Teksten

Homo dubitantis

Je hebt mensen die bij het ontwaken van de dag de ogen opslaan, het leven uitdagend aankijken en er het beste van maken. Mensen die van bij de eerste bewuste tikken van de secondewijzer weten wat hen te doen staat en hoe ze dat gaan aanpakken. Ik stel me voor dat het van die types zijn met carpe diem of een andere vervelend optimistische motivatiespreuk in donkere krul- of blokletters over de borst getattoeerd. Of misschien ook het gezicht van Jezus, of het woord mama onder een doorschoten hartje. Alsof zij weten waar het in dit leven allemaal op terug te brengen is en waar het dus in sé om draait. Mannen en vrouwen die datgene doen waar het leven ze heeft ingerold en die dat ook nog eens goed doen. Of overtuigd zijn dat ze het goed doen. Ik weet niet wat belangrijker is in dit leven: over een vaardigheid beschikken of geloven dat je er over een beschikt. Misschien komt het finaal wel op hetzelfde neer, als je altijd zonder vragen je doel bereikt. Ik benijd hem, die zekere mens, en zou gerust zijn schoenen willen passen. Jezustattoo incluis.  Want je hebt ook mensen zoals ik. Een soort homo dubitantis die het leven loopt door te scharrelen als een kip in steeds hetzelfde kleine hok. Zoekende naar iets dat gisteren niet in de aarde zat en er morgen ook niet zal zijn. Er zijn weinig dingen in mijn leven waar ik geen spijt van heb, maar geef me de kans om terug opnieuw te beginnen; ik zou het allemaal herhalen. Sterven is moeilijker dan je denkt, las ik ooit in een boek van Marquez. In de jaren dat ik mijn angsten ontwikkelde, heeft het me vaak getroost als het zwart van de nacht en de eenzaamheid van een huilbaby mijn hart op hol joeg. Het is nog maar pas dat ik de zin had opgeschreven en zag dat ik me onbewust had vergist en sterven door leven had vervangen. Leven is moeilijker dan je denkt. Het is misschien wel juist zo, sterven en leven lopen op het pad ook steeds hand in hand. Alles wat ik onderneem in het leven is de eerste keer ook niet helemaal gelukt. Studies, schrijfwedstrijden,volleyballessen, rijbewijs halen, relaties en -hoe pijnlijk ook- zelfs mijn eerste kind. Er bestaat echt zoiets als je toekomst kapot twijfelen. Ik beslis dat ik me een nieuwe tattoo laat zetten en zoek alvast een geschikt lettertype voor een Latijns positivo-leuze. Helvetica of zo, als het maar schreeuwerig duidelijk is dat ik het twijfelende leven vaarwel heb gezegd en vanaf nu de dag niet alleen zal plukken, maar ook nog eens opzichtig te kijk zal zetten in een glazen vaas. Maar bij de schemering van de avond overvalt me het weëe gevoel in mijn maag en vraag ik me af of ik niet beter ik doe ook maar wat op mijn rechterbil laat vereeuwigen. Of misschien wel op mijn linker. En anders een doorschoten mamahartje met het gezicht van een twijfelende Christus? Anders neem ik maar gewoon homo dubitantis, maar dan als afwrijfplaatje. Je weet immers zo dat ik hier weer spijt van krijg. 

Sifaka
3 1

Glimlach

Het is 12 januari 2012 als mijn leven voorgoed verandert. Wacht, mijn leven, zeg ik. Ik bedoel misschien meer mezelf, mijn kijk op dat leven, mijn voorkeur, mijn gevoel voor schoonheid, mijn hoop in de toekomst, mijn idee over het zijn. Mijn beleving van... de liefde. Het is de aanblik van het kleine hoofdje dat een aardverschuiving met zich meebrengt. Ik ben er zeker van, net op het moment dat ik dit wonderlijke kind het leven schenk, gebeurt er ergens op de wereld het onmogelijke. Ik weet niet waar, ik weet niet hoe en ik zal het nooit ontdekken. Maar ik voel het, in elke vezel van mijn lijf, nagloeiend van de arbeid. Ik voel het in mijn leeggelaten ballonbuik, ik voel het in mijn slaperige benen, ik voel het in het lijfje dat op mijn borst wordt gelegd: Ergens is een klein wonder geschied. Het kindje dat zonet uit als een vrucht uit de moederboom werd geplukt, heeft dit veroorzaakt. Ik geloof niet dat iemand anders in de kamer zich van dit moment bewust is geweest, of het was misschien zoiets als een kleine rilling langs de ruggengraat, een milde bries door de haren of een plotse fluittoon in het linkeroor. Heel even waan ik mij in nieuw universum, het universum van hem en mij, van het kind en mij. Maar als ik mijn blik afwend naar de vader van dit schepseltje, zie ik meteen dat er niet enkel een milde verschuiving binnen dit heelal heeft plaatsgevonden, maar dat de man naast mij voor altijd een andere zal zijn. We kijken samen voor het eerst naar het kleine gezichtje. Het is op dat moment dat het begrip schoonheid opnieuw wordt vormgegeven in ons brein. Alle verbindingen met dit concept die we voor dit ontiegelijk vroege uur hadden, worden in één aanblik weggeveegd. Schoonheid is niet langer meer wat de mens ervan maakt. Schoonheid ligt in mijn armen. Het kindje, ons kindje, lijkt niet op het kindje dat een uur eerder hier hulpeloos en geliefd in de armen van een uitgeputte moeder lag, het kindje lijkt nog minder op het kindje dat een uur later, hier, op deze tafel waar moeders geboren worden, het levenslicht zal zien. Zijn glimlach is groter. Veel groter. Dit hier, denk ik, dit hier is wat de wereld nodig heeft. Een gouden jongetje, met een veel te grote glimlach. Om het hart van ons allen te verwarmen. Ik denk aan het wonder, dat op de andere kant van de wereld zich in de voorbijgaande uren heeft voltrokken. En ik hoop dat er ergens iemand huilt van geluk.

