Bernd Vanderbilt

Over Bernd Vanderbilt

Het verzameld werk van Bernd Dimitri Ivan Vanderbilt heet NEGLEGENDA en is enkel te lezen op Azertyfactor. Het bestaat uit gedichten en verhaaltjes, opgedeeld in deze reeksen :

'Over eelt en zurkelteelt'
'Majnun, het gebrabbel van een gek'
'Kleinood'
'Alfred frietkabouter'
'Reizen met Ricky'
'Ignace Somers'
'Hormonoloog'
'Waanhoop'
'Roeland Wittebolle'
'Dialogen met monsters en dia's'
'Duim voor Dimitri'
'Residu'
'Duivelsverzen'
'Schrijfoefeningen voor de dood'
'Metamorfine'
'Foute titelatuur'

Opleiding

Niets, nada.

Publicaties

Het verzameld werk van Bernd heet NEGLEGENDA en is enkel te lezen op Azertyfactor. Het bestaat uit gedichten en verhaaltjes, opgedeeld in deze reeksen :

'Over eelt en zurkelteelt'

'Majnun, het gebrabbel van een gek'

'Kleinood'

'Alfred frietkabouter'

'Reizen met Ricky'

'Ignace Somers'

'Hormonoloog'

'Waanhoop'

'Roeland Wittebolle'

'Dialogen met monsters en dia's'

'Duim voor Dimitri'

'Residu'

'Duivelsverzen'

'Schrijfoefeningen voor de dood'

'Metamorfine'

'Foute titelatuur'

 

'Rabarbergeknaag' uit de reeks 'Hormonoloog' werd getipt door Tom Naegels.

Het kortverhaal 'Erf te koop met erfgevoel' uit de reeks 'Over eelt en zurkelteelt' verscheen in Verzin jaargang 10 nummer 4 met commentaar van Vitalski.

'Schaamvissen en ochtendzweet' uit de reeks 'Majnun, het gebrabbel van een gek' werd getipt door Jeroen Boone.

'Sanguisorba' uit de reeks 'Residu' werd getipt door Geert Briers.

Het gedicht 'Diepvriesvrees' uit de reeks 'Majnun, het gebrabbel van een gek' verscheen in Verzin jaargang 17 nummer 3 met commentaar van Vitalski.

'Peperbollen op de bodem' uit de reeks 'Kleinood' werd getipt door Siel Verhanneman.

'Ze zijn geknoopt, Mevrouw' uit de reeks 'Waanhoop' werd getipt door Sophie Siersack.

'Een egeltje vervelt' uit de reeks 'Kleinood' werd getipt door Daniel Billiet.

'Navelbreuk' uit de reeks 'Waanhoop' werd getipt door Joke Van Leeuwen.

'In het bos' uit de reeks 'Kleinood' werd getipt door Michiel Leen.

De 'Brieven aan Layla' uit de reeks 'Majnun, het gebrabbel van een gek' werden getipt door Inge Sleegers.

'Lambiorix', misschien enkel pagina 1, werd getipt door Ann De Craemer. 'Lambiorix' is een kortverhaal uit de reeks 'Roeland Wittebolle'.

'Hartzeer' uit de reeks 'Waanhoop' werd getipt door Ann De Craemer.

'FC Pol Pot' uit de reeks 'Waanhoop' werd getipt door Xavier Roelens

Prijzen

Nougatbollen, ooit een goudvis op de kermis.

Teksten

Gans anders

  het glas is gefumeerd rook deinst immers nooit terug voor natte ogen   ik zou zowaar een brilletje uitkiezen de montuur mag zelfs  een beetje liegen ging een winkelstem beweren   het glas is gefumeerd alles wordt dan vredig warm jongeman, het is echt waar haard en kaars zij voelen dat zij prevelen verward adem nog een keer die lauwe lucht verdwijnt rook deinst immers nooit terug voor natte ogen   druilerig zo wordt nooit meer een dag een uil zag het gebeuren lang geleden vochtig was het raam druppels durfden rollen naar een diep verdriet   luister toch, meneer we hebben ze in vele kleuren zou dat vroom verkooptalent vertellen mij geloven laten dat het inzicht vurig rood kan worden voel de steun is goed bij alle neuzen zelfs de reuzen zien de rampspoed komen   gelukkig hebben zij mevrouw en ik bedoel die realisten reeds de visjes op het droge terwijl ik dat gevoel hoe fris condens kan zijn nooit meer zal vergeten bovendien hoop ik oprecht dat in die dode zijarm nog wat kikkers zullen leven dat die vizioenen over waterlelies  nachtmerries verjagen kunnen   ik weet dat ook bij nacht dan worden zij bevrucht het zijn het waren rare bloemen toch wil ik dat u nu kiest   op de tast zal het niet lukken ook al koester ik die oude vlammen tamme eindes van de storm dit wordt een nieuw begin   je raakt eraan gewend de trend wil dat het mag een beetje wild parfum verovert dromen sterren sparen niemand nog alle vis is tegenwoordig voorgekookt de blik wordt scheefgetrokken door een rare drang zonder wierook huldigt men hetgeen in harten smeult en wat brillen betreft het glas hoort gefumeerd het hoort ook alles wat u denkt terwijl het noodlot wordt verdacht van prille vonken   ik weet dat ook, mevrouw bij nacht dan worden zij bevrucht ik zou dat toch een keertje willen uitproberen glas fumeren op een kille dag       uit de reeks 'Foute titelatuur'                

