Klevend aan de boom
metselt zij een visioen
over idyllische gronden
Tussen bast en veer
ademt het bos noten
zuiver als een kreek
Bladeren vallen
als een roodborst
fluitend door lucht
Vul de boslong met zang,
snavels en takken, gieren
in de wind.
Het bos dat tot ons zingt.