Lezen

Elon Musk heeft het buskruit niet uitgevonden

Elon Musk heeft het buskruit niet uitgevonden“Elon Musk heeft het buskruit niet uitgevonden.” Dat is de titel van een taak die mijn kleindochter Laurence gisteren kreeg, in het vijfde jaar Grieks-Wiskunde. Ik weet niet of de heer Musk het met die titel eens is. Ik denk het niet. Iemand die van plan is de kleinkinderen van mijn kleinkinderen naar Mars te sturen, kan niet anders dan daar een andere mening over hebben.Gisteren was ook de dag dat ik in de supermarkt een oude bekende tegenkwam. We stonden in de frisdrankafdeling met onze ruggen naar elkaar toe en draaiden ons tegelijk om. We botsten letterlijk, alsof we elkaar gingen kussen. Ik zette vlug een stap terug, en zij zei, met grote ogen en een brede glimlach: “Wim!” En ik zei: “Marianne!” Na een korte aarzeling omhelsden we elkaar. Het was vrij druk in de supermarkt, en onze knuffel viel wel op.Marianne is de zus van wijlen mijn vrouw. Ze is drie jaar jonger dan mijn vrouw, en ze verdween vrij vlug uit ons leven, omdat ze haar vriend volgde naar Zuid-Frankrijk, naar Saint-Siffret. De laatste keer dat ik haar zag, was op de begrafenis van mijn vrouw Julie, zeventien jaar geleden. Mijn dochter Fleur was toen in verwachting van Laurence. Marianne is nog steeds een mooie vrouw, net zoals haar zus, mijn vrouw, dat was. En in mijn hoofd nog is.Ze vertelde me dat haar vriend haar had verlaten voor een ander. Sinds ze terug was in België, woonde ze in bij een vriendin die voor zes maanden in het buitenland zat.We spraken af om elkaar diezelfde avond nog te zien, bij mij thuis. In haar ouderlijk huis.Ik stond haar op te wachten toen ze om zeven uur het laantje naar ons huis op reed. Ze reed in een opvallend rode Tesla, en ze stapte uit in een opvallend lange, groene jurk. Ik kon er niet naast kijken: een split tot hoog op haar dij. Haar slipje was rood, net als de Tesla. Ik liep naar haar toe, en ze sloeg meteen haar armen om me heen en kuste me, tot mijn verrassing, op de lippen. Ik meende zelfs het puntje van haar tong te voelen. Ze nam een klein zwart handtasje, en we liepen met de armen om elkaar heen naar binnen. Toen ze het salon binnenging, keek ze even om zich heen.“Het is helemaal anders dan vroeger, en toch ook weer niet,” zei ze, en ze vlijde zich neer op onze sofa.Zo kwam haar rechterbeen helemaal vrij, en even flitste er een herinnering voorbij: het zwembad, Viols-le-Fort, haar been.“Maak je nog eens een aperitiefje, zoals vroeger?” vroeg Marianne, terwijl ze zich uitstrekte op de sofa. “Zoals vroeger aan het zwembad? Campari met gin? ‘Dat houdt het pittig,’ zei je altijd.”De beelden kwamen nu langer en scherper binnen: de baby, Julie, mijn schoonouders en het zusje. Ik voelde als het ware de hitte weer en hoorde de krekels. Al die jaren had ik daar nooit meer aan gedacht, en nu was het alsof het gisteren was. Ik draaide me snel naar de bar.“Inderdaad, Marianne. Pittig!” zei ik, en ik voelde plots een onverwachte golf van begeerte. Van verlangen.Ik deed drie ijsblokjes in het glas, en toen ik het haar gaf, keek ze me recht in de ogen.“Je weet het toch nog, Wim?”“Ja, Marianne. Ik weet het nog.”“Julie wou absoluut naar Avignon. Maar jij had geen zin. Mijn ouders wel, en toen heb ik voorgesteld om samen met jou te babysitten. Dan konden zij meer van hun uitstap genieten.”“Wij waren goede babysitters,” zei ik. “Fleur heeft ons met rust gelaten. Na haar flesje heeft ze een heel eind doorgeslapen. Als baby was Fleur een schatje. Later is dat wel een tijdje anders geweest. Puberen…”“Ik had toen voor ons gekookt: spaghetti alla puttanesca. En na de twee pittige aperitiefjes hebben we bijna twee flessen van die goedkope wijn gedronken. En toen zei je iets tegen mij wat nog nooit iemand tegen mij had gezegd, en wat ik ook nooit ben vergeten. Weet je dat nog?”