Hans Van Ham

Gebruikersnaam Hans Van Ham

Opleiding

Publicaties

Prijzen

Teksten

Postpartum

Ik had op mijn smartphone een afspeellijst gemaakt. Het eerste lied van Allegri klonk snoeihard door de aangesloten box en galmde in de hal. Halverwege het lied zette ik de muziek stiller. Toen ging ik aan de slag. Ik opende Zijn werkkoffer. Er zaten twee soorten schuurpapier in. Het bordeauxrode blad was ruw en het gele was fijner.  Ik streek met mijn vingers over het rode schuurpapier en plooide het in tweeën . De koffer liet ik geopend staan op de vloer van de inkomhal. Boven schuurde ik zorgvuldig rond en op de plaats waar het touw over het muurtje had gehangen. Eerst met het rode, daarna met het gele schuurpapier. Ik blies het stof weg. Beneden viel het op Zijn gezicht en in Zijn haren. Het was zo weinig dat het amper zichtbaar was. In de rekken in de kelder vond ik de plamuurpasta en in de geopende werkkoffer een plamuurmes. Op de tonen van Mozarts Lacrimosa plekte ik alles dicht. Een dag laten drogen en met wat verf zou er niks meer van te zien zijn. Van het ‘Erbarme Dich’ van Bach hoorde ik bijna niets omdat ik toen met Zijn boor een extra gaatje boorde om ook de radiator weer netjes op zijn plaats te krijgen. Dat lukte niet helemaal, maar iemand die niet wist dat hij zo uit de haak had gehangen, zou het niet opmerken, dacht ik. Hij zou het niet beter gekund hebben. Ik smeerde mijn boterhammen voor de volgende dag op het werk en zette een flesje water en een blikje cola klaar. Als ik blikjes uit de automaat in de kantine moest halen, kostte me dat te veel geld en na het bouwen van dit huis stond er niet zo veel meer op mijn rekening. 10 962 euro om precies te zijn. Ik bespaarde waar ik kon besparen.  Ik dekte de tafel voor twee en warmde het beetje pasta op dat Hij nog gemaakt had. Met verse tomaten, zwarte olijven, zoete paprika’s en kappertjes en gezouten spek bij de slagerij Geert in de Stationsstraat gehaald. Van de kappertjes was ik geen fan. Ik viste ze eruit en legde ze op de rand van mijn bord. Hij was er niet meer om ze op te eten, dus kieperde ik de kappertjes in de bak bedoeld voor de kippen van Tara, de buurvrouw. Nu zou ik niet bang meer hoeven te zijn dat Tara Hem zou verleiden. Mijn hart sloeg over als ik dacht aan de keren dat Hij met haar een praatje maakte over de haag. Met een zak chips zat ik tot half tien in de zetel, keek naar ‘Thuis’ en naar een opgenomen aflevering van ‘Person of Interest’. Omdat ik de verwarming had afgezet, koelde het huis af. Het was nog maar zeventien graden. De dikke deken waaronder ik was gekropen, had ik voor Hem gekocht, maar Hij had haar zelden gebruikt. De tekening op de deken stelde een grote blauwwitte vlag van Schotland voor. Om half tien stond ik op uit de zetel, vouwde de deken in drie op en legde het op zijn plaats op de legger onder de salontafel. Naast mijn eigen knalrode fleecedekentje. Ik dronk nog een bodempje whisky. Oban, 14 jaar. West Highland Single Malt Whisky. Little Bay of Caves. Een klein bodempje maar. En dan naar boven, tanden poetsen. Ik stond in mijn cherry print flanellen pyjama voor het lege tweepersoonsbed. De dons lag beneden over Hem. Ik sleurde de matras van de lattenbodem en kieperde hem over het muurtje. De matras plofte boven op Hem.  Ik zette de wekker van mijn smartphone op vijf uur en viel snel in slaap. Met mijn gezicht naar Hem gekeerd. 

