Passie voor schrijven, wat dan ook.
(Dit is uitsluitend geschikt voor de meer fantastievolle geesten aangezien er echt geen woord van waar is en er hier en daar misschien iemand met de ogen zal draaien. Maar ik moet mijn account fris houden dus... En goed, het was ook gewoon zalig schrijven.)
In het hartje van een donker bos, niet zo heel erg ver van hier, staat een huisje: een heuse cabin in the woods, een cottage a.k.a het vaste adres van Bowie. Bowie is een kosmisch afgezant, gemaakt uit sterrenstof, met een lijf om je vingers bij af te likken. Al pikte hij dit lijf van een iets minder gefortuneerde wattpad-weerwolf en nu zit Bowie opgescheept met alle bijhorende ongemakken van een Alpha weerwolf. Hij werd er op licht ilegale wijze eigenaar van dus zal hij de gevolgen dragen. (Lees: de arme weerwolf legde het loodje en Bowie claimde, zonder echt diep na te denken, het mooie lichaam.)
En zo geschiedde: een klein jaar na de bijzonder tragische gebeurtenissen in 'Via Bowie' (Wel, ze waren niet tragisch. Ze waren onlogisch, geschift, bijzonder vreemd maar niet tragisch maar dat klinkt wel heel goed dus ik zet het hier maar in.) woont Bowie teruggetrokken in het hartje van dat Vlaamse bos.
Met Koen.
Zijn Koen, die ooit het loodje legde. Omver gereden door een Boos Romeins Godheidje op een step...(Ja hoor, dit is een zin) en Koen ruilde het tijdelijke met het eeuwige. Hetzij tijdelijk. Bij deze neem ik mijn woorden terug: dat was toch wel tragisch. Bowie regelde zo het één en ander, zijn innerlijke weerwolf kon niet zonder zijn lief, zijn innerlijke starman doofde uit zonder Koen en Bowie kende wel iemand die iemand kende die via via zo het een en ander kon regelen. Koen mocht terug, via de achterdeur van de Kosmos, al was het maar om van Bowies gehuil naar eender welke maan verlost te zijn. (Heb je enig idee hoeveel manen er in de Kosmos zijn?)
Dit is allemaal ter zijde.
Op de bewuste dag, waar dit verhaaltje begint, zit Bowie in jogging broek (die draagt hij NOOIT buitendeurs maar zo binnen...) in de zetel. Het is bijna tien uur in de avond en de volle maan staat helder aan de hemel, in het gezelschap van een hoop sterren en een heuse planetenparade waar Koen naar zit te kijken. Bowie blijft binnen, de volle maan kan hem niet langer bekoren. Zijn huid jeukt, zijn neus kriebelt en hij zit ongedurig heen en weer te schuifelen in de zetel. Het idee dat de volle maan er is, volstaat al. Al zijn de neveneffecten vandaag net iets minder groot dan voorgaande maanden. Bowie zit namelijk op het randje van de zetel met grote ogen naar het scherm te kijken. Hij snuft, veegt de tranen van zijn gezicht, jankt met korte wolfachtige piepjes en juicht het uit wanneer de twee lovers op het scherm elkaar eindelijk in de armen vallen.
'O shit,' mompelt hij, toch een beetje de kluts kwijt bij de volgende intense minuten. Met open mond, rode wangen en glinsterende ogen staart hij naar datgene wat zich afspeelt op het scherm.
'Waar kijk je naar?' Bowie slaakt een gilletje als Koen over de leuning wipt en naast hem in de zetel ploft. Hij was zo geconcentreerd dat hij hem niet eens hoorde binnenkomen.
'Heated Rivalry,' mompelt Bowie, zonder zijn ogen van het scherm te halen. Koen kijkt van het scherm naar zijn vriend en terug.
'Uhu. En sinds wanneer hebben wij HBO?'
'Sinds nu, een sterrenstofje volstond om dat oude ding aan de praat te krijgen,' slikt Bowie. Hij knikt naar de antieke tv. 'Sterrenstof is Energie, Koen.'