“Neen,” zei ik. “Dat weet ik niet meer.”“Je zei, met je stem van leraar Nederlands: ‘Marianne, ik vind jou een begeerlijke vrouw. Begeerlijk.’”“Zei ik dat?”“Ja, Wim. Begeerlijk. Ik vond dat zo’n speciaal woord dat ik het later heb opgezocht. Ik begreep het toen al, maar in het woordenboek stond dat ‘begeerlijk’ betekent dat je iets of iemand heel graag wilt hebben of bezitten. Toen ik dat las, dacht ik: dan had ik het toen toch goed begrepen.” Ze hield haar glas omhoog. “Wim, geef me nog eens zo’n aperitiefje. En bestellen we straks iets om te eten? Chinees of Thai of zo?”Ik stond nog altijd recht, en ik had zelf nog niets gedronken. Ik draaide me weer om en maakte meteen twee campari-gins.Ondertussen was Marianne rechtgestaan. “Is het toilet nog altijd op dezelfde plaats, Wim?”“Ja,” zei ik, en ze verdween.Ik stond daar een beetje verweesd, met twee campari-gins in mijn handen, terwijl plots hele flarden herinneringen aan die vakantie in Frankrijk door me heen raasden.Julie en Marianne waren vrij hecht. Wat nieuw was, was dat Julie mij al vanaf het begin van de vakantie plaagde met haar jongere zus, met zinnen als: “Vind je niet dat Marianne een mooie vrouw geworden is?” of “In die bikini zie je toch echt heel goed hoe mooi Marianne is?”Dat begon altijd ’s avonds. Dan waren haar ouders al naar bed, en zaten wij achteraan in de tuin, met de babyfoon.“Vind je haar lippen even sensueel als de mijne? Dat zijn toch lippen om te kussen?”Op een of andere manier vonden we dat leuk, vanaf de eerste avond. En toen Julie later op de avond in de slaapkamer merkte dat het mij toch had opgewonden, vond ze het leuk, dat vertelde ze me achteraf, om na de babymaanden weer een man in bed te hebben die er echt voor ging.Marianne kwam weer binnen, nam haar glas en ging vlak voor me staan. Ze had haar blonde haar opgestoken met een of andere speld. Zo was haar mooie, lange nek helemaal zichtbaar. Op een of andere manier hing haar jurk ook anders. Ze ging weer in de sofa zitten.“Weet je nog wat we deden toen ze weg waren?”Het kwam me allemaal helder terug voor de geest. “Ik denk het wel,” zei ik.“Wel, Wim. Dan mag jij, na al die tijd, jouw versie van de feiten vertellen.”“Toen Julie en je ouders vertrokken waren, zijn we met Fleur in de kinderwagen naar het dorp gewandeld. In de plaatselijke superette heb jij inkopen gedaan voor het eten, terwijl ik in bar Les Musquetaires een pastis dronk. Toen zijn we teruggewandeld. Jij hebt Fleur in haar bedje gelegd, en je kwam naar buiten in een rood badpak. Een badpak dat ik nog niet had gezien. Ik vroeg me meteen af of je dat ook zou durven dragen als je ouders erbij waren. Rouge ardent, dacht ik toen.”“Ja… En dan?” zei Marianne. Ze had haar schoenen naast de sofa gezet. Ik kon het groen van haar gelakte teennagels goed zien.Buiten was het donker geworden. Ik trapte op het knopje van de uplighter en deed de gordijnen dicht.“En dan ben jij het zwembad in gedoken. Toen je even later uit het water kwam en een handdoek nam, kon ik zien waarom je dat badpak misschien voor je ouders verborgen hield. Ik zal het nu ‘vrij transparant’ noemen, als je het daarmee eens bent.”“Ja, Wim. Dat noemen ze een mesh-badpak,” antwoordde Marianne. “Daarna trok je je badpak uit en een groene tuniek aan, kwam je naar me toe en pakte je mijn boek af.”“Natuurlijk. Je was Opus Pistorum van Henry Miller aan het lezen. In het Frans, nota bene. Ik heb je nog gevraagd of dat alleen was om je Frans bij te spijkeren.”“Je nam mijn boek en zei: ‘Kom mee naar de keuken voor het aperitief. Jij mag kijken hoe ik het eten klaarmaak.’”Toen we in de keuken aankwamen, hoorden we Fleur. Het was tijd voor haar middagflesje, een nieuwe luier en misschien haar middagdutje.Door het keukenraam zag ik haar badpak buiten over een stoel hangen, te drogen in de zon.