Over Katrien Daniels

Katrien Daniels schrijft omdat zwijgen te veel lawaai maakt.

Ze beweegt zich tussen poëzie en proza en heeft een voorliefde voor het alledaagse: keukentafels, liedjes op de radio, momenten die pas later betekenis krijgen. In haar teksten is er ruimte voor humor en rafels, voor verlangen en twijfel, voor wat schuurt en toch zacht wil blijven.

Ze schrijft over liefde in al haar onhandigheid, over wachten, missen en opnieuw beginnen. Niet om antwoorden te geven, maar om beter te kijken, langer te blijven en iets vast te houden voor het verdwijnt.

Naast het schrijven is ze actief in de culturele sector, waar ze luistert, programmeert en woorden zoekt voor wat nog geen vorm heeft.

Teksten

Jurgen. Of Gunther.

Ik noem hem Jurgen.Of Gunther.Eerlijk: ik weet het niet helemaal zeker. Ik vraag me al langer af waarom die twee namen zo vaak door elkaar gehaald worden.Gunther en Jurgen.Beiden Duits.Beiden met een u en een n.Beiden klinken degelijk.Dat soort degelijk dat niet vraagt hoe het met u gaatmaar wel weet hoe je een WC ontstopt en een hallogeenschijner vervangt. Maar dus Jurgen. Dat is zachter. En dus beter passend bij hem. Jurgen draagt een werkmanspak.Oranje fluo. Niet om gezien te worden maar omdat hij anders niet gezien wordt. Op zijn hoofd een muts met een ingebouwd fietslicht.Of een wandellicht. Iets praktisch. Jurgen en ik hebben een gelijkaardige interne klok. We ontmoeten elkaar elke ochtendwanneer ik naar het werk vertrek. Altijd hetzelfde uur. Altijd dezelfde stoep. We zeggen goedemorgen. Niet groots. Niet enthousiast. Gewoon juist genoeg. Vandaag sneeuwt het. Veel. Ik wil op tijd vertrekken en net wanneer ik licht onelegant uitglijd bij het wegleggen van de PMD-zak die gisteren niet werd opgehaald, hoor ik het vertrouwde: ‘Goedemorgen’. Het is Jurgen. Vandaag praat hij wat meer dan anders. Of hij  zich afvraagt of ze vandaag wél gaan uitrijden."Gisteren niet, hé", hij schudde zijn hoofd en keek vol overtuiging naar de besneeuwde straat. Nu pas kan ik de link leggen tussen mijn PMD-zak en Jurgen zijn werkplunje. Ik zeg 'Ah nee' en wijs naar mijn PMD-zak. Dat is een kort gesprek. Maar wel eentje met inhoud. Ik zeg: “Dat zal moeten lukken vandaag, want het gaat meer sneeuwen dan gisteren." Ik vraag of ze ook meenemen zonder compensatiestickers. Want de zakken zijn duurder geworden. Er moeten stickers op. Die stickers zijn niet beschikbaar. En Dendermonde is collectief in paniek. Online lees ik meningen. Veel meningen. “Dat ze het expres doen.”“Dat het schandalig is.”“Dat iemand “zijn job niet kan”.”“Dat het vroeger beter was.”Altijd vroeger. Iemand roept dat hij zijn afval nu “in Brussel gaat dumpen”.Iemand anders zweert bij verbranding in de tuin“zoals mijn grootvader dat deed”.Er wordt gegoogeld naar wie verantwoordelijk isen meteen ook naar wie ontslagen mag worden. Ik lees dat en denk: “Amai, wat een luxe, zoveel verontwaardiging over een zak." Ik heb ook een mening. Maar ik hou die klein. Ik probeer dat toch, met wisselend succes. En ik schrijf ze niet zo snel. Liever het gesproken woord.  Jurgen geeft me een de gelijke uitleg.“Op de blauwe zakken niet. Op de gele wel. Aan de GFT-bak: ofwel drie stickers ofwel een nieuwe. PMD blijft hetzelfde." Het is duidelijke taal, zonder hashtags. Ik ben er, ondanks de sneeuw, vlot geraakt deze morgen. De banen lagen er goed bij. Terwijl ik mijn mailbox open en mezelf verder in de dag sleur, sneeuwt het onophoudelijk.  Ik denk aan Gunther. Nee... Jurgen. Ik zie hem voor me, bij hem thuis, waar dat ook moge zijn. Warme chocomelk.Een sciencefictionfilm met een te ingewikkelde titel en een einde waarbij een onbekende planeet net niet gered wordt. Ik denk aan mensen met meningen.En aan mezelf, die daar weer iets van vindt. Maar vooral denk ik: dit is hoe een jaar mag beginnen. Met iemand die gewoon elke dag zijn ronde doet speciaal voor ons (behalve als het echt te fel sneeuwt), lichtje op de muts, uitleg op zak. En dat ik hem stiekem mijn nieuwe vriend mag noemen. En dat ik voor hem maar al te graag een extra compensatiesticker plak Jurgen.Of Gunther. Ik denk Jurgen.

