In de tent, waar met Blonde Ename werd geklonken,
zaten vaders naast elkaar.
In hun ogen nog
de dromen
van hun eigen jongensdom.
We durven de hoop niet te benoemen
dat het lot ons kind misschien gunstig
is gezind.
Dat hij, zo anders dan wij,
een winnaar zou zijn.
Dus mompelen we
-terwijl we gulzig drinken-
om niet de pijn te voelen
die gepaard gaat
met valpartijen.
Wanneer het startschot
wordt gegeven, verdwijnen
we in de kraag van onze jas
de renners worden stipjes
en groeien zo iedere keer
weer
uit onze handen.
En als de eindmeet nadert
En het weer net niet is
En we nadien zwijgend naar huis rijden
En elkaar vervloeken om slecht advies of
foute bandenspanning
daalt de rust in onze zielen
omdat we houden van
dat lijf in lycra
Vaders van wielrenners
zijn allen ploegmaten
in een team
eenzamen.