“De spaghetti alla puttanesca was lekker, en we hebben toen inderdaad flink gedronken, glas na glas. Jij stond recht, liep naar de rand van het zwembad, deed je tuniek uit en trok je badpak weer aan. Toen zag ik je voor het eerst echt naakt. Je rug, je dijen. Het was vlug voorbij, want je dook meteen weer in het zwembad. Ik bleef naar je kijken, jij riep me, en ik sprong naar je toe, in het zwembad. Naar jou!”“Hier neem ik over,” zei Marianne. “Hier vertel ik mijn verhaal. Ga maar in de sofa liggen, en luister!”Toen ze rechtstond, zag ik dat ze geen beha meer droeg. Dat was duidelijk te zien.“Hoewel het niet haar bedoeling was, heeft Julie mij die week op een pad gezet dat ik eigenlijk al een beetje gekozen had. Ik wist alleen niet hoe ik erop moest geraken. Ik had je altijd al een fijne man gevonden, en door die vakantie kon ik echt dicht bij je komen. Toen Julie jou zo begon op te jutten en het voortdurend over mij had, over mijn lippen, mijn figuur, mijn borsten, waren zij en jij niet de enigen die opgewonden raakten. Ik ook. Alleen mocht Julie daar als enige de vruchten van plukken. Ik niet. Toen er op de vierde dag gesproken werd over een uitstap naar Avignon, zag ik mijn kans. Zeker toen ik hoorde dat papa ook nog een neef wou bezoeken, die een grote vakantiewoning had in Foissac, in de buurt van Uzès. Met de wegenkaart van papa kon ik uitrekenen hoe lang ze onderweg zouden zijn. Ik vroeg mama om te bellen voor ze terugreden, om zeker te zijn dat we niet gestoord zouden worden. Tenzij door de onschuldige Fleur.”Marianne ging helemaal op in haar verhaal en kreeg een blos op haar wangen. Ik denk dat ik met open mond lag te luisteren.“Ik zorgde ervoor dat je in mijn armen sprong, en dat we elkaar in het water half gedwongen omhelsden. Dat was mijn bedoeling. Niet de jouwe. Maar je liep niet weg. Toch ben je even weggegaan, omdat je Fleur hoorde via de babyfoon. Je liep naar binnen. Ik heb toen van de gelegenheid gebruikgemaakt om mijn badpak uit te trekken. Toen je weer in het water sprong en bij mij aankwam, aarzelde je even toen je het merkte. Maar ik was je voor en heb je letterlijk besprongen. Ik heb je voluit gekust, jij deed mee, en het resultaat was dat we elkaar aan de ladder van het zwembad genomen hebben. Zo herinner ik me die eerste keer. De tweede keer was een tijdje later, in mijn bed, en die was zachter en rustiger. Ik ben Fleur nog altijd dankbaar dat ze ons die kans heeft gegeven.”Marianne kwam naar me toe en liet in twee bewegingen haar jurk op de grond vallen. Ze trok me recht, en we omhelsden elkaar. Tot mijn verbazing rook ik haar geur: de muskusgeur van haar parfum. De geur van Julie. Maar dat hield me niet tegen. We namen elkaar, net zoals toen aan het zwembad: hevig en gretig. Daarna gingen we naar boven.Ruim een uur later lagen we daar nog.“En heeft Julie het ooit geweten, Wim?” vroeg Marianne.“Ik denk het niet,” antwoordde ik. “Al herinner ik me wel dat ze me dat jaar, ergens tussen Kerstmis en Nieuwjaar, toen ze wat gedronken had, vroeg: ‘Dat was een leuke vakantie dit jaar, hè Wim, met Marianne erbij? Dat vond jij ook wel sexy, niet?’ Dat was alles. Kort na die vakantie ben jij met een vriendin naar Barcelona gegaan, en daar heb je de vriend leren kennen die nu vertrokken is.”“En heb je spijt dat we dit nu gedaan hebben?”“Neen, toch niet. Ook niet nu ik weet dat je me een beetje in de val hebt gelokt. Als je in België blijft, wil ik je wel blijven zien, Marianne. Als jij dat wilt, tenminste.”“Ja, dat wil ik!” lachte ze. “Maar jij moet op een bepaald moment wel met je dochter praten. En met Laurence.”* * *Terwijl ik dit verhaal schreef, heeft Elon Musk weer een nieuwe stap gezet richting Mars, met zijn nieuwste raket.Zou hij dan toch het buskruit hebben uitgevonden?Dat moet ik aan Laurence vertellen.EINDE