Koen slaakt een diepe zucht maar nestelt zich naast Bowie.
'Beeld zonder klank, waar is het bakje?'
'Laat het zo, ik vond de muziek niet mooi.' Bowie scheurt eindelijk zijn ogen los van het scherm en kijkt zijn lief aan. 'De wereld gonst ervan, Koen. Ik las deze morgen de recensie in de HUM* en in De M*rgen en ik was nieuwsgierig. Zijn wij ook zo?'
Nu kijken ze met twee naar het scherm.
'Nope, ik zit heus niet de hele tijd aan jou te frunniken en ik kijk je zeker niet aan met zo'n hulpeloze, smachtende blik,' zegt Koen droog, waarop hij heel snel zijn hand terugtrekt die rustig in Bowies nek lag. Ze grijnzen breed. Bowie loert naar zijn lief, klimt op zijn schoot en trekt in één vloeiende beweging zijn shirt uit. Hoe De Donkere in de serie (Hier mijn excuses, de andere optie was A en B, ik ken de namen nog niet maar als het iemand stoort, dat wil ik het wel opzoeken, in het bewuste artikel in den HUM* tot die tijd moet je het doen met De Donkere.) naar De Blonde kijkt, daar werd hij een beetje week van. Maar hoe Koen naar hem kijkt, dat maakt nog net iets meer los. Ze kussen, lekker op de sofa, terwijl A en B het beste van zichzelf geven op het scherm. Bowie let er niet meer op. Koen wel, die gluurt over Bowies schouder naar het subtiel vrijende stel.
'Wie vind je de knapste?' fluistert hij, gewoon om zijn lief te plagen.
'Hmmm, is dat een strikvraag,' mompelt Bowie met zijn neus in Koen hals. Hij snuift de geur van het pompende bloed op. 'Jouw hartslag stijgt, vriendje.'
'Waarschijnlijk. Antwoord eens, Bowie.'
'Jij bent hier, er is maar één juist antwoord.' Bowie meent het uit de grond van zijn wolvenhart.
'Oh, doe niet zo flauw. Als je eentje op een schilderij mocht zetten en boven ons bed kon hangen, van wie zou het zijn? Hem?' De camera verschuift. 'Of de donkerharige?'
'Hmmmm, zeg ik niet,' lacht Bowie. Hij voelt zich een beetje wolf deze avond en die heeft niet langer zin om naar tv te kijken. Koen is hier, warm en echt en...
'Ahum Ahum.' (Geluid van een schrapende keel, ik kan dat hier niet echt doen maar je mag dit stukje gerust actief lezen en het dus zelf doen. Dank voor uw begrip.)
'Ahum Ahum.' (Met iets meer aandrang dan bovenstaande lijn.)
'Ja, ik hoorde je de eerste keer al.' Bowie zit roerloos op Koens schoot. Hij doet heel hard zijn best om de opkomende moordneigingen in te tomen. 'Wat?'
'Ik dacht zo, mijn beste Bowie,' neuzelt Boos Romeins Godheidje. 'Dat ik je best eens kom waarschuwen.'
'We hebben een deurbel, weet je dat?' grauwt Bowie. 'Je kunt hier niet zomaar binnenvallen als je daar zin in hebt!'
'Ik ben een Romeins Godheidje,' komt het hooghartig. 'Ik mag doen wat ik wil. Spelen jullie een stukje van tv na, heren?'
Bowie grolt kort, klimt van Koens schoot en grijpt het Godheidje bij de revers van zijn tuniek. (Romeinse Godheidjes dragen zo van die tunieken, meestal in het wit of een pasteltintje, in combinatie met vetersandalen, voor wie het zich afvraagt. Anders komen ze niet buiten, er is een strikte dresscode voor Godheidjes uit die Middellandse Zeegebieden.)
