Ginds slaap ik. Zo diep dat ik het bijna niet meer overleef.
Toe te voegen aan de definities van geluk.
Mokkaijs zonder komma, gelik zonder aarzeling.
Frambozensorbet met een dubbele portie broze brokken.
Liefste.
Van die andere wereld. Van het continent waar incontinentie enkel voorkomt bij een wolk die op een dag toch medelijden krijgt met algehele droogte.
Daarvan weet ik. Daar leeft een doornloze deerne. Die kangoeroe met zwoele buidel.
Ginds slaap ik. Zo goed dat ik het bijna niet overleef.
Toe te voegen aan de lijst met zaken die vermeden moeten worden.
Kommaijs met te veel zwichtende nachten na de mokka. Achteloze geesten die een lepel vragen.
Amper likken durven. Smeltwater verwarren met een scheurend wolkendek waar ijzel schuilt.
Liefste.
Schat met twee frambozen. Sober aaiend in die buidel.
Morgen. Word ik weer gewekt door het geluid van kraai of eend.
De zon zij weent nog zelden en ik zet mijn diepvries schoon op minus negentien.
Toe te voegen aan de definities van geluk.
Ongezien verdwijnen in een icebergsla gelijk een slak die onverwacht een lekker groentje vindt.
Eindelijk verdrinken in het Ijsselmeer.
Weten dat het slechts jouw knipoog was. Die mij zoute tranen proeven liet.
Het is.
Liefste.
Op jouw slaap.
Dat er een kus wil sterven.
Terwijl de buidel lonkt. Ik in jou wakker word. Adem ik. Vertwijfeling.
uit de reeks 'Majnun, het gebrabbel van een gek'