Afmaken

8 feb 2026 · 41 keer gelezen · 3 keer geliket

Ik schrijf gedichten.
Dat is iets wat ik doe.
Dingen laten borrelen en ze met taal ergens parkeren zodat mijn hoofd niet overloopt.

Soms, heel soms, zo twee keer per dag, krijgt mijn hoofd ideeën. Grote.

Dan denk ik bijvoorbeeld: 'Allez vooruit. Ik maak een gedichtenbundel.' De gedichten zijn er. 
Ze liggen in mapjes. 
Sommige zelfs met een datum.
Alsof ik een schrijver ben met een echt plan.

Ik heb ze herlezen.
Verbeterd.
Nog eens verbeterd.

Een komma verplaatst, wat in mijn hoofd gelijkstaat aan literaire maturiteit.
Ik ben content. Trots zelfs.

Maar tussen trots en doen zit uitstel.
Uitstel met argumenten.
Uitstel in kamerjas.
Uitstel dat zegt: 'Ge zijt nog aan het groeien.'

En dan zegt hij:
Lieveke, wanneer ga je jezelf eens een plezier doen en die bundel afmaken?

Hij kan dat zeggen. Hij zegt dat rustig. 

Maar hij zegt: leg uw ei.
Ik hoor: doe eens moeite.

Hij zegt: ge gaat dat goed doen.
Ik hoor: dit wordt gênant.

Hij zegt: het mag er zijn.
Ik hoor: nu gaan ze kijken.

Hij zegt: het is klaar.
Ik hoor: nu kunt ge niet meer terug.

Want afmaken betekent ook: het uitmaken.

En ja, zelfs dat andere.
Afmaken zoals ge een hond af maakt.

Ik weet dat ik overdrijf.
Hij is zachtheid. Gelijk The Bodyguard. 
Ik ben rampenfilm. Ja, eerder de Titanic. 

Maar die schrik is echt.

Dat een bundel afmaken betekent dat hij niet meer veilig bij mij ligt.
Dat ik mezelf tentoon leg.
Ongefilterd.
Zonder bijsluiter.

Dat iemand zegt: prachtig.
Dat iemand zegt: meh.
Dat iemand zegt: ik snap het niet.
Dat iemand het niet uitleest maar wel een mening heeft - ik weet nu al wie.

En trouwens.... Voor ge iets afmaakt, vraagt ge het aan. Zo gaat dat! 

Ik ben al maanden aan het aanvragen.
Intern loket.
Nummerke trekken.
Formulier B vergeten.
Terugkomen met bewijs dat ik besta.

Maar afmaken? Dat is tekenen. Dat is zeggen: oké. Pak maar mee.

En ik weet nog van vroeger hoe dat ging. Dan was afmaken nog intenser! 

Ik was zestien. En ik ging het afmaken met Steven.

Steven was al namen voor onze kinderen aan het verzinnen.
Praktisch ook.
Welke auto.
Of de hond binnen mocht.

Ik wou gewoon niet meer tongzoenen. Of ja. Misschien wel. Maar niet met Steven.

En ik had niet het fatsoen om dat eerlijk te zeggen.
Dus deed ik wat ik altijd doe wanneer helderheid te veel verantwoordelijkheid vraagt:

ik maakte er een opera van.

Ik kwam aan met een gezicht alsof ik drie landen moest ontvluchten.
Zucht. Tranen die nog niet bestonden maar zich al aanmeldden.
Ik sprak in metaforen.
Over ruimte nodig hebben.
Over mezelf zoeken.
Over groei.

Ik groeide vooral richting uitgang.

Steven stond daar.
Open.
Lief.

Hij vroeg: is het gedaan?

En ik gaf hem mist.
Bijlagen.
Voetnoten.

Voor mij was het al weken gedaan.
Voor hem begon het gesprek nog.

Dat is afmaken.

En misschien is dat waarom die bundel zo weegt.
Omdat ik hem eerst moest aanvragen 
en nu moet zeggen: hier, pakt hem maar.

Ik maak daar natuurlijk een spektakel van.
Wind. Muziek. Internationale aandacht en kans op een Oscar.

En hij zegt dan zacht: “Als ge het niet afmaakt, blijft ge voor altijd aanvragen.”

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

8 feb 2026 · 41 keer gelezen · 3 keer geliket