'Wat is er?' zeg hij laag en dreigend. Godheidje slikt een beetje angst weg. Hij hangt zeker een halve meter boven de grond, oog in oog met Bowies woeste blik en Romeins Godheidje neem Bowie's afgetrainde lijf verlekkerd op. (De eerlijkheid gebiedt me de zeggen dat dit het aandeel is van weerwolfje, Bowie zag nog nooit een fitneszaal aan de binnenkant. Al let hij wel op omdat Koen verzot is op het lijf.) 'Je zit in de problemen,' grinnikt BRG, met blozende wangen van puur genoegen. 'O, ze zullen je verbannen naar een uithoek van het heelal. Dit wordt een schandaal, Bowie, het zoveelste voor jou.'
Bowie gromt diep en dreigend, de bloeddorst in zijn lijf valt moeilijk te temperen. Hij vestigt zijn ogen op het scherm waar A en B intens de liefde bedrijven en hij snuift scherp voordat hij zich omdraait naar Koen. Zijn lief zit stram in de zetel, hij heeft geen enkel vertrouwen in Bowies zelfbeheersing op Wolvennacht waar het Romeinse Godheidjes betreft.
'... I Love You...' fluistert B tegen A terwijl ze naakt in bed liggen en hun vrijpartij afsluiten met wat romantische zinnen over en weer. De lieveheid barst bijna door het scherm en kalmeert Bowies pompende hart.
'Ik heb niks gedaan,' gromt Bowie wanneer hij zichzelf weer netjes onder controle heeft. Al is hij dat natuurlijk niet zeker. Bowie en De Kosmos hebben een andere visie op 'crimineel gedrag'.
'Dertig seconden geleden is Florence ontploft, het is overal. Momenteel zoeken ze de dader maar ik wist onmiddellijk wie het was. O, lieve Bowie, deze maal ben je er gloeiend bij. Kus hem al maar vaarwel, Koen.'
'Florence? Wie is Florence?' Bowie overloopt alle dames die hij kent. Hij vindt geen Florence.
'Florence, Italië! De stad, stomkop. Dertig seconden geleden werd de stad op stelten gezet,' sneert het Godheidje. 'O, Bowie, ik wou dat ik je gezicht kon zien... Vaarwel, tot nooit meer. Ze slepen je bij je haren weg en gooien je in een lokaal hellevuur. Je tijd op Aarde is voorbij. Ik kom je wel eens bezoeken.'
'Dertig seconden geleden zat ik hier en was ik bezig. Wat er ook aan de hand is, ik zit er voor niks tussen. En nu wegwezen.'
'Dus dat is je favorietje, hé.' Godheidje kijkt naar het scherm, hij weet iets wat Bowie niet weet en geniet er met volle teugen van. Hij barst in een hoog, kakelend lachje uit voordat hij met een zacht 'poef' geluidje verdwijnt.
'Irritant wezen,' mompelt Bowie. Hij staat op blote voeten en zwaar hijgend midden de kleine woonkamer. 'Ik had hem bijna de keel doorgebeten. Alleen smaken godheidjes zo bitter.' Hij trekt een vies gezicht.
'Geen groot verlies,' zegt Koen toegefelijk. 'Waar ging dit over?'
'Geen flauw idee, ik was niet in Florence, ik was hier en... ' Hij valt stil, zijn ogen rusten op A en Bn die knusjes samen liggen te slapen. Zijn eigen romantische mood is nu ver zoek. Bowie kleedt zich opnieuw aan. 'Laat maar, zet maar op pauze, ik ga naar Florence, ben zo terug. Die kleine etter heeft het een beetje verpest. Waag het niet om verder te kijken zonder mij.'
'Ik ga mee.' Koen is al overeind en zet het moment op pauze. 'Ik wil nu wel het einde zien, heb je alle afleveringen?'
'Natuurlijk,' gromt Bowie. Koen neemt Bowies uitgestoken hand. Een Kosmisch lief hebben is makkelijk. Ze staan overal, in dit heelal of in een ander, in luttele seconden.