Katrien Daniels
8 3

De verdwijning van Victorie

Katten sterven niet.Katten verdwijnen. Ze zoeken een plek. Een kier waar niemand kijkt. Onder iets, achter iets, uit de weg. En daar gaan ze zachtjes dood. Dat zeggen wij, omdat sterven te groot klinkt voor iets dat zo weinig ruimte inneemt. Victorie is gisteren verdwenen. Ze had van bij de geboorte iets eigenaardigs.We denken een beperking. Ze wandelde in slowmotion, alsof de wereld altijd net iets te snel ging voor haar. Miauwen kon ze nauwelijks. Meer een poging dan een geluid. Ze was vaak afwezig, alsof ze er niet helemaal bij hoorde. Of al wist hoe je dat doet: een beetje niet hier zijn. Victorie leerde van Rudy wat het was om bij een roedel te horen.Honden weten dat. Dat je gezellig doet als iedereen er is. Dat je blijft liggen waar de warmte zit. Katten weten dat niet vanzelf. Die doen hun eigen ding. Maar zij keek naar Rudy. En leerde. Dat je op oude dagen niet verdwijnt naar boven of onder een bed, maar midden in de kamer gaat liggen. Zichtbaar. Aanwezig. Bij ons. We wisten dat het haar laatste dagen waren.2026 zou een mirakel zijn geweest. En toch: 1 januari was ze er nog. Het huis rook naar eten. Restjes. Overschot. Een beetje alles door elkaar, zoals dat gaat op nieuwjaarsdag. We waren stiller dan anders. We aten, maar keken vooral. Waar ligt ze? Ademt ze nog? Is dit het moment?Ze lag midden op de mat. Niet in de weg — dat deed ze nooit — maar ook niet verstopt. Oud. Stil. Versleten. En toch: erbij. Victorie kwam hier ooit binnen als cadeau.Eerste communie van mijn oudste zoon. Ongevraagd. Nog nooit zo kwaad geweest op iemand met een strik rond een doos.Je geeft geen levend wezen cadeau. Zeker geen kat. Zeker niet aan een kind. Maar qua return on investment: een topcadeau.Noch de fiets, noch de Nintendo — fluogroen, dat was toen mode — haalden de zeventien jaar. Victorie wel. Ze bleef. Door alles heen. Ze zag een huis dat zich vulde.Ze zag feestjes. Chaos. Lawaai.En later zag ze een huis dat langzaam leegliep.Scheiding. Pubers. Gesloten deuren. Stiltes die bleven hangen. Zij keek.Niet oordelend. Niet troostend. Katten doen dat niet.Ze registreerde. Ze was een goed doel op zichzelf. Wat mij het meest fascineert, is hoe een kat verdwijnt.Wij vinden dat zielig. Alsof ze ons achterlaten.Maar misschien is dat net de ultieme consequentie van kat zijn. Foert zeggen. Niet met drama. Niet met afscheid.Gewoon: het is goed geweest. En wat ze nalaat, is klein.Een kattenbak die er nog staat.Een leeg eetbakje.En nog voor een tijdje: zwarte haarplukjes op plekken waar ze graag lag. In een hoek. Op een trui. In het licht. Alsof ze nog even wil zeggen:ik was hier.ik heb gekeken.en nu ga ik. Zoals katten dat doen.

