‘Op rouw staat geen termijn’,
heb ik horen zeggen ooit;
dat kan weleens zo zijn,
'k vergeet je immers nooit.
Laatst nog zat ik op een steen,
gladgeschaafd en koud,
bij jouw plekje in de zon,
alsof je naast me stond.
Dankbaar voor de jaren samen
biggelde een traan van zout
stiekem langs m’n wang omlaag
tot op de stoffige grond.
Hoezeer ook ik destijds
had gezocht naar kracht en moed,
nu zei ik gedag met een lach
en voelde: zo is 't goed.