Op naar Florence, Italie.
Nu moet je weten dat Bowie al sinds mensengeheugenis rondloopt op Moeder Aarde. Om het eenvoudig te stellen: hij heeft zo al het één en ander gezien, meegemaakt en was vaak het middelpunt van een hoop huiselijke drama's en sloten aan tranen, van mannen en vrouwen want Bowie is een kosmische entiteit en die wisselen tussen man en vrouw zijn naargelang het hen uitkomt. Maar zijn kern is kosmisch sterrenstof. En die kern staat op dit huidige moment, waarop ik deze woorden typ, met open mond naar bovenstaand schilderij te kijken. Alleen, beste lezer, staat niet langer de schone dame daar centraal maar een jonge, welgebouwde kerel, halfnaakt (uiteraard), met zwoele blik met Bowie te flirten. In verfstrepen, keurig naar de hand van de Meester Botticelli himself.
De Donkere. De Donkere met de lieve ogen uit Heated Riva... ravi...rilva... soit, dat.... Bowie opent zijn mond. Sluit het weer. En staart, net zoals honderden dolle fans, naar het schilderij 'La Primavera'. Maar dan zonder Primavera, geen spoor van de Lente te bespeuren. De elegante dame is vervangen door een hockeyspeler, ze maakt niet langer deel uit van het tafereel.
'Niet mis,' hoort hij Koen zeggen, de lach in zijn stem is onmiskenbaar.
'Shit,' fluistert Bowie, hij deelt de vrolijkheid helemaal niet. 'Ze wurgt me, vierendeelt me en dumpt iedere deeltje in een ander univerum. Ik ga er zo aan.'
Pas na enkele seconden (waarin hij compleet omringd is door het onophoudelijke gezoem van camera's en mensen die het nodig vinden om dit gegeven, namelijk, dat de 'Lente' van Botticelli op magische wijze en zo plots plaats heeft moeten maken voor De Donkere van Heated Riva... Ravi... rilva... vast te leggen en het te delen op alle mogelijke social media ter wereld) dringt het gevaar echt door. Nog voor Bowie met zijn ogen kan knipperen, weten ze het al tot in New York en dan is het een kleine stap richting Kosmos. Boos Romeins Godheidje had onmiddellijk door dat het zijn doen was, de rest zou snel volgen. Hij zal zich moeten verantwoorden, ze zullen hem op het matje roepen. Binnen hier en tien minuten stuurt de Kosmos iemand om Bowie om zeep te helpen. Hij weet hoe het werkt. Waarna iemand hem zou doorverwijzen naar de dienstingang. Hij was zijn pasje voor 'De Tunnel met het licht op het einde' alweer kwijt.
Het zou hem uren kosten, hopen papierwerk. Hij kon niet ontkennen dat het zijn doen was: A stond daar naar hem te kijken. Bowie likt zijn kurkdroge lippen en loert over zijn schouder, half en half verwachtend dat iemand daar al klaar stond met een jachtgeweer. La Primavera zou drama maken, hij wist het zeker. Ze waren niet bepaald als vrienden uit elkaar gegaan. Goed, niet allemaal haar schuld maar zijn ergernis voor haar verdwijnt in het niks bij haar woede naar hem toe. Ze zal schadeclaims eisen voor zijn gedrag, vreest Bowie. Erger nog, hem ervan beschuldigen dat hij het met opzet deed om haar te keineren. Alsof hij zich daar mee bezighoudt. Hij heeft nog welgeteld elf minuten voordat het woord uit is.
BOWIE VERNIELDE EEN MEESTERWERK OM ZIJN EX TE KL*TEN. Hij ziet de krantenkoppen al, het Universum zou smullen van het drama: zij was een hoogwaardige zekerheid in het bestaan van hele Universum. Hij was slechts in een handvol samengeveegd sterrenstof, boodschapper van de Kosmos in een leuk lijf. Ja, haar moeder had haar gewaarschuwd... Bowie schudt de herinneringen van zich af als hij een hand in de zijne voelt.
