Al jong werd hij veel te dik.
Taal, toneel, romans,
gedichten zwolg hij op.
Hij dijde snel ontzaglijk uit.
Hij werd een zwaargewicht.
Zijn vrienden ontweken hem,
vonden zijn gedrag maar raar.
Hij maalde, tolde, kromp,
werd het nieuwe zwarte gat
en zette codes op zijn huid.
Vrienden wisten aan zijn snelheid
te ontkomen, uit vrees te worden opgeslokt.
Nu braakt hij met een grote knal
zijn verzen in een nieuwe eeuw.
In zijn brokken vinden vrienden niets terug.