Ludovico48
5 0

Ferry

Ik zat eens op een boot van Kiel naar Oslo. Het einde van juli naderde en hoewel er al twee hittegolven waren verstreken, droegen vele opvarenden een lange jeans en windjack. We zaten in een zomerdip waarop de meesten zich voorzien hadden. Ik hoorde daarbij. Voor me op het zonnedek zaten drie Duitsers. Leeftijdsgenoten schat ik. Hij die het hoogste woord voerde had een manbun. Brusselmans zou het beschrijven als een welgekleide keutel. Zijn lange neus ondersteunde een pilotenbril die hij in zijn relaas al te vaak achteruit duwde. Bij regelmaat boetseerde hij zijn manbun om compactheid te behouden. Dat is belangrijk. Een ongehoorzame lok verdween achter zijn oor terwijl de andere hand een halve liter pilsbier omklemde. De man had er voor gekozen zich in een roze flamingo zwemshort te hijsen en een marineblauw linnen hemd niet dicht te knopen. Strandpantoffels van Tommy en witte enkelsokken met een poema op volstonden om zich voort te bewegen. Ik moet de wind dankbaar zijn die enkele woorden in mijn richting blies. Spaß en Confucius. Met nadruk op de u of oe zoals men meermaals uitsprak. Ook retrospectief, single vrouwen, vreemde mensen, ja! en ik ben tolerant verdwaalden in mijn richting. Ondertussen passeerde een ontblote bierbuik om een kijkje te nemen aan de reling. De elastiek van ´s mans boxershort titelde CHAMPION. Schoenen droeg hij niet. Een hongerige zeemeeuw vloog zich net niet te pletter toen hij de speklaag zag. De Duitsers schoven hun stoelen dichter bij elkaar en werden luider. Het opperhoofd had zonet drie verse halve liters gehaald die zijn volgelingen met gul gelach onthaalden. Ook de frietgeur die zich met de opkomende wind over het intussen zonloze zonnedek verspreidde, leek het testosterongehalte te voeden. Als op commando stond het drietal op, goot wat nog restte in één teug naar binnen en verdween in de krochten van het schip. Ik ritste mijn jas dicht en trok mijn pet strakker om mijn hoofd. Op weg naar Noorse koelte.

de amechtige specht
0 0

De nobelprijs filatelie

De nobelprijs filatelie gaat dan toch naar de rode man. Die hier. De eigenaar van deze ene postzegel. Het is een koning zonder kop. Een drukfout moet u weten. Omdat een vlieg de drukpers ingevlogen was. Wat voorafging is evenzeer belangrijk. Zo acht de zevenkoppige jury. Dat alles geschiedde onder éên hemellichaam. Lang geleden. Er was eens. Er moest iets komen. Er zou veel bestaan. Doch en men ziet het al, aan dat rood. De tomaten hebben het begrepen. De beste tijden zijn voorbij. Proef maar aan die herfstrimpels. Alles probeert weg te kwijnen. Niets lukt nog. Ik heb verdraaid lang geprobeerd. De platgereden kikvors weer wat leven in te blazen. Ik zocht zowaar des konings hoofd. Er werd eens. Er moest een toekomst zijn. Er zouden schone bekers en trofeeën zijn voor kleine kampioenen. Zie nu. De eigenaar van deze ene postzegel. Het bloed wil maar niet stollen. Hij was nochtans alles in zijn achterhuis. Verwachtingsvol. De koning van vele beloftes. Brieven oud en nieuw. Zij zouden samenspannen. Zij gingen boodschappen verspreiden die geen ziel nog onverschillig zouden laten. Doch en men hoort ze al, overal. Vuile slogans. Oproepen tot oproer. Kreten uit de onderbuik. Terwijl ooit. Altijd in datzelfde achterhuis de koning elk ver land verkende, fouten onderzocht en ze hun waarde gaf. Echter. Wat voorafging. Zo besliste het monster. Dat was een draak van een illusie. Het lot sloeg thans toe. De jury heeft zijn kop er af gebeten. Zomaar. Omdat een vlieg de drukpers ingevlogen was.   Aan u. Aan het publiek. Ik vraag om een applaus! De nobelprijs filatelie gaat uiteindelijk naar deze rode man. Geef hem zijn prijzen! Vier kilogram tomaten. Één nog proper hemellichaam. Twee emblemen. Drie bokalen vol met embryo's van vroeggestorven hoop. Doch en men ziet het, aan dat rood. Het sijpelt doelloos voort, over de rand van deze zilveren beker. Desalniettemin. Wij heffen het glas en de jury knikt met zeven koppen. Geef hem zijn medaille! Want zie hem daar. Dapper blijven staan. Die koning zonder kop.       uit de reeks 'Waanhoop'                   

