De late tirade

Anemos
11 dec. 2020 · 10 keer gelezen · 1 keer geliket

cajetana@kloosterorde.com

Dag non Cajetana,

Het zal u choqueren dat ik u niet met eerwaarde zuster aanspreek. Die schijnheiligheid zal u bij mij niet vinden.

Ik herinner me onze eerste ontmoeting nog goed: samen met mijn moeder om mij in de nieuwe school in te schrijven.

“Hier valt niemand uit de toon.” Dat zei u, onmiddellijk gevolgd met: “Je wordt geholpen om in het gareel te blijven.” Ik was pas naar hier verhuisd, amper negen!

Spionnen had u genoeg, in dat dorpsschooltje van u. Het zal u verheugen te vernemen dat ik zware nachtmerries had, dromend over neonlicht in mijn gezicht geschenen.  Beschuldigde sta op! Waarom? Ik probeerde zo grijs mogelijk te zijn zoals de rest van uw kudde. Niets baatte.

De rotte appel, die moest verwijderd worden. Dat herinner ik me het beste. In een schaal met mooie gave blinkende appels moet de harmonie behouden blijven. Stelde dat een metafoor voor?

Wat had ik in hemelsnaam fout gedaan? Dat hoorde ik nooit. Ik was alleen een gemakkelijk slachtoffer, om uw frustratie op te botvieren.

Waarom u zo graag uitblonk in uw specialiteit, mij of een andere enkeling eruit te halen als voorbeeld, wil ik niet meer weten. Nu ben ik aan het woord.

Het gezegde gaat, al wat je zegt, ben je zelf. Heel toepasselijk voor u. Moge dus uw rottigheid u verteren tot in de diepste lagen van de aarde en nooit meer zichtbaar worden.  

Het ga u slecht of goed. Wat dan nog? Waarschijnlijk bent u toch al lang weggerot en ergens in die hemel van u om de gunsten vechtend van uw aller Geliefde. Ik benijd Hem niet. Hoewel ik denk dat een goede beurt in de hel u meer goed zou doen.

Tot nooit meer.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver en help je hem of haar verder op weg.

Anemos
11 dec. 2020 · 10 keer gelezen · 1 keer geliket