‘s Morgens kamt ze woorden uit haar lange haren, vlecht zinnen
tot dromen die ze bewaart voor wanneer nu naar later verlangt.
Elke zevende lettergreep legt ze opzij, om een knot van te maken
die de werkelijkheid vervangt, als dat nodig mocht zijn.
Het laatste woord steekt ze op zak, weet ze straks wat te zeggen
aan die vreemde vrouw die een voor een haar haren verliest.
