Gedwee ontvalt mij wat ik wist,
maar wat ik plande blijft er hangen;
de zwaartekracht heeft nooit gemist
en houdt het in haar greep gevangen.
En lichtheid neemt de overhand.
Eclectisch is mijn dag; hij gaat
zoals een golf die breekt op zand
en dan,
gewoon,
niet meer bestaat.
Maar zeg: mijn nacht is nog niet zwart.
De metafysische gedachten
ontbloten zwijgend hoofd en hart
voor deuren waar geen kamers wachten.
Chronos kijkt om.
Ik ben er niet.