Hans Van Ham
8 0

Op reis

“Ben je maar alleen vandaag?” “Hij is op reis.” “Zonder jou?” “Ja, blijkbaar.” “Het klinkt alsof jullie ruzie gemaakt hebben.” “We hebben geen ruzie gemaakt.” “Toch niet te erg, hoop ik, want jullie zijn de kortste weg naar kleinkinderen.” “Pappie!? Stop daarmee.” “Het mag ook met iemand anders, zigeunertje, maar je moeder zou …” “Mammie is dood.” “Hoef je mij niet te vertellen. Dat merk ik nog elke dag.” Ik keek naar Mammies foto op de schouw. Er stond een halve kaars naast. Pappie stak elke avond een kaars aan. De schouwmantel moest dringend afgestoft. Kendy, de poetsvrouw, was te klein om daar goed aan te kunnen en ze ging niet op een trapje staan. Dat deed ze niet. “Heb je nog steeds Kendy als poetsvrouw?” “Dat is zo’n lieve, Petra’tje. Die ga ik toch niet vervangen. Ze kan zo goed luisteren.” “Ze spreekt ééntalig Spaans, Pappie, en ze poetst niet goed.” Ook op de vensterbanken lag stof en in de hoeken op de vloer. Kendy kwam dan misschien uit Venezuela, maar ze poetste met de Franse slag. Je kon exact zien tot waar de ramen gepoetst waren. Het bovenste deel daar kon ze niet aan. “Ben je nog bij je Mammie geweest?” “Nee.” “Vergeet haar niet, Petra. Ze zag jou zo graag. Ik heb pas nog nieuwe bloemen op haar steen gelegd. Ze zijn mooi. Gilberreke van de bloemist heeft ze speciaal voor haar gemaakt. “Je betaalt te veel voor die bloemen, Pappie. Ze profiteren van jou.” “De bloemist mag er toch ook iets aan verdienen. Ga gewoon een paar keer bij je Mammie langs, daar wordt ze gelukkig van.” Ik zuchtte en vroeg of hij koffie wilde, terwijl ik naar de keuken stapte, waar de koffiekan nog in de machine stond. Hij had hem veel te straf gezet. Dat hij nog geen last had gekregen van zijn maag, was een wonder. De hele dag door. Ik goot de kan leeg in de thermos. Dat was nog steeds dezelfde thermos als toen ik klein was. “Doe maar met.” “Pappie! Het is half elf ’s morgens.” “Eéntje per dag, meisje. Eéntje.” Ik nam de aarden kruik ‘witte’ uit de barkast en goot een klein scheutje in zijn mok. “Nog.” Ik kletste er een klein beetje bij. “Doe het fatsoenlijk of ik doe het zelf.” “Hier, doe het dan maar zelf.” En hij goot er een flinke scheut bij. Ikzelf verdunde mijn koffie met ongeveer even veel melk en een half klontje suiker. Pappie zette de fles terug in de barkast. Hij hoestte en schraapte zijn keel na zijn eerste slok. Al meer dan tien jaar leefde hij zo. Sinds Mammie overleden was aan die stomme kanker. “Ben je gelukkig, meisje, je ziet er zo bedrukt uit? Als je met die ruzie in zit. Dat maakt niet uit. Je mammie en ik hadden ook ooit ruzie, maar we legden het altijd bij voor we gingen slapen. Nooit bij elkaar in bed kruipen voor de ruzie opgelost is. Dat nooit.” “Dat is het niet.” “Ik ben ook eens een keertje drie weken naar Amerika geweest, voor opleiding van het werk, en toen heb ik je Mammie gemist, heel erg. Dus Hij zal je ook wel missen.” “Denk je?” “Ja. Zeker weten. En wij hadden nog geen telefoons. Drie weken was echt drie weken. Tegenwoordig.” “Hij heeft zijn telefoon niet mee.”  “Echt. Nu ja. Typisch Hem. Al die computers en smartphones dat was niks voor Hem. Dat zei Hij toch altijd. Je hebt er natuurlijk ook ‘ne speciale’ uitgekozen.” “Hoe bedoel je?” “Hij kan hier aankomen en koffie drinken en zonder iets te zeggen na een half uur weer vertrekken.” “Komt Hij hier zonder mij?” “Ja, hoor, minstens een keer per week. En Hij heeft van die dagen dat hij dus absoluut niks zegt. Of ja, toch zo goed als niks.” “Dat wist ik niet. Nu ja, maakt ook niet uit. Wel attent van Hem.” “Attent, ja, spraakzaam, nee. Daarmee, het verbaasde me dat Hij er niet bij was. Ben je al weg? Je moet toch pas om twee uur op het werk zijn. Je kan hier een boterhammetje mee eten, meisje, je weet dat ik niet graag alleen eet en ik eet al zo veel alleen. Zullen we een kaartje leggen?”

Hans Van Ham
8 0