Net zoals mijn gekwetste knie heb ik mijn dagelijks schrijven al even laten hangen. Net zoals met mijn herstel, voel ik toch enige druk om niet mijn tijd te verspillen aan al dat rondhangen. En net zoals het leven, blijven alle verantwoordelijkheden en uitdagingen zich meer opstapelen.
Ik laat de pagina’s van de blauwe Moleskine nog eens raffelen tussen mijn ringvinger en duim. Enige trots komt naar boven; ik heb hem al bijna gevuld. Enige zorg maakt zich ook bekend; ik heb nog geen nieuw schriftje klaarliggen. Waar nu zou ik mijn schetsen pennen? Direct in Word? Dat gaat toch niet!
Ik leg mijn vulpen even neer om de druk van te willen krabben aan mijn been te onderdrukken. Uiteraard heb je daar twee vrije handen voor nodig. Na wat op mijn gepleisterde bedrading te petsen, staar ik nog even naar mijn vingers. Mijn blauwbevlekte vingers, gekleurd door mijn blauwe vulpen, die ik gebruik in een blauwe Moleskine, nu bijna gevuld met poëzie, dialogen, en voor het eerst een cursiefje. Gelukkig! Al die krabbels – binnen en buiten mijn boekje – gunnen me weer wat dankbaar perspectief.