'Ik denk dat ik het antwoord op mijn vraag nu wel weet.' Koen komt naast hem staan, legt zijn hoofd op Bowies schouder en schudt van het lachen. De tranen lopen over zijn wangen. Ze staan naast elkaar naar het bijzonder vreemde schilderij te kijken.
'Ik moet dit rechtzetten voordat ze de hele Kosmos overhoop haalt,' zegt Bowie plots. 'Boos Romeins Godheidje had gelijk, dit is niet goed. Koen, als ze het weet, dan boort ze me de grond in.'
'Ze?'
'Zij, wel, de dame die er stond. Lente.' Bowie houdt zijn ogen strak op de ogen van De Donkere. Als hij zich niet vergist, glimlacht die nu een beetje. Bowie kijkt duister terug. 'Ik heb nog iets met haar gehad. Niks serieus, wat op en af maar zij zag het niet zo. Ik was in die tijd nogal... euh... wel... Ik nam het niet zo nauw met echtelijke trouw. Een eeuw of zeven geleden gingen we uit elkaar, dat was voor jouw tijd,' voegt hij er haastig aan toe. 'Ze hield van dat schilderij. Ik wens haar niks kwaads toe, Koen, maar ze zal denken dat ik het met opzet deed om haar te vernederen ofzo.'
Koen lacht niet langer.
'Je hebt haar gekend, wauw. Ik moet dat even verwerken. Ging jij naar bed met de hele kosmos?'
'Nee,' gromt Bowie op zijn tenen getrapt.
'Prima, ik vind A daar niet misstaan maar hoe komt hij daar, in de penseelstreken van Botticelli? Bowie, de halve wereld is nu al op de hoogte, straks weet iedereen het. Dit is een misdaad, je kliert niet met oude meesterwerken. Hoe komt hij daar in hemelsnaam?' Het siert Koen dat hij een heel ruimdenkend man is, dit is een gewone dag voor hem.
'Jij vroeg wie ik de knapste vond. Hem dus. Jij vroeg wie ik op een schilderijtje zou willen...' opnieuw boze blik richting De Donkere. 'Ik heb wat affiniteit met dit schilderij. Ik was erbij toen het gemaakt werd dus ja, het ging zo een beetje per ongeluk, vermoed ik. Al die gedachten... Trouwens, jouw handen zaten waar ze niet moesten zitten en je kuste me zo heerlijk, ik lette niet meer op en dan gebeuren er al eens rare dingen,' maakt hij het droogjes af.
'Mijn schuld,' zeg Koen minzaam.
'Inderdaad, bied jij jezelf nu aan om gevierendeeld te worden?' Bowie klinkt voorzichtig positief. Hij wurmt zich langs de anderen tot op de eerste rij en schudt ongelovig het hoofd. 'Dit was haar altaar, hier kwamen mensen naar haar staren,' mompelt hij. 'Glimlachen voor de foto, mensen die haar lof toejuichen. Ze is dol op de aandacht...' Hij richt zich rechtstreeks tot De Donkere. 'Jij, meneer Hockeyspeler, hebt geen idee wat je mij hebt aangedaan. Dit was niet de bedoeling.'
Waarop Bowie zonder meer het schilderij van de muur haalt (Oké, tot op heden was deze tekst heel waarheidsgetrouw. Maar hier moet ik even van dat pad af en fantaseren want ik heb geen idee of 'La Primavera' aan een muur hangt met een nageltje ofzo. Dit is dus FAKE news). Koen gaapt hem aan. Bowie rolt het doek op en schuift het onder zijn arm. Er valt een memorabele stilte. (Al denkt niemand er aan om het tijdstip te noteren en gaat het moment voorbij.) Bowie beent naar de verbouwereerde sjamaan.
