ik word wakker en ben nog niet dood
mijn ogen gaan open tegen mijn zin
de zon staat al uren te liegen tegen de ramen
het is zo'n dag dat de wereld zijn benen scheert
gladtrekt wat in de winter mocht groeien
buiten loopt de stad te glimmen
de meisjes hebben hun wintervellen afgelegd
ze laten hun benen zien
aan iedereen
ook aan mij
vooral aan mij
alsof ze weten
dat ik kijk
de benen
godverdomme de benen
ze gaan voorbij in dozijnen
wit en bruin
sommige met een litteken
op de knie
van vallen toen ze klein waren
van vallen waar ik niet bij was
van opstaan waar ik niet bij was
van leven waar ik niet bij was
ik denk aan benen onder tafels
in cafés waar ik alleen zat
benen die ik nooit heb aangeraakt
benen die wegliepen de trap op
bij iemand anders
benen die zich openden voor geluk
terwijl ik buiten stond
met mijn handen in mijn zakken
de lente is een been
dat zich strekt in de zon
een kuit die glimt
een knie die buigt
en ik
ik ben de man die naar de grond kijkt
omdat hij niet weet waar hij kijken mag
op het terras zitten ze
de benen over elkaar
de benen wijd
de benen strak
een glas wijn ertussen
alsof het zo hoort
alsof het altijd zo was
en ik loop langs
mijn benen twee emmers slootwater
mijn knieën kraken als de deur
van een kamer waar al jaren niemand woont
ik ben de man die altijd blijft staan
terwijl de stad doorloopt
ik ben de man die de lente ziet
zoals je een trein ziet vertrekken
zwaaiend naar iemand die niet terugzwaait
's avonds in mijn kamer
trek ik mijn broek uit
mijn benen zijn wit en kaal en oud
mijn huid wordt dun
je ziet het donker erdoor
het donker dat altijd al binnen zat
het zit er bijna op
de reis
het staan
het kijken
maar vandaaag één keer
glimlachte een meisje naar me
niet naar mij
maar in mijn richting
haar benen stonden even stil
bij het stoplicht
twee meter naast mij
en dat was
dat was iets
het licht werd groen
ze fietste door
haar benen trapten verder
maar even
heel even
stonden ze stil
in hetzelfde rood als ik
en voor dat ene moment
waren we samen
zij en ik
en het stoplicht
in de lentezon
drie gekken
die even niet wisten
waarheen
morgen weet ik het zeker
morgen is het weer rood
morgen wachten haar benen
niet

