11 juli 2025
God, ge stinkt. En ge brengt die geur met u mee.
‘t Is die beerput, hé? Ge hebt erin liggen wentelen. Ge waart erin geduwd, of gesleurd.‘t Was wreed. Ge verdiende’t niet.En nu zijt ge daar – God weet al hoe lang – en ge zit er maar in.Ge vecht, ge duwt, ge slikt, ge stikt, ge viert, ge bleit, ge rouwt, ge lacht, ge leeft in die drek.
Weet gij waar de ranzigheid eindigt en gij begint?
Ik weet wel dat ge dees niet wilt. Maar dat schijt, ge hebt het omarmd, en ge verdient het niet.Gij verdient dees niet.
Ge zoekt iemand die het wel verdient, hé? En ge sleurt hen mee in de put, in het schijt en drek en ranzigheid. En ge dwingt hen erin zitten, vechten, duwen, slikken, stikken, vieren, bleiten, rouwen, lachen, en leven.
God, ge stinkt.