Katrien Daniels
51 2

Het jaar van de wortelsoep

De ochtend na oudjaar 2026. Nog wat moe. Niet alleen van het feest, maar van die innerlijke klok die na je veertigste plots vindt dat hij het beter weet dan jij. Acht uur is dag. Punt. Of het nu 1 januari is of niet. Oudejaarsavond zit nog ergens in mijn lijf. ‘Hoe heb je gevierd?’ Zo’n vraag die mensen nonchalant stellen, in de veronderstelling dat oudejaarsavond per definitie legendarisch is. Spoiler: not. ‘Bij vrienden,’ zeg ik.Dat kan van alles zijn. Dat kan klinken als een vast stramien waarin iedereen al weet wie wat maakt en hoe er altijd wel iemand dezelfde frats uithaalt. Zoals Luc, die elk jaar net iets te vroeg begint te tellen en dan verongelijkt is omdat niemand mee wil.Het kan evengoed klinken als een chic feest met pailletten, glitters en kleren waarvan ik mij elk jaar opnieuw afvraag wie daar effectief geld aan geeft. Maar goed, hé. Dat mag. Ik vind het gewoon verloren geld. Deze bij vrienden was anders. Spannend zelfs. Het was de eerste keer dat we niet met familie vierden. De kinderen vieren al lang elders. De feesttafel was jaar na jaar kleiner geworden.En laat ons eerlijk zijn: ik kan veel dingen alleen. Alleen naar de sauna. Alleen op restaurant. Alleen op citytrip naar Parijs. Prestaties die ik met enige trots op mijn palmares heb staan.Maar oudjaar… oudjaar is toch nog iets anders. Dat is geen medaille die ik per se wou binnenhalen. Ik had er met een klein bang hartje naar gekeken. Tot er een engel passeerde. Niet als een baby met vleugels, maar gewoon als iemand die op het juiste moment een simpele vraag stelt. Nona. Ik denk zelfs niet dat ze wist dat ik nog geen plannen had. Ze vroeg het gewoon. ‘Wat doe jij met oudjaar?’ Er komen nog andere vrienden, die ken je niet, maar dat klikt wel, zei ze. Salsa-dansers ook nog. Alsof dat alles verklaarde.  Iedereen bracht iets mee. Ik de dessertjes. De anderen hapjes, een hoofdgerecht, wat vis. Nona de soep. Wat ik tof vind aan Nona is dat ze altijd een beetje chaos is. Niet slordig. Gewoon… veel tegelijk. Alsof ze in haar hoofd drie dingen tegelijk aan het doen is en overal nét te weinig tijd voor heeft. Voor haar gaat de tijd sneller. Dat is geen karaktertrek, dat is een fout in de natuurkunde. Of in eender welke wet die beslist hoe tijd zich hoort te gedragen. Alles was in orde. De tafel mooi gedekt. De cava koud. Kaarsjes aan. Alleen de soep. Daar was de tijd te snel voor gegaan. En dus stonden we op oudjaar soep te maken. De toon was gezet. Geen Piet Huysentruyt-wijsheden. Geen recepten. Gewoon vier mensen die elkaar niet kennen en samen wortelsoep maken. Nona die ondertussen nog rap een extra hapje klaar stoomde en bleef jammeren dat ze er écht niets aan kon doen van die soep. Alsof het haar persoonlijk werd aangewreven. En wij die haar daar met veel plezier mee plaagden. Omdat dat kan. Omdat plagen soms gewoon wil zeggen dat je er al bij hoort. We proefden. Nog wat zout. Misschien een beetje extra curry. Of toch nog iets meer.De soep was heerlijk. Zoals eigenlijk alles die avond. Er waren kleine cadeautjes voor iedereen. Want zo is Nona ook. Altijd nog een extraatje. Alsof ze denkt: je weet maar nooit wie dat vandaag net nodig heeft. Er werd gelachen en gebabbeld. Gewoon gezellig. Van die gesprekken die nergens naartoe moeten en net daardoor juist goed zitten. Later op de avond schoof alles wat losser. Schoenen uit. Iemand op kousenvoeten. De salsa-dansers die even lieten zien dat hun lijf sneller beslist dan hun hoofd. We telden niet af maar toen was het plots middernacht. Het uur kwam langs, maar wij waren bezig met iets anders. En ergens tussen de damp, de lach en de iets te luide salsa op de achtergrond besefte ik: dit is hoe een nieuw jaar mag beginnen.Niet luid. Niet perfect. Maar met mensen die blijven roeren tot het warm genoeg is.

