Als nog één duin
Daar waar water aan de grond werd onttrokken en werd afgevoerd langs beken en sloten, kanalen met gemalen, daar verrezen kloosters, kapellen en huizen op de tot zandruggen verworden geulen, beschermd door dijken, dammen en sluizen.
Daar waar de wind raasde over lage boerderijen, waar de monniken toekeken vanuit grote abdijen, waar klei en turf werden gestoken, waar wilgen werden geknot door boeren op kloefen en waar schuren werden gebouwd met uit klei gevormde moefen,
daar waar op de schorren de schapen werden gedreven, waar men in de pap roerde met houten lepels en men het deeg op houten planken kneedde,
daar in de polders, waar vruchtbaar land op zee werd gewonnen, waar met eggen en spaden de bodem werd ontgonnen, waar tussen slikken, beken en kreken aktes van geloof, hoop en berouw werden gebeden,
daar waar koeien en stallen werden gezegend, daar wordt het water gevreesd van springtij en overvloedige regen.
Daar versterkt men nogmaals de dijken die niet mogen bezwijken.
DAAR WEET MEN DAT DE ZEESPIEGEL STIJGT. DAAR WEET MEN WAT HET BETEKENT ALS ER NOG ÉÉN DUIN VERDWIJNT.
Isabelle Vandevyvere - 7 januari 2025