De hond uitlaten

31 jan 2026 · 10 keer gelezen · 1 keer geliket

‘Waar is ze nu?’

De vraag komt binnen als een mokerslag.

Ik kijk naar de foto op de muur.

Ze staat tussen de golven.

Sprankelend. Ze lacht. Ze is het leven.

We waren op vakantie in Griekenland.

Ze is en blijft mijn muze, mijn godin.

De lucht was helder, blauw.

Het strand warm, wit.

De zee diep, helder.

 

‘Waar is ze nu?’

vraagt de bezoeker, 

als ik niet antwoord.

Ik kijk naar het plafond.

Ik aarzel.

‘Ik geloof niet in het hiernamaals!’

‘Oh, nee?’

‘Nee. Maar ik praat wel tegen haar.

‘Oh, ja?’

‘Ja, elke dag. Als ik de hond uitlaat.’

‘Waar praten jullie over?’

‘Over koetjes en kalfjes.

De dagelijkse dingen. Het weer,

de pijntjes, de vreugdes.’

‘Dus, ze is er nog.’

‘Ja. Ze is er nog.’

 

De volgende ochtend 

maak ik met de hond 

een strandwandeling.

 

Ze trekt aan haar leiband.

Ik maak haar los. 

Ze springt en ravot in het zand.

Ze blaft en beukt tegen de golven.

Ze baadt in de zee.

Ze verdwijnt uit het zicht.

Ik roep haar.

Ze springt uit het water.

Rent naar me toe.

Blaft.

Bespringt me.

Likt mijn gezicht.

‘Je bent er nog, hè!’

zeg ik.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

31 jan 2026 · 10 keer gelezen · 1 keer geliket