Wegrestaurant ‘Avalon’ beloofde de beste grill in omstreken en ver daarbuiten, iets wat Nick onmiddellijk geloofde aangezien hij in de laatste 105 kilometer alleen maar door dor landschap reed. Tarwe was eetbaar, voor zover hij wist, maar kwam niet in de buurt van een steengoede grill. Aan de andere kant: de concurrentie lag minstens anderhalf uur rijden verderop, iedereen kon zo de titel opeisen.
Het zei niks over de kwaliteit van de grill en dat ontmoedigde hem een beetje, hij had een ribbetje op de bejubelde grill wel kunnen smaken.
Er stonden nog vijf andere wagens op de parking, onder een bloedhete zon. Geen één van de eigenaars dacht eraan om de voorruit af te schermen, de donkere interieurs van de goedkope wagens smolten bijna weg. Nick kon zich voorstellen hoe het aan zijn achterwerk zou voelen om op zo'n zetel te zitten. Hij grimaste en reed een rondje langs de parking. Hij koos een plek waar de schaduw zich eerst zou vertonen en zette zijn wagen stil. Nick nam het kartonnen vaalgele mapje dat op de passagiersstoel lag en las alles nog eens rustig door.
Niks bijzonders.
De afspraakplek verbaasde hem niet erg, zijn klanten, vooral diegene met een slecht geweten, kozen vaak voor afgelegen plekken in de hoop niet op te vallen. Dat was een domme redenering, op zo’n plek viel iedere onbekende kerel op. Nick droeg een sportoutfit, een donkere trainingsbroek en een shirt van het nationale voetbalteam dat later op de middag moest spelen.
Hij had lenzen in waar hij anders een bril op had en zijn haar lag in een neutrale snit, anders dan anders maar dat kon zijn klant niet weten. Kortom, Nick was perfect verkleed voor zijn klus.
De hitte op de parking mepte hem letterlijk uit balans, het rubber van zijn spotgoedkope loopschoenen smolt bijna aan het tarmac, zijn voetzolen gloeiden plots heel onaangenaam. Het mapje verdween in zijn sporttas.
Zijn aanwezigheid in het restaurant werd luid aangekondigd met een vrolijk belletje. Er zaten nog twee andere klanten in het restaurant. Ze hingen half op een barkruk, de andere helft van hun lijf hing over de toog en liet daar een smerige, vettige vochtige plek aan. Het glas aan hun lippen kookte bijna in hun hand. Nick knikte hen toe toen ze hun ietswat onvaste blik op hem richtten. Ze hoorden bij het decor, hij niet. Maar ze droegen een sportbroek, weliswaar met slippers en grauwe sokken. Na één keuring van Nicks outfit, werd hij al omarmd als 'één van hen'.
Hij knikte naar de man achter de toog en kreeg een oprecht vriendelijk lach terug. Nick koos een tafeltje bij het raam.
'Ik kom zo bij u,' riep de barman gul en onderwijl voorzag hij beide heren aan de toog ongevraagd van een nieuw glas.
Nick schoof zijn tas op de stoel naast hem en plukte de kaart uit het houdertje dat op de tafel stond. De prijzen waren met de hand geschreven, in potlood en dus te allen tijde aanpasbaar.
Hij glimlachte in zichzelf, hij hield van zo’n plekken. Ze waren op sterven na dood, er kwam hier geen kat meer maar toch bleven ze overeind dankzij de koppigheid van de eigenaars.
Hij las schijnbaar het menu maar liet zijn ogen rustig door de ruimte dwalen. Erg groot was het niet maar degelijk ingericht, met de mogelijkheden die er waren. Zijn ogen bleven rusten op enkele kaders aan de muur, waar de geschiedenis van het etablissement uitvoerig aan bod kwam. Ooit was alles, van de tafels tot de stoelen, van plastic geweest. In van die schreeuwerige kleuren maar iemand met meer smaak was gaan shoppen. Het resultaat zou nog steeds in geen enkele catalogus raken maar het was een dappere poging.