'Je kunt dat nu niet stelen,' sist Koen nerveus. 'Er zijn hier mensen. Sh*it, Bowie, je kunt me hier niet achterlaten. De politie zal denken...'
'Elf minuten, meer heb ik niet nodig.' Ook Bowie kan bijzonder teder en lief uit de hoek komen, vooral op volle maan. Na de zachte, lieve kus weet Koen niet meer wat denken. 'Ik wil geen ruzie met een Kosmische gebeuren als de Lente en jij ook niet.'
'Juist,' stamelt Koen. 'Paasei dan maar?' Hij roffelt in zijn jaszak en duikelt een eitje op. 'Met pistache.'
'Wit?' Bowie waagt een glimlachje.
'Natuurlijk. Ik weet wat je lekker vindt.'
'Dank je.' Bowie kijkt zijn lief warm aan en pelt het eitje. 'Tot straks.'
PING (Voormalig pang)
Noot van de fantast: Ping (voormalig Pang) betekent overgang naar De Andere Kant, heengaan, het tijdelijke met het eeuwige wisselen, het hoekje om... etc. Je snapt het wel. Bowies lichaam moet eerst sterven voordat hij het sterrenstof vrijkrijgt en zo vrijelijke door de Kosmos kan zoeven, dat is natuurlijk een nadeel maar iedereen weet dat vaste lichamen niet vrij rondzweven daar in space. Weerwolfje heeft een nootjesallergie dus als Bowie naar huis wil, eet hij een paaseitje.
Het is een drukte van jewelste daar in zaal tien. Mensen drummen rond het nu lege kader waar La Primavera moet hangen al is de uitdrukking 'Heated Ri...' de meest gehoorde term daar in de zaal. Toeristen, museumpersoneel en andere op senstatie beluste mensen kwebbelen luid in hun gsm. Niemand heeft oog voor het kleine drama dat zich afspeelt in de hoek van de zaal. Een oogverblindend knappe jonge man (Voormalig Alpha. Qua voorkomen zijn er eisen om deze titel te mogen dragen, ik zocht het op) ligt naar adem te snakken op de grond, met zijn hoofd in de schoot van zijn lief. Het duurt niet lang voordat zijn heldere ogen zich in doodsnood richten op de gezicht van zijn vriend.
Ping.
Bowie slaakt een zucht, zo doodgaan en plein public vindt hij maar niks. Hij veegt het sterrenstof samen, hurkt voor Koen zodat ze elk aan een kant van het lichaam zitten en wacht tot de sjamaan hem aankijkt. Koen ziet hem voor wat hij is: een Kosmische entiteit met een verliefde blik.
'Tot straks,' ruist Bowie, waarop hij Aarde verlaat. Hij vlamt de 'Tunnel' gewoon door, steekt een rij wachtende voor en negeert stoïcijns hun boze uitroepen. Bowie zet koers naar het sterrenbeeld van zijn naamgenoot, begroet David Bowie door een vrolijke 'He's the starman' in te zetten en vlamt sneller dan het licht, nog steeds zingend want Bowie houdt oprecht van zoeven door de Kosmos aan lichtsnelheid, richiting Jupiter.
Hij neemt was gas terug, wikt en weegt zijn opties en die zijn niet bijzonder talrijk:
1. Bowie zet koers naar zijn ex, smijt zich aan haar voeten en vraagt vergiffenis voor zijn ondoordachte actie. Het was per ongeluk, zo van die dingen. De kans dat ze een publieke schuldbekentenis zou willen, is natuurlijk groot. Lente was, doorgaans een zachtaardige warme persoonlijkheid maar had zo haar grillen. Als het nieuws haar nog niet bereikt had, dan maakte hij een kans. Zoniet... Je begrijpt dat Bowie er niet veel voor voelt om zo door het stof te kruipen.
