Ik lees de brieven van Mussolini,
het ontwerp van de toekomstige vlag;
er is nog geen reden tot enig beklag
voor mij en mijn dorpsmakker Fellini.
Het antwoord op mijn vraag bedreigt me niet;
zijn stof is luchtig als mijn zomerjas,
zijn vluchtige schrijven komt me van pas
nu ik mij begeef op ontgrond gebied.
De grove fouten zijn één groot banket
dat maar al te dikwijls wordt opgediend,
dat worstelt met een gelaten verleden.
Ik leg de lijnen vast van zijn portret,
dat hij bij Fellini heeft ingediend;
de zon heeft in zijn gelaat gesneden
