het is soms beangstigend als de dag plotseling
open en bloot aan je voeteneind ligt en jij
kennelijk de aangewezen persoon bent om de
aankleding te verzorgen en kleur te kiezen, terwijl
je nog niet eens hebt besloten of je hoofd al in
waakstand staat.
het is moeilijk uit de nacht op te staan als de
droomdekens om je heen blijven hangen, zit niet
zo te zeulen zeg je tegen jezelf, maar er helpt
geen lieve vader of moeder, je staat er alleen
voor.
er drijven gedachtenwolkjes om je slaapkop die
oeverloos tegen je aan blijven babbelen over
dingen die gedaan, hoewel uitstellen ook af en
toe genoemd wordt, zo’n wolkje grijp je even vast
om te knuffelen want het scheidingsvelletje
tussen uitstel en afstel is vaak flinterdun.
het beginpunt bepalen is het moeilijkst, het geven
van een startschot, de keuze voor het eerste been
uit bed, de nacht vraagt om een toegift maar je
weigert, je kan niet meer oogluikend toekijken,
het gordijn moet open.
eenmaal opgestaan, staat je een lange dag van
menszijn te wachten, je vraagt je af of je daar
tegenop kan wassen als tandenpoetsen al een
hele klus is, hoeveel waskracht heb je eigenlijk,
kun je gedane zaken laten omkeren door fanatiek
te poetsen of laat je liever de boel de boel, een
tijdje laten inweken werkt misschien net zo goed.
het is ’s ochtends vroeg vaak lastig om uit te
vogelen voor welke baan je nu weer bent
aangenomen, welke taken en in welke volgorde
en wat is de deadline, aan het handje
meegenomen worden speelt door je gedachten,
zoals een kind op haar eerste schooldag of langs
een druk kruispunt zodat je veilig bent en je
onbedoeld toch op je doel afgaat.
gaandeweg schijnt je lichaam zich toch door de
dag heen te bewegen, je wordt bezig gehouden
terwijl je het gevoel hebt bezig te zíjn, maar
misschien is beide waar, de dagdeals liggen op
een presenteerblaadje dat steeds achter je aan
blijft schuiven, je kiest zorgvuldig want je wilt je
dag goed besteden, tijd is geld.
soms ben je er met je hoofd even niet bij, je bent
sowieso niet goed in multitasken, je handen
kunnen het ook wel alleen af, die krijgen zo
meteen wat meer zelfvertrouwen, vervelender is
als je hart pauze wil nemen terwijl je hoofd
zich geen raad weet en je benen oververmoeid
zijn geraakt van het traplopen om boven en
beneden op één lijn te krijgen.
je verzint er wel wat op want je wilt niet dat je
hart in je schoenen wegzinkt, dan ben je nog
verder van huis en vind de weg dan nog maar
eens terug op je laatste benen, je zoekt naar
plakrandjes om jezelf bij elkaar te houden, je
denkt aan theemomentjes, tussendoortjes,
een ommetje kan ook.
’s avonds probeer je terug te schakelen,
geleidelijk af te remmen voor het naderend
stoplicht van de nacht, je verlaat je
gedachtenachtbaan, de haast begint
uit je te lekken, je krijgt schemerplekken in
je hoofd, vindt je weg in het halfdonker,
je automaat kan op parkeerstand, alles
mag dimmen, de leunstoel lonkt.
je geeft toe dat je moe bent en toch geef je
er liever niet aan toe want hoe overbrug je het
gapend gat tussen waak en slaap,
slaapverwekken is een woord dat in je
opkomt maar hoe verwek je zoiets?
op goed geluk stap je dan maar met beide
benen in bed, sluit je ogen en hoop
je dat er ergens van binnen een knopje
omgaat dat je hoofd op ‘niet storen’ zet zodat
je zonder moeite aan het uiteinde van je dag
kunt beginnen.