De bar was het pronkstuk en dat was het altijd geweest. De flessen in de rekken achter de bar droegen niet langer de exotische labels van diegene die op de foto stonden, maar het vormde nog steeds een boeiende collectie vreemde dranken.
Er dwaalde een zwijgzame, jonge ober doorheen de tafels, gewapend met een vod. Hij had de lege blik van iemand die heel ver zat met zijn gedachten, overal maar vooral niet hier. Hij veegde amper over de tafel en zonder zich te bekommeren om het feit of het al dan niet netjes was, schoof hij op naar de volgende.
Nick sloeg hem een poosje gade.
‘Goedemiddag.’ Naast hem dook een frisse verschijning op. Jonge vrouw, met donker haar in een paardenstaart en dezelfde diepbruine huid als de barman. Het was dus een familiezaak.
‘Hallo, een koffie graag,’ glimlachte Nick.
'Komt in orde.' Ze keerde zich met een energieke beweging om. De ober volgde in haar kielzog, met zijn vod in zijn achterzak. Nick haalde zijn smartphone uit zijn zak. Tot zijn verbazing was er bereik.
Het belletje rinkelde opnieuw. Hij keek niet op, hij wist dat het zijn klant was. Ze rook naar dure bodymilk en die typische geur van kapperszaken. Hij sloot zijn scherm af en sloeg zijn ogen op.
Zijn blik schoot naar de bar.
En terug naar de dame voor hem.
'Hallo zus.' De barman dook naast hen op en keek nieuwsgierig van Nick naar zijn tafelgaste en terug. 'Wat kan ik je brengen?'
'Koffie, Koen, een koffie zou leuk zijn.'
'Komt in orde.'
'U spreekt af met mij in de tent van uw broer?' Nick wist niet zeker of dat een teken van domheid of arrogantie was. Ze glimlachte vaag, wachtte op de koffie en wuifde haar broer met een klein handgebaartje weg.
De man slaakte een zuchtje, grijnsde naar Nick en verdween. Hij was halverwege de veertig, gokte Nick. Fit, knap en uitbundig. Zijn zus was ouder maar niet veel. En helemaal niet uitbundig.
'Zal ik de regels nog eens herhalen?' Nick tikte op het mapje.
'Hoeft niet.' Ze was een vrouw van weinig woorden. Ze opende haar handtasje, zo met een knip en haalde er een foto uit.
'Ow.' Nick begreep waar haar kilheid ten opzichte van haar broer vandaan kwam. Hij vertegenwoordigde de rechterhelft van de foto. De jonge ober, zeker twintig jaar jonger dan de barman palmde de linkerhelft in. Ze stonden innig te kussen, al stak de ober zijn middelvinger op naar de lens. De lach op zijn gezicht was zelfs zichtbaar doorheen de kus. Nick probeerde niet op te kijken, naar de twee mannen.
'Hij is het doelwit.' Een keurige, dieprode nagel, tikte op de ober.
'Vermoedde ik al,' gromde Nick, niet zo gelukkig. 'Maar als het louter is omdat uw broer iets heeft met een veel jongere kerel...'
Er verscheen een tweede foto. Een echte foto, getrokken voordat er smartphones waren.
Min of meer zelfde houding.
Beide mannen netjes in het pak. De ober zag er hetzelfde uit. De barman oogde jong, jonger dan de ober. Nick vergeleek beide foto's en wist niet waar hij naar keek.
'Hun trouwfoto, van 25 jaar terug.' Ze lachte een beetje vals. 'Succes met de opdracht, meneer. U bent de zevende die ik contacteer, u krijgt net als de anderen vijf pogingen om die rotzak om te leggen. Iedere poging wordt vergoed, slaagt u, dan volgt een stevige beloning. Niemand anders kreeg het voor elkaar.' Ze dronk haar koffie uit. Nick volgde de ober, hij zag er niet zo indrukwekkend uit.
'Hij is onsterfelijk,' fluisterde de dame. 'Is dat nu eens geen uitdaging voor een huurmoordenaar?'

