Bankje

21 sep 2026 · 1 keer gelezen · 0 keer geliket

Ik snapte het niet.

Ik snapte gewoonweg niet waarom ze me niet zagen staan.

Dag in dag uit stapten ze me voorbij. Niet één keer bleef er iemand stilstaan. Niet één keer koos iemand ervoor om even bij mij te rusten, het zonnetje op te vangen en verhalen hier neer te leggen.

Ik was nochtans opgefrist. De bloembakken? Die waren gevuld. Alles was klaar om mensen te ontvangen. Maar niemand keek naar me om.

Behalve die ene hond. Die elke keer weer zijn rechterachterpoot hief en mij zonder schaamte besproeide. Zijn baas? Gunde me geen blik. Die keek steevast de andere kant op.

Verderop was het anders. Daar zaten de jongeren. Elke dag na school lachten ze, aten ze, leefden ze. Ze zaten op de trap van de kapel, dicht tegen elkaar aan.

‘Ik heb misschien niet zoveel plaats… maar met een beetje inschikken past het hier ook. Ik ben een bankje, weet je wel. Om op te zitten.’ ‘Kom hier… zet je neer,’ fluister ik naar elke passant.‘Dan weet ik hoe het voelt.’

Terwijl ik diep in gedachten verzonken was, stond er plots een oude man met een loopkarretje vlak voor mijn neus stil. Hij keek naar links en naar rechts en liet zich kreunend op mijn planken zakken.

Oh, wat een zalig gevoel. Eindelijk iemand die ook blij was met mij!

Maar het duurde niet lang.

De oude man begon te schuifelen en fronste. “Maar wat is die stank?”

Hij draaide zich om, tuurde even en las luidop: “honden toilet”.

“Een gekke plaats voor dit bankje,” mompelde hij. “Ik zal een brief schrijven naar de gemeente.”

Langzaam kwam hij weer recht. Hij nam zijn karretje vast en schuifelde stap voor stap weg.

“Dank je wel, oude meneer… en tot snel!” riep ik hem nog na.

Maar hij kwam niet terug.

Niet de volgende dag.

Niet na een week.

En ook niet na een maand.

Tot, na twee maanden, er plots vier mannen verschenen. Ik begreep niet wat er gebeurde. Ze kwamen dichterbij, overlegden kort en haalden een machine en kettingen boven. Voor ik het besefte, trokken ze me uit de grond.

Oh nee…

wat gaan ze met me doen?

Word ik weggegooid?

Of nog erger… maken ze brandhout van me?

Halen ze me door de hakselaar?

Help… stop…

Ik voelde hoe ik loskwam van de grond. Mijn planken trilden. Ik kneep al mijn ogen dicht en hakkelde een schietgebedje.

En dan… stilte

Aarde, ik voelde de aarde onder mij.

Voorzichtig opende ik mijn ogen. Ik keek om me heen en zag het meteen:

De kapel! Ik sta dichter bij de kapel. Mijn planken maakten een sprongetje van vreugde terwijl ik stevig in de grond werd verankerd.

Ik sta gewoon… dichter bij de kapel.

Sindsdien word ik elke dag bezocht. Jong en oud komt langs om even te zitten, te rusten of te lezen. Of gewoon… om te genieten van mij. Net zoals jij.

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

21 sep 2026 · 1 keer gelezen · 0 keer geliket