Katrien Daniels
50 1

Vluchtroutes

We gaan hem Marc noemen. Dat is veiliger. Marc is verantwoordelijk voor veiligheid in een grote eventlocatie. Dat maakt hem, per definitie, de partypoeper van dienst. Terwijl anderen denken in confetti, rookmachines en wauw, denkt Marc in doorgangen. In meters. In dingen die vrij moeten blijven. Hier geen auto. Daar geen foodtruck. Nee, ook niet “maar heel even”.Hij is degene die zegt: “Als het misgaat, moet dit leeg zijn.” En niemand wil horen over misgaan wanneer het net gezellig begint te worden. Zijn collega’s dromen van feest, entertainment en spektakel. Marc droomt van een nooduitgang die zichtbaar blijft. Van een deur die niet geblokkeerd is door een goedbedoelde plantenbak. Van pijlen die nog exact wijzen waar ze gisteren ook wezen. En net daarom vind ik hem leuk. Marc kan gepassioneerd vertellen over dingen die niemand sexy vindt. Vluchtroutes. Brandcompartimenten. Fluohesjes die op de juiste plaats hangen. Luidsprekers die het altijd moeten doen, ook als niemand ze wil horen. Tussen pot en pint vertelt hij over brandoefeningen. Over hoe nodig het is om alles opnieuw te doen. Niet omdat het spannend is, maar omdat je anders vergeet waar alles ligt en of het nog werkt. En terwijl hij praat over controleren, over eens testen, over zeker zijn, glijden mijn gedachten weg. Dat gebeurt wel vaker bij mij. Ik denk aan die one night stand van een half jaar geleden.Niet omdat hij spectaculair was.Net niet. Ik vond hem eigenlijk wel leuk. Warm genoeg om er iets bij te denken. Te warm, blijkbaar. Bij one night stands wordt het mij altijd pas de week nadien duidelijk.Nooit die nacht zelf.Altijd daarna.Op het moment dat ik, tegen beter weten in, in gedachten al mijn trouwkleed begin te kiezen.Niet eens wit. Gebroken wit. Praktisch. Met zakken misschien. En dan komt hij. De keiharde waarheid.Het was maar één keer.Eens om te kijken.Eens om te voelen of alles nog lag waar het moest liggen.Of alles nog marcheerde. Geen vervolg. Geen verhaal. Geen nooduitgang richting samen. Enfin. Een brandoefening. Marc praat intussen verder.Over procedures. Over hoe belangrijk het is dat zo’n oefening geen drama wordt, maar een test. Gewoon even nagaan of je in paniek niet verkeerd zou lopen. Ik neem een slok en denk: sommige mensen doen dat ook met anderen.Even binnen.Even voelen.En daarna weer naar buiten, alsof er niets aan de hand was. Behalve dan bij degene die dacht dat het een feest was en achteraf merkt dat het alleen maar ging om te zien of de alarmen het nog deden. Marc is een vriendwaarbij je je vanzelf veilig voelt.Niet omdat hij je vasthoudt, maar omdat hij al gekeken heeft waar je naartoe kan als het donker wordt. En misschien is dat het verschil tussen liefde en een oefening:de één blijft wanneer het alarm afgaat, de ander was alleen even aan het testen of de uitgang nog vrij was. Katrien Daniels

