haar hoofd tegen het raam.
het gezicht zacht,
zelfs gesloten.
zijn mond ademt slaap.
zijn oor lichtjes tegen
haar aan besloten.
beiden onderuit te saam
met een kind op schoot.
de gezinswarmte vergroten.
man en dochtertje zijn heel ver.
moeder volgt deugdzaam.
hun liefde is in hen geslopen.
de kleine spruit lacht stil;
hij is de man die waakt.
hij heeft intens genoten.
zoveel moois dat hij gebeuren zag.