als een gekreukt laken ligt
de zee op het strand
en hertekent watervlug het zand
alle verleden is reeds weggewassen
het strand opnieuw gemaakt
smalle golfjes vulden de zandkuilen
waar ik naar schatten had gegraven
en trokken mijn kastelen mee
naar het diepzeeblauw tot
voorbij de vloedlijn waar ook het
kind verdween en ik groot werd
vandaag was toen nog later
nu kijkt de zee me schuldbewust aan
komt aarzelend dichterbij
en kust zachtjes mijn voeten
ik keer huiswaarts langs de dijk
met een schepnetje vol geluk van garnalen en restjes zandgebak aan mijn natte voeten
gwen deprez