Bernd Vanderbilt
4 0

Dankzij de geit, dank zei de tijd

  ik heb geen tijd, geen reisplannen ik heb geen braadpannen die in een kast liggen te hunkeren naar vlees   er is die bunker op de hoek van deze straat waarin een oorlog zich verschuilt dapper onkruid groeit op het beton   zover ik weet, zo ver mijn oog kan zien achter de horizon ligt er geen zuiver continent waar men de ziel verwent men niet meer huilt   in de brochure van corendon heeft iemand de zon te vrolijk ingekleurd proberen prenten prijzen mensen te verleiden   het is een paarse koe die zich straks slachten laat in zwitersland verafgelegen bergen zullen dat verbergen   onnozelaar, wie schrijft zoiets, geen kat zal willen vallen waar dit puntje staat   wat rest is altijd overschot een kogelhuls die ledigheid aanvaardt zich zelden zorgen baart over het nut   proef nog eens, gij monstertong van onschuld en de dagen zonder ondergang   toekomst koestert nochtans hoop zover ik weet, zo ver de echo reikt achter die heuvelrug luistert het dal waar niemand rust omdat een kind met krijt een fenix zonder oren heeft getekend   ook de muren willen niet vertellen hoeveel vellen slangen daar verloren   proef nog eens, gij monstertong want het verleden bloedt nu toch en uit zijn anus druipt machteloos bruin   het is een michelinster die de nacht verlicht zacht zijn de matrassen voor soldaten zomersolden maken echt geen onderscheid   binnenkort slaapt alles toch omdat niemand lang zal volhouden het is een geit die tijdig door de kabels bijt en de verbinding schoon verbreekt het is voorbij       uit de reeks 'Reizen met Ricky'

Bernd Vanderbilt
7 0

Verzamelde gevallen

  Nu er zo veel doden zijn. Onder de strijders. Onder de voorruitvliegen. Ook onder de zoden en onder de bomen liggen noten stil te drogen. Het komt door die vlammenzee. Door die golven. Door die wolven. Water en vuur. Alles en iedereen. Het komt terug. Christus als een brandweerman. De oerknal wordt een vuurwerkfeest.. Vrees niet. Vecht voort. Loop over dit koord. Vermijd de val. Wacht er iets gespannen op geluk en beterschap? Verzamelde gevallen. Getallen die zich niet gewonnen geven. Het lot. Onvermijdelijke zonsopgang en lottoballetjes. Ze stuiteren verblind. En dit alles. Terwijl hij daar zit. Het is een kikker met een roze parasol. Twijfel op een zwembadrand. Larven of toch maar die zeer magere muggen. Straks. Dan komt die bange vlucht. Wees jezelf. Wees geduldig. Weet alvast dat vele satellieten observeren. In het rapport aan de systemen staat de boel beschreven. Echt. Er zijn geen zwarte vlekken meer en vlinders van de onschuld wachten zelden op de eerste sneeuw. Leef nu. Word blij. Kruip niet diep. Volg de mol niet langer. Staar niet in de blik van regenwormen  Gelukkig wordt het alziend oog nu dichtgeknepen. Tranen worden schoon bewaard. Tot die rooklucht is verdreven. De einder plooit gerust. Het ochtendgloren en het licht. Zij keren altijd weder. Die strijders evenzeer en achter deze heuvelrug broedt er een phoenix op een koppig ei. Het geel. Het groen. Het beukenland. De kikvors op een modderpad. Het komt terug. Gelijk een hik die zich herhaalt omdat het kriebelt in de keel van elke toekomst. En. Er was eens. Dit sprookje. Die veel te korte zonsverduistering. De brandweerman. Hij wrijft zich in de stoppels, in die milde baard. Ja. Het gaat weer zo verduiveld snel. Van levend naar de dood. Van geboorte tot opnieuw kreupele hoop. Er was eens. Een voorruitvliegje. Die snelweg door de vlammenzee. Een noodopvang voor wandelende takken. Er was die kans om te verdwalen in dat bos met wolven die het huilen zouden leren van de maan. Zij joegen niet meer op dat mensenkind met dolle sproeten. Het mochten daar drijven in die rubberband. Straks begint die barbecue. Proef die kikkerbillen. Koteletten van een edel schaap. Schelpen zijn er vol met parels voor een vrouwenhals. Schenk maar in. Tot slot. Twee vingers schuim. Ja goed. Een Mort Dubite. Nu die rooklucht is verdwenen.     uit de reeks 'Waanhoop'      