2. Hij zoekt de ziel van Botticelli himsef en vraagt de meester om eigenhandig en tegen grote betaling Bowies fout recht te zetten. De kans dat de hand van Botticellie nog even vast is als toen, is klein. De kans op een lelijke versie van Lente groeit daarmee en ook dat zou ze hem niet in dank afnemen. Trouwens, het ontbrak Bowie aan lef om zijn versie van het schilderij aan de meester te tonen, die zou de grap er misschien niet van inzien.
3. Bowie ontkent alle schuld en betrokkenheid. Al kan hij dan niet instaan voor de veiligheid van De Donkere. Als die een boze Lente op zijn dak krijgt, dan zal het eeuwig regenen waar hij gaat en staat. Zo'n wolkje boven zijn hoofd als in de tekenfilms en Bowie moet toegeven dat De Donkere er toch eerder een zomertype uitziet. Hij verwerpt het idee, De Donkere moet niet gestraft worden voor Bowies moment van zwakte.
4. Hannah... Hannah De Witte. De naam springt zijn gedachten binnen. Bowie wijzigt onder het luid zingen van 'Rebel Rebel... Hot Tramp I love you so...' zijn koers. Richting Deep Space. Daar aan de rand van het gekende universum woont een goede vriendin van hem. En haar kennis over borstels, verf en kwasten in ongeëvenaard. Hannah De Witte (geen familie van Gandalf the White, al denken veel mensen van wel. Niet dus, ze kennen elkaar slechts oppervlakkig.) is de beste vervalser in deze kosmos en ver daarbuiten. Als u denkt dat u naar een Rembrandt kijkt, kijkt u eigenlijk naar een Hannah.
Haar atelier is opgetrokken uit kleurrlijke stukjes planeet, her en dan verzameld en zweeft doelloos rond, ver weg van de meer drukke kosmische routes. Ze is een reizend artiest. Bowie landt op de drempel en woelt door zijn haren. (Sinds zijn haren niet langer eigendom zijn van de wattpad-Alpha en dus niet langer strikt in de gel worden gelegd of moeten voldoen aan de eisen van 'gecoördineerd nonchalant', is het een warboel). Hij klopt aan, schraapt zijn keel en strijkt zo voor de zekerheid nog eens zijn shirt recht.
De deur waait open.
Twee sneeuwwitte ogen nemen hem op, van kop tot teen. Alles aan haar is wit, niet bleek maar wit zodat de ontelbare verfspatten nog beter uitkomen.
'Bowie?' Het moment erop springt ze in zijn armen, slaat haar benen om zijn middel en hij knuffelt haar stevig. Oh, soms mist hij de Kosmos heel erg.
'Hoi Hannah.'
'Ik had je niet herkend,' grijnst ze. (Wat akelig is, want ook haar tanden en lippen zijn wit. Met helemaal wit bedoel ik... helemaal wit). 'Je ziet er...' Ze fluit bewonderd.
'Begin er niet over,' gromt Bowie, die dit nu al zo veel keer heeft gehoord dat het hem stoort. Hannah wijst hem een krukje toe.
'Wat brengt je hierheen? De laatste keer ik iets van je hoorde, werd je verbannen naar een onbekende uithoek.'
'Aarde,' helpt Bowie vriendelijk. 'Dat is nog maar twee eeuwen geleden.'
'Je straf zit er dus nog niet op of keer je terug?'
'Nee. En ik keer ook niet onmiddellijk terug. Ik heb iemand ontmoet.' Hij prutst aan de zoom van zijn shirt. 'We zijn zo een beetje samen. Voor echt,' voegt hij er glunderend aan toe.
'O, je bent verliefd!' Hannah klapt verrukt in haar handen. 'Heeft jouw bezoek iets te maken met de liefde?'
Bowie spendeert precies 25 seconden aan zijn uitleg, Hannah 102 aan de slappe lach. Ze veegt de tranen van haar wangen en zit zachtjes te hikken op haar krukje terwijl Bowie haar zijn versie van het schilderij voor de neus legt.
