Lezen

Pararijs

Ik word wakker om vijf uur en voel me vrij. Misschien is het een voorbode. Ik wandel naar buiten en de lucht voelt koel. Niet kil. Deze dag verwelkomend. De vogels vliegen in het rond. Twee dronken mannen schreeuwen wat. Hopelijk is Parijs rustiger. Waarschijnlijk niet. Het zal er chaotischer zijn, omhuld in andere vormen van stilte. Vormvarianten. De trein naar Brussel heeft bijzondere ramen - met gele gordijntjes - alsof we terug in de tijd reizen. Het past bij vandaag. Mijn vandaag. Zou het ook bij het vandaag van anderen passen? Denken we allemaal aan hetzelfde wanneer we de geschiedenis tot leven zien komen? Het doet me denken aan mijn professor, die het bord vurig bestempelde met krijt. Mijn broer volgde het daaropvolgende college en wist me achteraf te vertellen dat zijn professor erover geklaagd had. Hij had er ook mee gelachen. Ik kijk door het raam en wacht. De zon ligt verscholen achter een mistbank van wolken en heeft wat weg van de maan. De lucht is prachtig, bewolkt maar bedwelmd. Bestempeld. Misschien is het een emotie. De manier waarop we omhoog kijken en weer kinderen worden. Papa springt nog steeds omhoog aan tafel wanneer we hem simpelweg vertellen dat de lucht er weer fantastisch uitziet. Hij springt omhoog, plaatst zich als een buizerd op de loer achter het raam en wordt een ijsvogel. Hij krijgt kleuren die eigen zijn aan dit moment. Hoe zou zijn vandaag eruitzien? Zou hij fietsen? Zou hij lezen? Hoe zou hij zich voelen? Er hangt mist, wat me doet geloven dat hij somber is, somberder dan gisteren toen het licht vrijgeviger was. Ik houd ervan te geloven dat hij zich desondanks oké voelt. De velden en paden zijn altijd vrijgevig - met bloemen, tulpen, planten en appels. Men zegt wel eens dat een vrouw op haar mooist is na één glas wijn. Ik houd ervan te geloven dat een vrouw op haar mooist is wanneer ze door Parijs wandelt.  Als ik één woord kiezen kon om Parijs te beschrijven koos ik licht. Op de straten, boven die torenhoge daken en binnenin de mensen.  Ik wandel door Parijs en voel me stil. Zacht. Mijn onzekerheden uit België worden zekerheden in Parijs. Ik wandel de scherpe kantjes eraf. Parijs blaast ze weg. Mijn wangen voelen rood en warm. Ik voel me gezoend.  Parijs voor het eerst zien doet me denken aan de zee. Het gevoel van licht herinner ik me alsof het gisteren was. Het licht had geen leeftijd, het reisde mee naar dit moment - naar Parijs. Verloor niets aan sterkte en bleef onvoorwaardelijk schijnen. Het was een gegeven en het was een geschenk, zoals het dat nu is. Vandaag ben ik twee, vier, tien, twintig en drieëntwintig. Vandaag ben ik tachtig.  Als je valt, zal Parijs je vangen. Als je vliegt, wordt Parijs je landingsbaan. 