Bernd Vanderbilt
0 0

Op de helling staan

Bij opmaak van deze tekst sta ik beter niet op een helling; mijn woorden lopen het risico afgeschaft te worden. Onze reisplannen dreigden in het water te vallen maar konden toch doorgaan. Misschien gaat jouw reis richting Oostenrijk of twijfel je nog? Twijfels staan op voeten, niet op hoeven, dat leer ik tijdens de almwandelingen. Tijdens onze urenlange bergtochten over de weiden zie ik geen wankele koeien. Ze staan zelfzeker het gras kort te houden precies zoals kappers doen met de sprieten op ons hoofd. Tijdens de lunch in een prachtig dal observeer ik een hele tijd de vele grazers. Ik wil weten waaraan ze hun zelfzekerheid ontlenen; zijn enkel de hoeven verantwoordelijk voor hun stabiliteit? Mijn wankele passen richting lagergelegen gebied indachtig, zoek ik naar een verklaring. Ik zie een koe over boomwortels stappen om het groenste gras te kunnen bereiken, ze lijkt daarbij zelfs menselijk. Wil ik echt mijn voeten inruilen voor hoeven om nooit meer wankel te staan, om zelfs op een schuin vlak alle standvastigheid te kunnen behouden? Langdurige afdalingen bijten nijdig in mijn kuiten, tijdens de klim houd ik me dankbaar vast aan wortelstelsels, en wat is de beloning groot! Het lukt me bijna om een wolk aan te raken! Ik bedenk dat gelijk welk evenwicht mijn kijkervaring niet kan bieden aan stabiele koeien. Zelfs al ligt dat evenwicht aan het zwaartepunt van de beesten, zij kunnen met hun buiken niet genieten van de anatomie van het schilderachtige meer genaamd Wolfgangsee. Geen grashalm op mijn hoofd dat eraan denkt om vetter te worden in functie van mijn vastigheid. Ik zou de poëzie van het landschap mislopen. Onze reis naar het mooie Oostenrijk heeft even op de helling gestaan, maar mijn beide voeten hebben ervoor gezorgd dat de almwandelingen onvergetelijk zijn geworden.    

Ingrid Strobbe
6 0

Dankzij de geit, dank zei de tijd

  ik heb geen tijd, geen reisplannen ik heb geen braadpannen die in een kast liggen te hunkeren naar vlees   er is die bunker op de hoek van deze straat waarin een oorlog zich verschuilt dapper onkruid groeit op het beton   zover ik weet, zo ver mijn oog kan zien achter de horizon ligt er geen zuiver continent waar men de ziel verwent men niet meer huilt   in de brochure van corendon heeft iemand de zon te vrolijk ingekleurd proberen prenten prijzen mensen te verleiden   het is een paarse koe die zich straks slachten laat in zwitersland verafgelegen bergen zullen dat verbergen   onnozelaar, wie schrijft zoiets, geen kat zal willen vallen waar dit puntje staat   wat rest is altijd overschot een kogelhuls die ledigheid aanvaardt zich zelden zorgen baart over het nut   proef nog eens, gij monstertong van onschuld en de dagen zonder ondergang   toekomst koestert nochtans hoop zover ik weet, zo ver de echo reikt achter die heuvelrug luistert het dal waar niemand rust omdat een kind met krijt een fenix zonder oren heeft getekend   ook de muren willen niet vertellen hoeveel vellen slangen daar verloren   proef nog eens, gij monstertong want het verleden bloedt nu toch en uit zijn anus druipt machteloos bruin   het is een michelinster die de nacht verlicht zacht zijn de matrassen voor soldaten zomersolden maken echt geen onderscheid   binnenkort slaapt alles toch omdat niemand lang zal volhouden het is een geit die tijdig door de kabels bijt en de verbinding schoon verbreekt het is voorbij       uit de reeks 'Reizen met Ricky'

Bernd Vanderbilt
7 0