Misschien is het wel helemaal niet voor ons weggelegd, een leven waar het licht door het donker schijnt. Misschien is dit, wat we hier steeds maar weer beleven, wel echt het eindpunt waar we moesten geraken. Je wandelt over velden met een zware lucht donker boven je hoofd. Ik besluit je niet te volgen, want van jou weet ik dat je altijd zal terugkomen. Bovendien zijn de wolken boven mijn hoofd al even loodzwaar en zwart. Ik weet waar je heen gaat, een belofte, een aanlokkelijk voorstel op betere tijden. Minuten hier op dit moment. Vandaag in de vorm van aardbeien en ijs, maar het kan ook over het leven gaan. Ons leven. Wat ben ik blij dat jij altijd terugkomt, denk ik. Het maakt dat ik kan blijven staan terwijl jij alvast poolshoogte gaat nemen. Ik bevroren, jij nog steeds overtuigd dat achter de volgende bocht de zon wel schijnt. Plaatselijke buien bestaan, het is geen kwestie van erin geloven. Het volgende moment ben je weer dicht bij mij en staan we samen onder hoge eiken of beuken te schuilen voor de zoveelste aangekondigde storm. Misschien is het wel helemaal niet voor ons weggelegd, een leven onder de zon. Misschien zijn we echt wel op het eindpunt vandaag en zal het altijd donker zijn. Ik zal bevriezen, ik zeg je dat ik zal blijven staan. Maar plaatselijke buien bestaan, het is geen kwestie van erin geloven. Ik vermoed dat ik zal blijven staan, maar blijf jij maar poolshoogte nemen. Ik weet dat jij wel altijd terugkomt.
Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.
Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.