'Ja, ik kan me voorstellen dat de Lente het niet zal waarderen dat je haar vervangen hebt door Shane Hollander.' (Driewerf hoera voor mij! Ik deed mijn huiswerk!)
'Euh?'
'Hij,' wijst Hannah met een monkellachje. 'Ik heb HBO.'
'Heet dus niet niet 'De Donkere.' Hannah kijkt hem bevreemdend aan. 'Sorry, het geluid en de ondertiteling stond af.' Bowie haalt zijn schouders op.
'Nee, hij heet in de serie...'
'Shhh! Geen spoilers,' sist Bowie snel. 'Kunnen we ons terug focussen op het probleem hier.'
'Hij is het probleem,' grijnst Hannah.
'Goed goed, maar kan je het schilderij herstellen? Hem opnieuw overschilderen, van jouw Shane mijn Lente maken? Alsjeblieft?' Hij probeert niet al te smekend te klinken en kijkt haar hoopvol aan.
'Nee.'
'Nee? Maar ik dacht...' Zijn ogen vullen zich met teleurstelling en paniek. 'Hannah, ze laten me niet terugkeren, er is nu al waarschijnlijk grenscontrole. Ik raak niet meer terug, ik heb Koen daar achtergelaten met een lijk en een kunstroof. Dat was niet bijzonder netjes van mij. Ik wil terug naar huis, hij komt zwaar in de problemen als ik niet terugkeer.'
Zeven en een halve minuut later vlamt Bowie voorbij de grenscontrole aan de tunnel met het witte licht op het einde. Hij maakt een kleine omweg en nog eens drie seconden later trillen de wimpers van weerwolfje.
Hij ontwaakt in een helse drukte.
Handen op zijn lijf, bezorgde ogen die in de zijne turen en het compleet verbijsterde gezicht van een Italiaanse hulpverlener die keer op keer herhaalt dat ze hem net dood verklaarden. Bowie komt wankel van de brancard en zakt in elkaar in Koens armen.
'Gelukt?' fluistert zijn vriend, grauw van de zorgen.
'Zware nacht maar gelukt.' Achter hem barst een oorverdovend gekwetter uit. Aan de muur, aan het nageltje, hangt La primavera. Met de Lente in al haar schoonheid. Dit meesterwerk kwam nooit in de buurt van Botticelli maar dat weten alleen Bowie en Koen (En wij nu).
Het echte werk, wel, dat hangt in de woonkamer van een cabin in the woods, boven een oud tv toestel dat op pauze staat.
'Hij hangt daar schoon,' geeuwt Koen. De sjamaan ploft in de zetel, trekt zijn schoenen uit en gooit zijn voeten op tafel. 'Het was inderdaad een zware nacht.'
Zijn oog valt op de hoek van de tafel, waar een stapeltje A4'tjes ligt. Koen leest het eerste blad door, dan het tweede en kijkt Bowie verbouwereerd aan.
'Ik maakte een tussenstop in Canada,' geeuwt hij. 'Dat is het script voor het tweede seizoen. Ze zullen me dat geen tweede keer lappen.' Hij wrijft in zijn ogen.
'Bowie, schat, je had ook gewoon HBO kunnen opzeggen,' glimlacht Koen. 'Daar hoef je die jongen niet voor te straffen.'
'Het is verdomme zijn schuld,' mompelt Bowie. 'Hij bracht jou in de problemen.'
'Nee, jij bracht mij in de problemen,' verbetert Koen hem liefdevol. 'Ik hou van je, weet je dat?'
Bowie glimlacht slaperig.
'Nog één aflevering om zen te worden en dan ga ik naar bed. De volle maan is bijna weg en ik ben gesloopt.'
Ze missen aflevering 4 en 5. Bowie en Koen liggen te slapen nog voor de intro voorbij is, met in elkaar gevlochten vingers. De kopjes tegen elkaar. Buiten verbleken de eerste sterren en begint een merel aarzelend zijn lied.
En De Donkdere van Heated R zag het goed was.
⭐Einde.⭐