Katrien Daniels
53 1

Jaren luisteren

Ik maak elk jaar een playlist op Spotify.Niet omdat ik ordelijk ben - wie mij kent, weet beter - maar omdat sommige dingen anders verdwijnen. Alsof ze nooit echt zijn gebeurd. Alsof ik ze mij inbeeldde om het leven wat draaglijker te maken. Het idee leende ik ooit van een beste vriend. Zoals je de beste ideeën altijd leent en ze daarna achteloos inpakt in je eigen bestaan. Hij zei: als er iets gebeurt en er speelt op dat moment een liedje, zet dat in een lijst. De rest doet de tijd wel. Zo maak ik mijn jaaroverzichten. Geen hoogtepunten. Geen successen. Maar momenten die zich vastbijten in muziek zoals een geur in een jas die je eigenlijk had willen weggooien maar toch blijft dragen. Ik weet dat het 2017 was omdat “I Miss You” daarin staat. Dat was Steven.Liefdesverdriet heeft blijkbaar versterkers nodig. In datzelfde jaar staat ook “Lena Lena”. Omdat Rembert De Smet stierf. Ik heb daar geen datum bij nodig. Dat nummer is die dag. Zo werkt rouw: niet netjes, niet chronologisch, maar op repeat. En “Waar Jij Niet Bent”. Weer Steven. Sommige mensen verhuizen niet met dozenmaar met stilte. Ze laten een lege plek achter die je pas hoort als een lied begint. Dan plots “Love of My Life”. Van Queen. Dat moet Peter geweest zijn.Ik weet het niet meer precies. Maar mijn lijf weet het nog. Mijn lijf onthoudt dingen waar mijn hoofd liever niet meer komt. Dat lijf is een koppig archief. Zo werkt het dus. Mijn hoofd poetst weg. Mijn Spotify niet. En dan is er 2025. Die lijst begint met “Magnificent”.En dat klopt. Omdat goed soms niet jubelt maar blijft staan. Omdat niet alles een punt moet zijn. Sommige dingen mogen ook een halve zin blijven die nergens heen hoeft. Ik zette ook “Behind the Walls” van Ward D’Hoore erin .Jong. En precies daarom zo raak. Omdat hij muziek maakt die niet bewijst maar blijft.Omdat hij durft fluisteren waar anderen hun gelijk uitschreeuwen. Omdat eerlijkheid ook een vorm van lef is en je daar soms stiller van wordt dan je had verwacht. En dan “Chiquitita”. De bananendans op kamp. Omdat niets heilig is behalve samen belachelijk doen met volle overtuiging. Lachen als zorgvorm. Dat nummer ruikt naar kinderen die nog niet weten dat dit later een herinnering wordt. “Nightswimming”. Zo puur dat het schuurt. Zo zomer dat je er nat van wordt zonder ooit echt te zwemmen. Een lied waarin je mag blijven hangen zonder plan, zonder richting, zonder belofte. En ergens - als een ruggengraat die niet altijd recht staat - de soundtrack van Paris, Texas.Ry Cooder die precies daar schuurt waar je liever zou wegkijken. Liefde die wringt. Kijken zonder aanraken. Blijven terwijl je beter zou vertrekken. Niet kapot. Maar ook niet passend. Er staat ook “Feel So Different” tussen. Van Sinéad O’Connor. Een zomer. Een huid die sneller ja zei dan het verstand kon bijhouden. Een liefde zonder toekomst maar met alles wat er toen was. Warm. Helder. Maar voorbij. En “Perfect Symphony”. Een auto. Mijn twee grote zonen aan boord. Wij drieën, ramen dicht, volume belachelijk hoog, uit volle borst meezingen. Omdat het kan. En omdat we zo zijn. Nog altijd. Gelukkig. Als ik de afspeellijst van 2025 beluister, hoor ik geen drama. Ik hoor leven. In verschillende toonaarden. Met rafels. Met humor als reddingsvest. Met ademruimte en hier en daar een lichte schaafwonde. Misschien is dat de zoetheid van dit jaar: het hoefde niets te worden. Het mocht er gewoon zijn. Zoals een goed lied dat je niet begrijpt maar ook niet afzet. En helemaal op het einde staat “Jardin Secret”. Niet om iets af te sluiten. Maar om iets verborgen te houden. Een geheim. Een onbeantwoorde liefde. Iets wat nooit uitgesproken werd omdat het anders misschien zijn kracht zou verliezen. Dat nummer is geen slot. Het is een kamer waar ik soms nog binnen ga zonder het licht aan te doen. Waar iets blijft liggen dat nooit gekozen werd maar ook niet verdween. Een gevoel dat nergens heen moest om echt te zijn. Niet alles is van iedereen.Niet alles moet gedeeld.Niet alles wil opgelost.Sommige liedjes bewaar je omdat ze blijven vragen en nooit antwoorden.  