Sifaka
14 2
Tip

Tussen etenstijd en bedtijd

Het is het moment van de rust, ergens tussen avondeten en bedtijd, en hij en ik zitten samen aan de tafel. De kinderen zijn na de gegeerde toestemming als gnoes de keuken uit gestoven. Voor ons staat de vuile vaat als een metafoor van ons rommelig leven ons grijzend in het gezicht te staren. We moeten ons geen illusies maken. Dit moment duurt maar heel even. Straks tikt de klok weer ongenadig verder en verdwijnen we weer zachtjes in de maalstroom van de dag. Maar nu zitten we, samen, en de klok tikt niet meer. De vaat mag grijnzen wat ie wil, de kinderen zijn verdacht stiller, maar ook dat dringt amper tot ons door. Ik kijk naar mijn man en ik zie de zwaarte van de dag langzaam zijn schouders afglijden. Het is pas in dit moment, wanneer alles wat eerst moet al klaar is en alles wat daarna moet nog enkele tellen op zich laat wachten, dat we echt kunnen thuis komen.  Het is vreemd, maar nu en elke dag op deze nu, moet er niemand dringend plassen, staat er nooit een kat te janken om naar buiten - of nee toch maar binnen - te gaan; op dit moment belt er niemand aan en als men het toch zou wagen, zou de bel zeker dienst weigeren. Dat hebben we nog nooit getest, maar sommige dingen staan vast zonder dat ze ooit werden uitgesproken of opgeschreven.  We kijken elkaar niet aan, we spreken ook niet. Ik vraag me af of hij wel weet dat ik hier zit, hoewel we net samen gekookt, opgevoed, gepakt, gekuist, gegeven, gesneden, geprikt, aangemoedigd en - oh ja - gegeten hebben. Ik voel me rustig en stabiel, we voelen het vast allebei: we kunnen dit. Meer zelfs: we doen dit.  Het is het moment van de dag dat ik het meeste koester, een gouden randje omhult op dit moment ons huis, ons gezin, onze toekomst. Buiten regent het of het is net veel te warm, maar dat geeft niet. Nee, dat geeft niet. We worden immers nergens meer verwacht en niemand zit nog op ons te wachten. Het is hier te doen, bij ons. Ondertussen liggen de uren en de ervaringen van vandaag onder zijn stoel en het is stil in mijn hoofd, voor heel even. Voor heel even zijn wij wie willen zijn - altijd tussen etenstijd en bedtijd. Voor heel even hebben we de touwtjes in handen. Ik begrijp hem. Hij zegt niks, maar ik begrijp zijn onuitgesproken woord. Ik vind dat ook, jongen, ik vind dat ook. Ik denk heel erg hard aan hem en hoop dat hij dit voelt. Via de liefde ofzo, denk ik naïef. Dat mag nu, in dit moment mag dat. Naïviteit heeft een plaats tussen etenstijd en bedtijd. We zouden kunnen spreken, bedenk ik me, maar ik voel en weet dat dit moment dat niet nodig heeft. In deze tijd kan alles, mag alles, in deze tijd zijn we de best mogelijke versie van onszelf. Thuisgekomen. Wat is het stil. Thuis is waar het stil is, hoe luid we met zijn allen ook zijn.  Langzaamaan hoor ik weer kinderstemmen in mijn hoofd en ik zie in mijn ooghoek dat er een kat voor de deur zit. Hoelang zit dat beest daar al? Het is alsof mijn man me aanvoelt, want ik hoor hem zeggen dat hij seffens de tafel gaat opruimen en op dat ogenblik is het onvermijdelijk voorbij. Het gouden moment is ingehaald door het leven, vanaf nu is het wachten op een nieuwe dag. De klok tikt oorverdovend hard in mijn hoofd en ik roep de kuikens toe dat we seffens moeten gaan slapen en dat ze eerst nog moeten douchen, opruimen, tv kijken, kaka doen, nog wat opruimen en zeker niet vergeten om ... op te ruimen. Ik kijk terug naar hem en zie dat hij de zwaarte van dag van onder zijn stoel heeft bijeengescharreld en terug op zijn schouders heeft geladen. Ik stel hem volwassen vragen over zaken waar ik eigenlijk veel te weinig van snap en vraag me af wanneer mensen eigenlijk echt volwassen zijn? Is volwassen zijn altijd afwas hebben staan of is volwassen zijn nooit alle antwoorden hebben op moeilijke vragen? Hij kijkt in mijn ogen en nu voelen we het zo: Kunnen we dit wel? Meer nog: Wat zijn we eigenlijk aan het doen? Het maakt me onzeker en ik probeer een stukje zwaarte van zijn schouders te lichten en op de mijne te laden. Dat moet de liefde zijn. Ondertussen hangt er een kind aan mijn broek, is een ander kuiken kasten aan het leeghalen en vertelt de laatste een mop waar ik eigenlijk niet mee moet lachen. Volwassen zijn is een poging doen om overtuigend te lachen met oerslechte moppen. We doen allemaal maar wat, zeg ik. En er is niemand die me ongelijk geeft. Morgen, wanneer de klok weer even stilstaat tussen etenstijd en bedtijd, neem ik me voor om de zwaarte onder de stoel van hem weg te keren nog voor de tijd ons weer voortduwt. Het zal me niet lukken, weet ik, en dat is helemaal oké. Het is immers altijd een voornemen dat ons doet leven.  Morgen, zeg ik, morgen neem ik me voor om wat meer te leven. 

Sifaka
87 5