Omdat ik binnenkort op reis ga, bekijk ik de koffers in een chique winkel op de eerste verdieping van het station in Sendai. Ik schrik van de exorbitante prijzen. Sommige koffers kosten evenveel als een vliegticket naar plekken in Japan waar ik ooit nog eens naartoe zou willen gaan.
Ik laat mijn blik vallen op tassen die me een goed alternatief lijken. Een tas van vijftig liter lijkt me wel geschikt.
‘Kan ik u helpen?’
De verkoper, die vlak bij mij bezig is een grote ballon op te pompen—die blijkbaar als vulling moet dienen voor een enorme sporttas—kijkt me vriendelijk aan. Hij stopt bruusk met pompen. Hoe groot moet die ballon wel niet worden om de enorme buik van de tas te vullen, denk ik.
‘Hoe duur is deze tas?’ vraag ik in mijn beste Japans, terwijl ik de tas van het rek haal. De verkoper loopt naar me toe. De tas met de uitpuilende ballon blijft plompverloren uit zichzelf staan. Zo vol met lucht zit hij al.
De verkoper pakt de tas van me over en bestudeert het prijslabel. Hij noemt de prijs. In perfect Engels. Ik schrik.
‘Hebt u veel cadeaus gekocht en heeft u niet genoeg plek?’
‘Nee, dat is het niet. Ik ga op reis,’ antwoord ik kortaf in het Engels. Ik zie een kostbare gelegenheid om mijn Japans gratis te oefenen in het water vallen. Wat me behoorlijk irriteert.
De verkoper schijnt niets in de gaten te hebben. ‘Gaat u terug naar huis?’ Zijn Engels klinkt perfecter dan het mijne. Ik voel mijn geïrriteerdheid opzwellen. Omdat ik geen antwoord geef, vraagt hij door. ‘Bent u op bezoek geweest in Japan?’
De ballon in mijn hoofd groeit.
De verkoper heeft nog altijd niets in de gaten. Hij straalt een zelfverzekerdheid uit die men in Japan verafschuwt in de dienstverlenende sector.
‘Nee. Ik woon in Sendai!’ antwoord ik kortaf.
‘Oh, dus u spreekt wel Japans?’
‘Ja!’ Mijn stem trilt. Nu van onzekerheid. De verkoper denkt er toch niet over om mijn Japans te testen? Dan sta ik straks echt voor lul.
De ballon in mijn hoofd zwelt nog meer. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om nu in het Japans te praten.
Snel vuur ik de ene na de andere technische vraag op de verkoper af. In mijn beste Engels.
‘Is de tas sterk genoeg om als gewone bagage in te checken?’
‘Ik denk het wel. Maar het blijft een tas. Tassen zijn minder geschikt om als bagage in te checken.’
‘Hoe kan ik de tas dragen?’
‘Schuin en op de rug.’
‘Hoe lang gaat de tas mee?’
‘Ik hoorde van een klant dat ze de tas al tien jaar gebruikt. En hij is nog altijd in goede staat.’
Ik geef het op. Onoverwinnelijk is deze verkoper.
Met een blik van medelijden kijk ik naar de tas met de ballon, die nog altijd plompverloren bij het rek staat. Als een zwangere vrouw die midden in een bevalling tot haar lot is achtergelaten door de dokter.
‘Oké. Ik denk dat ik genoeg weet. Ik denk er nog over na!’
De verkoper hangt mijn tas terug in het rek.
‘Geen probleem! Als u nog meer vragen heeft, kom gerust langs. Dan help ik u graag.’
Ik ontplof bijna, maar laat niets merken.
De verkoper loopt terug naar de zwangere tas en gaat verder met pompen, alsof er niks is gebeurd. Als ik de winkel verlaat, zwaait hij beleefd naar me.
Ik zwaai beleefd terug terwijl ik woedend denk: Ja, daar ben je goed in, ballonnen oppompen!