Katrien Daniels
58 1

roxette

Listen to your heart.When he’s calling for you.   Serieus! Is dat nu een manier om mensen wakker te maken? Alsof mijn wekker denkt dat hij een life coach is. Ik luister al genoeg naar mijn hart. Meer dan genoeg zelfs. En tot nu toe heeft het mij vooral wallen opgeleverd, omwegen en een abonnement op melancholie. Geen duidelijkheid.Geen plan.Zeker geen hulpmiddel om kwart voor acht fris en monter richting werk te vertrekken.Ik druk het nummer weg net voor het refrein. Kwart voor acht. Een rit van drie kwartier én de wil om om acht uur te beginnen werken. Dat is een zelf uitgevonden wiskunde die elke ochtend opnieuw haar ongelijk bewijst. Dus: de kortste weg. Altijd de kortste. Maar wat is de kortste?  Door de stad, zeggen de apps.Alleen starten de scholen straks.Dus fluohesjes, bakfietsen, ouders met haast in de ogen en kinderen die treuzelen. Dan maar de binnenwegen.Iets langer.Meer bochten. Ik blijf even staan.Motor draait. En daar is ze.Mijn maag. Niet als fluistering.Als ultimatum. Mijn honger is geen klein ongemak.Geen oei, ik zou iets kunnen eten.Mijn honger is een karaktertrek.Een persoonlijkheidsstoornis met een agenda. Ze komt niet zacht.Ze komt niet vriendelijk vragen.Ze neemt plaats.Zet haar ellebogen op tafel.Eist aandacht. Als ik zo vertrek, zonder eten,dan word ik iemand anders. Iemand die dingen zegt die al lang gedacht zijn maar normaal netjes achter een filter blijven steken. Angela zal het voelen. Ze zal enthousiast beginnen over haar kleinkinderen. Foto’s tonen. Filmpjes. Zeggen hoe schattig ze zijn. Hoe slim. Hoe echt al zichzelf En ik zal lachen. Niet mee. Maar nét hard genoeg dat ze twijfelt. Ik zal iets zeggen als: “Ja amai… ze lijken precies allemaal op elkaar.” Luc ook. Altijd net iets te dichtbij. Zijn adem die al voor hem binnen is. Ik zal hem aankijkenen eindelijk zeggen wat al maanden klaarzit: “Zeg Luc, een deodorant is geen luxe, hè.Dat is een investering. Voor u. Voor ons. Voor de wereld.” En Ronny. Ronny zal iets laten slingeren. Papieren. Een koffietas. Zijn rommel, altijd voor straks. Ik zal niet meer wachten. Niet meer tellen tot drie.Ik zal zeggen: “Ruim het op. Niet straks. Nu. We werken hier niet in uw living.” Dat is wie ik word als ik honger heb. Niet slecht. Wel eerlijk. Te eerlijk. In het winkeltje doe ik snel ochtendgymnastiekmet vier bananen. Goudakaas ook. En ja.Een chocoladebroodje. Of twee. Dit is geen luxe. Dit is onderhoud. Terug in de auto. Acht uur. Ik start de afspeellijst nostalgie mama.Die mama ben ik. De lijst bestaat sinds 2015. Sinds de ritten naar het zuiden. Frankrijk.Vroeg vertrekken. De achterbank slapend. Dat ene uur tussen vijf en zes waarin ik de auto en de rit helemaal voor mij alleen had. Ik vond het stoer. Dat ik dat deed. Zo ver rijden. Met kinderen. Met muziek. Met péages en wegbeschrijvingen. Een ultieme manier om tegen de wereld te zeggen: Ik heb geen man nodig! Die muziek droeg mij. Gitaarintro’s die langzaam open gingen. Stemmen die bleven. Liedjes die wisten wanneer ze moesten zwijgen. Nu rijdt diezelfde playlist mee op een maandag in december. Onderweg naar the office. Naar vergaderingen en plannen. Mijn kaas rolt zich vanzelf op. De bananenschil ligt op de passagierszetel. Een lege verpakking schuift bij elke bocht tegen de deur. Buiten is het zacht. Niet wat je verwacht van een ochtend in december. De lucht is lichtblauw, wit, met een randje roze. Alsof de dag zich even vergist heeft van seizoen. Er was een tijd dat er ontbijt klaar stond.Niet groot. Maar juist genoeg om te voorkomen dat alles ontspoorde.Iemand die wist dat het anders mis ging nog voor de middag. En dan -  Lay a whisper on my pillowLeave the winter on the groundI wake up lonely… Het nummer vult de auto. Niet te luid. Net genoeg om alles wat los ligt samen te trekken. De lucht. De rommel. Mijn handen aan het stuur. It must have been love,but it’s over now. Katrien Daniels

