mijn god ik moet plassen - mijn blaas zit vol
van de trappist die ik vlak voor het slapen -
het was een slecht idee voor mijn goede nacht-
rust, maar mijn zachte verslaving
dus sta ik op - stoot mijn knie aan de rand van het bed -
zij kreunt, maar wordt niet wakker - ik klaterwater mijn blaas leeg
zit in het donker op de wc
ik ga nog even langs de kinderen - fluister in hun droomoren
dat ze al zo groot geworden zijn en papa en mama zo snel zo oud
dat ik van hen
heel veel
sluip daarna de slaapkamer weer in en nestel me naast haar
slaap en dromen kan ik nu wel vergeten