Anima

23 sep 2015 · 1 keer gelezen · 0 keer geliket

Ze smeet haar hete zwarte vleugels

Zover dat zij zijn woede voelde

Zodat haar hart verduisterd koelde

En je de bliksem vallen zag.

 

Haar staart sloeg stralen in het water

Haar borst sloeg haastig op en neer

Ze zag voor zich geen vroeger, later

Ze was in heden en alleen.

 

Hij was geen iemand, hij was alles

En niets en stille oceaan

Haar tranen, draaiende orkaan

Hij was de satan van haar dromen.

 

De duivelsklauw die haar leven roofde

En haar maakte tot een hellekind

Die haar een halsband om de nek wond

En haar liet leven in de wind.

 

De wolken zijn haar schuilgewaden

De zon verlicht haar blote ziel

Haar lichaam is al weggenomen

Verlost, een woord dat Plato schreef.

 

Verlost van haar stoffelijke meester

Maar niet van haar donkere minnaar

Haar ziel lijdt onder deze heerser

Haar tweede leven is geen leven waard.

 

Alzo haar vleugels nogmaals spreidend

Kijkt ze gespannen in de zon

Verlost wil ze worden uit haar lijden

En nu voor eeuwig, als het kon.

 

Ze zweeft omhoog, ze voelt de warmte

Ze smaakt de zwoele zonnelach

Laat haar verschroeien, ze wil verbranden

Om weg te zijn van zijn geklaag.

 

Het vuur druipt langs haar zwarte vleugels

Intens doodringend, maar ook zacht

Zijn klauwen sterven af uit woede

Zij triomfeert en schaterlacht.

 

Hij is nu dood, zij is verrezen,

Maar niet als een verdwaalde geest

Zij is daar ergens in de hemel

Waar er de zon nu om haar geeft.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

23 sep 2015 · 1 keer gelezen · 0 keer geliket