Aerin Thijs
3 1

Bestemming nul

Buiten liggen ze op een hoopje. De mirakels en de wonderen. Samengeharkt. Als hooi van rare grassen en ze komen overgewaaid. Pluisjes kunnen vliegen. Eerst nog op de pelouse van een gazonzot en daarna met wat wind tot hier geraakt. Pluimen, dons van kuikens. Zomaar denk ik, iemand heeft er een dozijn gered uit dat miljoen. Het is een kot van veel beton en ziek plastiek. Daarin gingen ze even leven. Daar konden ze dansen. Drie stappen. Met de rechterpoot rondom de linker en ze keken met hun lege ogen naar de lampen voor gebroed. Ik weet het niet meer. Niet goed noch amper. Gelukkig zijn ze weggeraakt, die paar kiekentjes weg uit dat paviljoen, vol van gekakel, kippenkak en wondergroei. We moeten hier weg. Wij met zijn allen. Het pluimvee, mens en ieder dier dat zich nog redden kan. Genoeg. Dat hebben wij ervan, van al die knoeierij en dat gezooi met al wat leeft. Ja. We gaan op reis. We willen voort. De ark is langer dan weleer omdat er zo veel beesten zijn, bedreigd, misvormd, geklooid wordt gretig met het zijn. Het zwijn is dikker, rozer, malser dan voorheen. Alleen de koekoek weet van niets, hem laat het koud. Hij is zijn kindjes kwijt. Hij zingt maar vrolijk over koetjes, koekjes, weet-ik-veel en het is helemaal echt tijd. We moeten gaan. Ik heb hem net gebeld. Ricky is zijn naam. Hij is mijn vriend die altijd doolt, die ooit nog in een bolster leefde, maar voorgoed de aftocht koos, het weg-van-hier, het laat-het-zijn. Alleen, het is nu zo en iedereen, zo lijkt het toch, is nu de richting kwijt. De ark, hij slalomt tussen alle wrakken, want de zee ligt vol met grut, met hun plastiek. De rotzooi drijft waar het niet zinken kan. Ricky zegt dat alleman vertrekken kan. Met TUI. Mee met Tante Tutti Frutti welgevormd, ze is gehouwen, mals gesneden uit het Heuvelland. Ze wil haar boezem laten bruinen voor de bleke jongens die aan warme tepels willen zuigen. Gij zot! Daar wil ik niet heen. Ik voel me eenzaam tussen borsten die mijn tong niet kunnen lezen en ik heb gekozen, voor een tocht, geblinddoekt omdat deze wereld veel te lelijk is. Ik zal me laten leiden door de wind. Bij geuren van de eenzaamheid. Een bloem die mij niet kent. Die stilte van een droog kadaver. Overal waar rust verschuilt zit in het struikgewas. Daar kan ik even halt houden. Niet lang. Ik heb immers beloofd. Het is aan Ricky, aan de kronkels in zijn hoofd, dat ik heb toegezegd, alles mee te brengen. Zachte pluimen voor een harde nacht. Koekoeksbout met saus van stoute dromen en verzwegen wensen. Kaartjes ook, van Tante Tutti Frutti, naakte foto's van een schijntoneel, een tijdschrift over wielen, die traagheid en alles doodrijden wat zich in deze wereld waagt. Het is dat handjevol, die boel, die menschheid met zijn mal gedoe en Ricky denkt. Ik weet het. Laat het maar! Hij blijft het liefst ver weg. Hij is. Hij wil. Alleen op reis, van niets naar nul.     uit de reeks 'Reizen met Ricky'

