Hij stapte het café binnen zoals een gladiator z’n strijdperk betreedt zonder iets of iemand aan te kijken, zijn blik gefixeerd op de tapkast recht voor hem. Hij nam een barkruk bekeek deze en fluisterde: “Zij die gaan sterven groeten U.” ging zitten en keek de vrouw achter de toog met een oprechte glimlach recht in de ogen aan. Deze knikte beleefd “ne Goeiendag!” en vroeg wat het mocht zijn.
“Een pintje.”
Hij was tussen de veertig en vijftig en niet onknap. De vrouw kon hem niet goed plaatsen en haar nieuwsgierigheid was gewekt.
“Alstublieft.”
“Merci.”
Hij dronk de pint in een teug leeg.
“Hetzelfde alstublieft.”
Ze tapte zijn glas weer vol en kon een glimlach niet onderdrukken;
“Da’s den eerste keer dat ik u hier zie?”
Hij antwoordde prompt:
“Da’s hetzelfde voor mij” met een brede glimlach om z’n mond” is dit uw café?”
“Ja” antwoorde ze met gespeelde trots.
“Schoon.” Ze mocht zijn glas nog eens vol doen. “En heb je dat hier al lang ?”
“Al vier jaar.” Ze plaatste z’n pint elegant op het bierviltje.
“Hmm, niet slecht, niet slecht.”
Hij dronk langzamer en keek het café rond. “Fan van den Jazz?” vroeg hij zonder haar aan te kijken. “Yep, nu deze foto’s hangen hier al sinds de vorige uitbater, ik heb ze laten hangen.”
“Ah oké, John Coltrane, Thelonious Monk, Charles Mingus, die anderen ken ik niet. Schoon collectie. Gelijk dat je ze hebt laten hangen.” De vrouw was ondertussen een andere klant aan het bedienen. “Ja, soms moet je de dingen gewoon laten hangen.” Antwoordde ze. “Dat vind ik ook, soms moet je ’t laten hangen.” Grijnsde de man.
Ondertussen was het café aan het vollopen. “Doet ge dat hier altijd alleen?” vroeg hij. “Ik krijg subiet wat hulp! .” Riep de vrouw hem toe terwijl ze met een vol plateau passeerde. Hij deed z’n jas uit en, als een toreador zwierde hij deze over de barkruk. Hij zette zich neer en bekeek rustig de flessen sterke drank op de glazen etagères . Af en toe kwam de vrouw ertussen staan om bier te tappen en dat hinderde hem niet in het minst. Het was een aantrekkelijke vrouw die moest ze hem vragen om met haar mee naar boven te gaan hij zonder twijfel ja zou zeggen. Ondanks deze afleiding dwaalde zijn gedachten af. Een paar dagen geleden was hij met de trein naar Charleroi afgezakt om een of andere vernissage bij te wonen. Toen hij van de trein het station in wandelde zag hij haar zitten tegen de muur naast de roltrap. Ze had helblauwe, haast lichtgevende ogen en hij kon niet anders dan erin verdrinken om er zich daarna, opgeschrikt, terug uit te wringen. Hij wou naar haar toe gaan en vragen wie ze was, waarom ze hier zat, wat haar naam was of ze kinderen had ,haar job was verloren of iets ergers…. Maar hij durfde niet. Ze leek hem vooraan in de veertig en zo mooi ondanks haar te grote overjas, te vuile broek en platgetrapte sneakers. Hij was er zeker van dat ze met een vleugje make up zo op de cover van een fancy magazine kon staan, maar hier zat ze nu. Te bedelen. Hij onderdrukte een golf van pathetiek en liep verder haar latende voor wat ze was, een enigma voor hem, een dakloze voor velen.
“Nog een pintje?” de cafébazin trok hem uit zijn gedachten . “Euh, yep, ne laatste.”
Hij zat hier goed. Hij had geen haast, moest nergens zijn en de cafébazin was er ook nog. Wat later na zijn vierde laatste deed de alcohol zijn bloed sneller stromen en mocht de bazin zijn baas zijn vanavond. “Tot hoe laat hou jij dat hier open?” Ze lachte. “Dat hangt ervan af hoe ik me voel, hé m’n beste, maar over ‘t algemeen genomen wordt de laatste geserveerd rond één uur.”
“mmm, da’s nog efkes dan, ’t is nog maar negen uur.” De klok boven de deur richting toilet hing hier nog van de jaren vijftig, bedacht hij. Hij keek naar de jonge gast die naast hem was komen staan om te bestellen. “Toffe café hier, niet?” De jongen veinsde verbazing:”Euh, ja… ’t is m’n stamcafé." "Voila zie, vijf pintjes voor de Jelle!” Kwam de bazin tussenbeide.” ”Merci Liliane.” De jongen nam het plateau mee naar zijn tafel. ”Ah, Liliane. Past wonderwel goed bij u en ik wist eigenlijk al van den eerste keer da’k u zag, daarnet, dat ge een Liliane waart. Ik ben Siegfried. ” De vrouw draaide met haar ogen en glimlachte flauw. Hij was zijn troeven aan het verspelen. Alcohol maakt van aantrekkelijke mannen zatlappen met weinig of geen meerwaarde.

