de bodem is volkomen vlak
dit nachtkastje
het leeft zowaar in evenwicht
ergens moet de duisternis
die deemstering
voorzichtig kunnen groeien
kies dit zwart het is mijn kleur
geloof mij maar
verf in potten uit zich niet zo snel
de lade van dit meubeltje
probeert zeer vaak
een landingsbaan te zijn
vleugelloze spoken meestal
zonder wielen
blijven dalen stoppen hier
ik steek twee diepe vingers
in die schepsels
knijp de slokdarm uit hun keel
dit nachtkastje is zelden moe
dat ergert mij
die engelen zijn zo beroerd
als ze weer gaan dromen en
dat wit verschijnt
kropt die lade alles op
hoe verwek ik lieve leegte
echt ik worstel
met de armen van een grijs geruis
ik wil de nacht rustig beminnen
allerliefste
nachtkastje, ik ben je trouw
straks bevrijd ik warmte
uit dat hout
ik ontdoe je van jouw lak en lijm
alles voor die hergeboorte
van dat zonnekind
maandag
in die schuif
uit de reeks 'Metamorfine'