lummeltijd
het fijne van elders is de lege ordelijkheid
waardoor je direct ziet dat er een kopje ontbreekt
of dat er in ieder geval een aardappelschilmesje
aanwezig is, je kunt je ergeren aan de te kleine
soepkommetjes, maar je oog valt ook op
vlekkeloze planken, geboende vloertegels, de
afwezigheid van haren in het ligbad, alles
herinnert je eraan dat je vertrokken bent, dat er
niks te doen is, dat het je taak is om te lummelen
zonder te proberen daar beter in te worden.
vakantie is eigenlijk dat: er is geen hooi om op je
vork te prikken, je boerenkiel kan uit, je hoeft
geen eigen boontjes te doppen want je hebt aan
kant-en-klare maaltijden gedacht.
je kunt de boel de boel laten, ook al is het thuis
een janboel, er zijn geen potjes die ketels iets
verwijten, want alles glimt als nieuw, de
schilderijen aan de muur zijn als ambient music,
je kunt ernaar kijken zonder iets te zien, vanzelf
schuift je blikveld naar de leegte van witte muren,
tijdloze meubels en lampen die de sfeer niet
verlichten maar het gewoon doen.
buiten, op het platje aan water, kun je zitten om
te zitten, je onledig houden met het kijken naar
schaatsenrijdertjes op het wateroppervlak of in
het kroos happende eendjes, of je kunt er wat
ronddrentelen want waarom ook niet, je wilt een
wandeling maken maar stelt het toch zo lang
mogelijk uit, want niets hoeven voelt zo lekker,
iets in je zegt dat je zou moeten koken, maar je
doet het niet, potjes en restjes maken je heerlijke
huisje tot restaurant, je geeft jezelf een fooi na
afloop en voelt wat nieuwigheid in je opborrelen.
je ontdekt dat lummelen geen plek is maar je
moet er wel plaats voor maken, het is dan wel
een werkwoord maar toch eerder een rustoord
waar werkschuwe zielen antwoorden kunnen
vinden op niet gestelde vragen, want de oren van
het lijf gaan liever lellebellen in hun
schelpenhangmat,
lummelen neemt leeftijd en ademruimte in, maar
heeft een tijdloos design, vorm en inhoud zijn
twee woorden voor hetzelfde, de stilte is in de
beweging, het is een soort ebben tijdens de
vloed.
weer thuis wacht de rommel, het onkruid, de
volle wanorde, het gebrek aan lummeltijd, het
moeten, het tijdsbestek, de man van de
warmtepomp, hij noteert vast de volgende
afspraak voor over een jaar, je voelt een drang tot
uitpakken, opruimen, wasmachines draaien, je
draait mee met de trommel, rond en rond, je
zingt een wielenliedje, schoon en wel denk je op
de oude voet verder te gaan.
dan kom je erachter dat de oude voet in nieuw
schoeisel is gestoken, de maat wat groter, zodat
er een lummeltje of twee in past, die je op de
voet volgen, je merkt dat hot en her ook zonder
rennen kan en dat er stilte in de storm.