Bernd Vanderbilt
4 0

Mysterie in de bibliotheek

Het mysterie in de bibliotheek Hanengekraai en hondengeblaf begeleiden directrice Adèle om zeven uur s ’morgens naar haar school. De weg is stoffig en droog. Ook het openen van de grote metalen schoolpoort produceert een gekrijs dat je dagelijks hoort. Elke ruimte in de school heeft een naam, die mooi boven de deur is aangebracht. Keuken, bureau directrice, klas 1, klas 2, klas 3, toilet en bibliotheek. Buiten klas 1, 2 en 3, zijn alle ruimten volgestouwd met allerhande pluralia. De keuken bezit naast kookpotten en pannen ook tuingerief, borstels, een stofzuiger en vuilbakken. Alle administratie van de school bevindt zich in het kantoor van de directrice. Haar bureautafel is bedekt met stapels papier, farden met gekleefde etiketten, geopende brieven en opgerolde plannen van de nieuwe te bouwen school. Vijf computers van de eerste en de tweede generatie liggen als een puzzel op elkaar gestapeld. In de hoek naast het venster staan twintig oude landkaarten opgerold op houten stokken. Bij het verlaten van het bureau van de directrice, kijken we omhoog en zien we aan onze rechterkant het opschrift bibliotheek boven de deur. Bevinden zich nog boeken in deze ruimte? Zo groot als een klaslokaal, met drie rijen rekken in het midden en tegen elke muur. Al het schoolmateriaal dat nergens anders terechtkan is hier op de rekken geplaatst. Speelgoed, telramen, leien, brooddozen, verfmateriaal, atlassen en twee boeken. Buiten de vijf atlassen en de twee boeken vind je geen ander boek in deze bibliotheek. Twee boeken met de ronkende titels: Musique de l’Afrique en Handboek Aardrijkskunde Belgisch Congo. De gemeente zal de school sluiten wegens een gebrek aan fondsen. Ze zal ze dan op haar beurt zijn gang laten gaan. De opschriften boven de deuren zijn gebleven en het bureau van de directrice is kaalgeplukt. Eenmaal per week, op zaterdag opent de directrice de bibliotheek voor de omwonenden in de wijk. De bewoners snuisteren dan in tussen het schoolmateriaal, de atlassen, het speelgoed en de oude VHS-banden. Een week kunnen ze dan genieten van hun leenproducten.De twee boeken ‘Musique de l’Afrique en Handboek Aardrijkskunde Belgisch Congo zijn nog nooit uitgeleend. Is deze bibliotheek de voorloper van de hedendaagse bibliotheek, zoals we ze nu kennen.Als ik binnenstap in de bibliotheek waar ik bijna wekelijks binnenspring, merk ik dat het oude, sacrale en rustige van de bibliotheek uit mijn studententijd verdwenen is. De bibliotheekgangers lezen de krant, terwijl ze even de knop van het koffieapparaat indrukken voor een machinale koffie met melk. Jonge moeders komen binnen en doen een praatje met een collega, alsof de schoolpoort zich tot in de bibliotheek heeft gewurmd. Kleuters en lage schoolkinderen rennen door de bibliotheek, ploffen neer in de diepe zitzakken, met de nieuwste commerciële bestseller voor kinderen, aangeprezen door de Sint en de Kerstman. Even dwalen mijn gedachten terug naar de school van directrice Adèle. Ik zie en hoor haar de schoolpoort openen, gekrijs, blaffende honden en hanengekraai. Ze stapt door de halfdonkere gang rechtdoor naar haar bureau. Al openend bemerkt ze dat haar bureau leeg is. Ze sluit teleurgesteld de deur en stapt dan naar de deur met opschrift ‘bibliotheek’. Lichtjes bevend opent ze deur. Haar blikken dwalen door de ruimte, tot ze verschrikt merkt dat haar twee boeken verdwenen zijn. Op dat moment kijk ik naar het boekenrek met de nieuwste titels in mijn bibliotheek, Musique de l’Afrique en Handboek Aardrijkskunde Belgisch Congo.

Etienne
0 0

Renewal By The Dessert (part of TheWildlander's Ember stories).

