Moorden op mijn gedichtenschip
pleeg ik niet alleen op mijn geliefden.
Miljoenen roei ik uit,
miljoenen die hun dichters haten.
Mijn dek, kajuiten, kombuis en sloepen
kunnen hen niet bergen.
Ja, ik ben met schrijvers best solidair,
ook al pennen zij hun fantasieën anders neer.
Maar bezoedelen zij mijn moedertaal,
dan kielhaal ik hen als eersten.
Vergrijp ik mezelf aan haar,
dan tuchtig ik me in de kaartenkamer
of op de navigatiebrug.