Bernd Vanderbilt
5 0

Kuikenzweet

  Die broedlamp. Hij mag uit. Binnenin leeft alles flink en dapper. Het zijn kuikentjes vol moed. Daarenboven. Alle chocolade-eitjes in verdwaalde paasklokken. Ze zijn reeds lang gesmolten. En Ikaros. Hij viel uit de lucht. Kort na vertrek. Er is niets ergs gebeurd. Nog zo'n zinnetje dat graag zou willen woekeren en ja. Oh. Zonnegod. Het is best heet. Vurige vlinders genieten. Het water vreest volledig te verdwijnen en roze varkentjes. Ze dragen buiten bruine jasjes. Want de zon. Zij moet misleid worden. De drie biggetjes. Zij moeten al geblakerd lijken. Voel. Dit zand. Het is onbevreesd. Immers. Glas. Het ontstaat glas zo snel nog niet en zwarte piet. Hij woont gewoon in Afrika. Historische vergissingen. Ze stapelen zich op. Moet de uil zich zorgen maken? Zolang gin van tonic houdt. Zolang tonijn zich redden kan en de konijnen elkaar vinden om in holen aan die zachte vacht te voelen. Alles is plausibel. Ook dat een lichaam moedig is om te weerstaan aan liefde onder louche lampjes achter wankele façades. Niet dat ik over malse huizen mijmer wanneer ik het rode licht trotseer en dat groen. Het heeft een rare schijn. Het droomt misschien van blauwe algen. Zeeën vol met appelen die zich niet laten opslokken door storm of puur azuur. Zeemeerminnen eten langzaam. Zelden fruit. Zij stammen ook niet af van Eva. Of toch. Was zij ontrouw? Heeft zij overspel gepleegd met een dolfijn terwijl de zeepaardjes verlegen zwegen? De onderwaterkoets kwam aangereden. Heeft Eva naar dat adembenemende adamloze eiland gebracht. Waar zij beviel van vele zeemeerminnen. Ook van één Neptunus. Dat is lang geleden. Er was eens. Toen we nog dromen durfden van dingen die eigenlijk niet mochten gebeuren en de waarheid schaduw zocht. Zij wilde niet verdampen in de hitte van die waanzin. En ik hoop het echt. Beste kuikenkweker. Hoeder van dit geelgevlekte dons. Ik probeer het. Dit moet volstaan als toelichting. De broedlamp. Hij mag uit. De eieren. Zij voelen dat. Zij leven mee met al wat zweet.     uit de reeks 'Over eelt en zurkelteelt'

Bernd Vanderbilt
7 0

Kruipolie is rood

  Het strompelt nog. Tragedies beten stukken uit de ziel en een geweten nipt gelaten aan een glas ontsmettingsalcohol. Het bloedt nog als een boom te ruw gesnoeid en in een hol slapen de wilde honden die het leed zomaar verdragen. Noodlot. Kruipolie. De zure regen. Samen onderweg naar morgen. Naar die rituelen. Het is de tijd die steeds een offer wil. Ergens in het droge Beukenland poogt een kikker zich te redden. Dorre dagen wachten want het sluimert stil. Hoop in bange dagen houdt nog vol. Rupsen van de argwaan sluipen door het stof. Het voelt gelijk een huid die scheurt. Alsof een adamsappel opgegeten wordt. Antwoord mij. Snijdt men altijd alles open? Bibbert elke dokter zo wanneer het laatste mes hem zoekt? Zolang het strompelt wel. Het is niet meer dan maanlicht dat weer struikelt over woorden en nooit antwoordt op die zwarte vragen. Ja. Het is echt eender  Het is helemaal gelijk hoe men een wonde kust, zolang je maar een vlinder bent die branden durft. Het is misschien een dapper levend lijk dat naar de vliegen lonkt. Zolang de maden nog geboren moeten worden, kan het vlees zich weren. Zolang men blijft proberen, strompelt naar de bar en voor de schuld van morgen nog twee shotjes bijbestelt. Doe maar. Ja. Gelijk altijd. Ontsmettingsalcohol.  Een portie zwarte pitten voor mijn adamsappel. Kruipolie of zure regen.  Vlindermoed en vagevuur. Mag ik nog iets vragen? Antwoord mij. Hoe lang is dit al aan de gang, nadert nooit een einde, wordt er in die beelden niet geknipt? Willen die tragedies nooit eens rusten, waarom zijn die rupsen bang, waarom is de tijd zo loom, te lam om te verdwijnen in het avondrood?       uit de reeks 'Over eelt en zurkelteelt'                

Bernd Vanderbilt
6 0