar neus wat dieper in haar bonten sjaal stopt.'Nee..’, gromde hij. ‘En al was het zo.. Dan hadden ze het al lang opgegeven, aangezien ik hier al 30 minuten zit.’ Hij werpt een blik op zijn horloge. ‘Ah nee.. Al bijna 40 minuten.’ Zijn stem klinkt zacht, maar de irritatie is duidelijk te horen. Er volgt een korte stilte.'Sorry, ik werd opgehouden..’ Ongemakkelijk schuifelt ze heen en weer. Niet wetende of ze meer uitleg moet geven. De zak maakt een zacht krakend geluid.  Hij weet niet wat ze nu verwacht van hem. Hij zet zich een beetje rechter. Geen goed plan. Zijn onderbroek is ondertussen voelbaar aangetast door het vocht en een koude rilling gleed over zijn lichaam. Kippenvel. ‘Wat ben je nog te weten gekomen?’ Hij wil het liefst to the point komen, hij heeft hier ondertussen al wel lang genoeg gezeten. Ze rolt voor het eerst haar ogen in zijn richting en kijkt voor een ogenblik naar zijn geruite broek. ‘Ja.’, antwoordt ze en wendt haar blik weer af. ‘Ik heb haar gezien.’ Ze slaagt somber haar ogen neer. ‘Is ze oké?’, wil hij weten.Ze zucht. ‘Natuurlijk is ze niet oké!’ Haar stem klonk harder. ‘In dat milieu kan je er misschien lichamelijk wel oké uitzien, maar mentaal ben je een wrak!’ Haar stem bibbert. ‘Ze weet niet eens meer hoe ze echt heet. Iedereen noemt haar Jo.’ Een traan rolt over haar wang. ‘Maar ik heb haar herkend. Zeer zeker!’ Aan de ingang van het park verschijnt een man in kostuum. Ze schrikt bijna onmerkbaar. ‘Euh.. Ik moet weg. Morgen zelfde uur, zelfde plaats.’ Zonder te wachten op een antwoord, staat ze op en loopt ze de andere kant uit. Verbijsterd en niet begrijpend blijft hij achter op de bank. Wat is er juist gebeurd?  

Tinne
18 1