Snippet 1 It had been hours since the sun had set, yet the dark red sand remained hot. I must admit that I had been utterly unprepared. My Robes and wide hat had been fashioned in such a way to protect me from the scorching sun. But now that the heat came from below, it created a bubble against my skin af trapped sweat, heat and blistering pain. I didn't dare to stop to heal my heatburned legs, for I feared I mightt not get up again. It would still be two hours before we would reach the next oasis. Two hours of heat, pain and exhaustion. Snippet 2I noticed how cold I felt, before I regained any other senses. I remembered tumbling on my knees in the desert sand for what seemed mere seconds ago. I shivered as the contrast in temperature from my last memory and the currest state of my body failed to reconcile. I openend my puffy eyes. My neck stung as I moved to propperly take in my surroundings. I laid on a small stone bed in a dark grey tent. Not all like the simple tents my expedition used, but one fashioned by elaboratly decorated canvas. A seemingly endless chain of iron was woven into it and along hung small droplike gemstoned.  How had I come to find myself in a deamonic Welltent? Snippet 3I stayed four days in that Welltent, while the deamonic doctors helped me back to health. None of the doctors spoke my language, so I couldn't ascertain how many days I had been unconscious, how I got there or how long I would need to get on my way again. Yet their ailments and ols seemed to help, for my burned and blistered skin healed rapidly. Shortly after my fourth sunset in the Welltent, a turquoise skinned deamon entered my tent. She was older and wore a white surgeons gown that had seen better days. She was humming a soft chant as her eyes glared rapidly from her clipboard to me and to the clipboard again. She shook her head. The small gems and golden chains that were fixed between her silvery horns rattled.  She sat down on the stool next to my stone bed and took hold of y arm. She continued humming and gently started pinching my sunburned skin between her long fingers. The places that she touched turned white for a few seconds. She seemed to nod approvingly. Snippet 4She wrote something down on her clipboard and stood up slowly. “Please follow me. Some fresh night-air will do you good.”, she said in a fluent Lanrian accent. After not having been able to communicate with anything more than some basic hand signals and nods, it took some time before I realised that I understood what she had said. I got out of bed, awkwardly fumbling with the spacious silken robes the deamons had given me. “Could you tell me what day it is?”, I asked and added: “You are the first person, well first euhm.” My throat was sore. I swallowed. “You are the first individual that I've spoken to that speaks my language .”  A joyful smile appeared on her face. “For your question, it is the fifth day after your human Saldrian Specialday. As for your puzzlement: the others were male.”, she said. Seeing my confused face she added: “They are male. The lesser educated.” Snippet 5The night-air outside  the tent felt much cooler than I had expected and even though it the sun had set, my eyes still needed a multitude of seconds to register my surroundings. The deamons had set camp in a small oasis with long trees that probably provided ample shadow during the day. Most tents were clustered in a crescent shape around a stone pool, with my tent being the tail end. I inhaled deep and focused my eyes on more distant objects to relax the tension that had build up in my recti. I slowly let my eyes drift from the small cooking fires to huge round nuts in the trees to the wooden palisade and back.  Snippet 6“Do not toutch the Water of Slaver, for this oasis is a holy place for deamons. If are in need of water, you must take it from one of the pumps.” The doctor pointed her long fingers towards a stone building surrounded by tents. The small building was intricately decorated and stood out as it was the only permanent construction in sight. “I am at the Oasis of Selkier?”, I asked to her as much as I asked to myself. Her face grew dim and her joyfull hum stopped abruptly. “You should refrain youself from using his name.”, she said. “If any of the clergy hear you they might take great offence.” I mumbled an appology and she begged my goodnight. I stared at the firelights reflecting on the water and pondered. The Oasis of Selkier was located at least two days of travels from where I had lost consciousness. Was it just good fortune that had brought me to my destination?