Katrien Daniels
84 1

02/02/2022

Ik word wakker in een bed dat niet van mij is. De lakens zijn te strak. Het licht te wit.Dit is geen hotel. Geen logeerkamer. Geen vergissing. Crisisafdeling, zegt mijn hoofd. Al weet ik niet wanneer iemand dat woord heeft uitgesproken. Het hangt hier gewoon. Zoals de stilte. Zoals de vraag. Wat kom ik hier doen? Hoe is het zover kunnen komen dat ik wakker word op een plekwaar deuren zacht sluiten en niets vanzelfsprekend is? Mijn lichaam voelt ouder dan gisteren. Mijn gedachten zijn een doos waarin alles tegelijk ligt: angst, schaamte, vermoeidheid, een klein restje hoop dat zich verstopt. Ik probeer me te herinneren wat de laatste juiste beslissing was. En waar ik daarna ben afgeweken. Alsof dit een wandeling was en geen glijbaan. Dan staat er plots een verpleger in mijn kamer. Niet dreigend. Niet plechtig. Gewoon… daar. Hij vraagt of ik witte of bruine suiker wil op mijn pannenkoek. Een pannenkoek. Hier. Nu. Mijn hoofd hapert. Niet omdat ik geen zin heb. Maar omdat ik alles wil.Ik wil wit. Ik wil bruin. Ik wil niet kiezen. Ik wil vooral niet dat dit afhangt van mij. Ik zeg dat ik het niet weet. Dat ik het allebei wil. Dat ik vandaag geen beslissingen kan nemen. Hij lacht niet eens. Hij knikt. Alsof dat het meest normale antwoord ter wereld is. Later zal ik weten dat hij Davy heet en dat hij een nobelprijs verdient. Later zal ik begrijpen dat dit zorg was. Zorg in zijn zuiverste vorm: iemand die je pannenkoeken aanbiedt op het moment dat jij denkt dat alles verloren is. 02/02. Lichtmis. De dag waarop pannenkoeken traditie zijn. Voor overvloed. Voor hoop. Voor een nieuw begin. Ik wist dat toen niet.  Ik wist alleen dat er iets warms mijn dag binnenkwamzonder dat ik erom had gevraagd. Sindsdien heb ik een pannenkoeken-fetisj. Ik noem het zo, omdat het anders te groot klinkt. Pannenkoeken zijn altijd goed. Om te troosten. Om te vieren. Om een verloren dag toch te beginnen. Ze zijn rond. Vergevingsgezind. Ze laten zich omdraaien. Ze mislukken zelden definitief. Als ik geen woorden heb, maak ik pannenkoeken. Als ik iets te vieren heb, ook. En als alles op instorten staat, dan zeker. Elk jaar op 2 februari bak ik ze. Op de gezondheid van Davy.En van iedereen die ooit dacht: dit komt niet meer goed en toch iets kreeg aangereikt dat zei: je mag hier nog even zijn. Witte of bruine suiker? Vandaag weet ik het antwoord. Allebei. Katrien Daniels

Katrien Daniels
19 1