De nobelprijs filatelie gaat dan toch naar de rode man.
Die hier. De eigenaar van deze ene postzegel.
Het is een koning zonder kop. Een drukfout moet u weten. Omdat een vlieg de drukpers ingevlogen was.
Wat voorafging is evenzeer belangrijk. Zo acht de zevenkoppige jury.
Dat alles geschiedde onder éên hemellichaam. Lang geleden.
Er was eens. Er moest iets komen. Er zou veel bestaan.
Doch en men ziet het al, aan dat rood.
De tomaten hebben het begrepen. De beste tijden zijn voorbij.
Proef maar aan die herfstrimpels. Alles probeert weg te kwijnen.
Niets lukt nog. Ik heb verdraaid lang geprobeerd.
De platgereden kikvors weer wat leven in te blazen. Ik zocht zowaar des konings hoofd.
Er werd eens. Er moest een toekomst zijn. Er zouden schone bekers en trofeeën zijn voor kleine kampioenen.
Zie nu. De eigenaar van deze ene postzegel. Het bloed wil maar niet stollen.
Hij was nochtans alles in zijn achterhuis. Verwachtingsvol. De koning van vele beloftes.
Brieven oud en nieuw. Zij zouden samenspannen.
Zij gingen boodschappen verspreiden die geen ziel nog onverschillig zouden laten.
Doch en men hoort ze al, overal.
Vuile slogans. Oproepen tot oproer. Kreten uit de onderbuik.
Terwijl ooit. Altijd in datzelfde achterhuis de koning elk ver land verkende, fouten onderzocht en ze hun waarde gaf.
Echter. Wat voorafging. Zo besliste het monster. Dat was een draak van een illusie.
Het lot sloeg thans toe. De jury heeft zijn kop er af gebeten.
Zomaar. Omdat een vlieg de drukpers ingevlogen was.
Aan u. Aan het publiek. Ik vraag om een applaus!
De nobelprijs filatelie gaat uiteindelijk naar deze rode man.
Geef hem zijn prijzen!
Vier kilogram tomaten. Één nog proper hemellichaam.
Twee emblemen. Drie bokalen vol met embryo's van vroeggestorven hoop.
Doch en men ziet het, aan dat rood.
Het sijpelt doelloos voort, over de rand van deze zilveren beker.
Desalniettemin. Wij heffen het glas en de jury knikt met zeven koppen.
Geef hem zijn medaille! Want zie hem daar. Dapper blijven staan. Die koning zonder kop.
uit de reeks 'Waanhoop'