TheWildlander
8 1

There are no Russians in Kiev: aflevering 6

Vier hoog in een straat in Kiev wonen Radoyka Rakovich en Oksana Alina al tientallen jaren naast elkaar. Ze ontmoeten elkaar vaak in het trappenhuis om de laatste nieuwtjes uit te wisselen. Oksana: “Onze president Zelensky heeft gelijk. We moeten erkennen dat de Oekraïne geen lid van de NAVO kan worden. Het Westen moet ons andere veiligheidsgaranties geven. Het is voorbij, Radoyka! Het is gedaan met ons land, krayina! Er rest enkel te kijken wie we nog kunnen redden!” Radoyka: “Panikeer zo niet! Vanmorgen is het misschien erger geworden. Misschien… Er is dan twee of drie keer het luchtalarm afgegaan. Syrena dlya povitryanoho nalʹotu! Ik heb doffe knallen van de inslagen gehoord en misschien ook artillerievuur. Er lijkt nu een offensiefje bezig. Er gebeurt wel iets, maar laat dat niet zorgen voor onrust.” Oksana: “Drie miljoen mensen zijn op de vlucht in het buitenland en drie miljoen in ons krayina, verdreven uit hun huizen! Zovele vrouwen en kinderen hebben afscheid moeten nemen van de mannen. Ze zijn op de laatste treinen gekropen voor de hoofdstad leeg liep. Een hand tegen het treinvenster en dan met een zakdoek vechten tegen de vele tranen. Slʹozy, slʹozy. Een plastieken zak of een rollator is alles wat de vluchtende vrouwen bij hebben. Ze wilden, maar konden niet blijven. Huizen zijn kapot of volledig afgebrand. Zlamanyy, z·horiv… “ Radoyka: “Hiernaast was een Vlaamse reporter aangekomen, in de flat van dat meisje dat naar Tsjechië is gevlucht.” Oksana: “Die man, die met een bestelwagen met hulpgoederen is aangekomen? Ik vroeg mij al af ‘wie is die man met die furhon, wat doet die hier?’ Hij had geen toegangskaart tot het appartement en een soldaat met een kalashnikov heeft hem in de parkeergarage nog aangesproken. Volgens mij is het een Russiche spion!” Radoyka: “Geen spion, dat is die zhurnalist. Er zijn gelukkig vrijwilligers die dapper genoeg zijn om van Lviv naar Kiev te rijden in zo’n busje om legerhelmen tot hier te brengen. Die hebben hem meegebracht” Oksana: “Gelukkig zijn de Belgen de file gewoon, dus wat is een reisje bij nacht over hobbelige binnenwegen, twintig uren langs allerlei blokposten waar je je paspoorten dan moet tonen.” Radoyka: “Nu, die Vlaamse reporter, die репортер, was maar aan het filmen en foto’s nemen in de buurt gaan ons appartement. Dat schoot mij toch wel in het verkeerde keelgat, weet je Oksana!? Ik heb de eigenares met hem contact laten opnemen. Toevallig had zij nog een andere leegstaande flat. Ze heeft hem naar dat gebouw doorverwezen. Veel mensen brengen nu de nacht door in onze parkeergarage. Maar niks voor mij hoor, de nacht doorbrengen op een harde vloer.” Oksana: “Het zijn de laatste dagen van Kiev! Ons leven is voorbij!” Radoyaka: “Wanhoop niet, pani Oksana! De opmars van de rosiyany is gestopt. We gaan winnen tegen de Russki! Het centrum van Kiev zullen ze nooit bereiken! Een stelletje baydyky kan onze stad nooit vernielen. Wat stuk is ruimen we op. Winkels en appartementen. Dat is alles! Kiev gaat de dans ontspringen. De overwinning ligt voor ons. De Russki durven geen stap meer verder… “ Oksana: “Ben je niet te positief?” Radoyaka: “Er staat een stralende zon aan een blauwe hemel! Lekkere vitamine D, gratis ter beschikking! Iedereen is meteen naar buiten gekomen. De mensen maken allen een toffe wandeling, wat ik ook gedaan heb. De rekken in de winkels zijn tot de nokken gevuld en de bakker om de hoek verkoopt nog steeds de beste koffiekoeken in de hele wereld! Zelfs in België hebben ze niet eens zulke lekkere patisserie. Kiev gebak, dat smelt op ieders’ tong. Je weet wel, zoals M&Ms. Superlekker!”

Autisme Storm
6 0

There are no Russians in Kiev: aflevering 5

Vier hoog in een straat in Kiev wonen Radoyka Rakovich en Oksana Alina al tientallen jaren naast elkaar. Ze ontmoeten elkaar vaak in het trappenhuis om de laatste nieuwtjes uit te wisselen. Oksana: “Dag Radoyka. Zou er snel een wapenstilstand komen? Er zijn vandaag weer nieuwe gesprekken online voorzien met de Russki.” Radoyka: “President Putin had nooit gedacht dat we zo eensgezind achter Zelensky zouden staan. Een president die heeft gezegd ‘desnoods te willen vechten tot de laatste druppel’. De Panji dachten dat wij met bloemen in de straten zouden staan en gingen applaudisseren als de Russische tanks voorbij zouden komen. We zijn broederlanden, maar anderzijds ook al acht jaar in conflict met elkaar in het oosten. Oekraïne is enorm veranderd sinds 2014 en dat hebben ze in Moskou niet begrepen. Putin leeft in een sprookjeswereld zonder besef van een Oekraïens volk en een Oekraïense natie. Maar we vechten als leeuwen voor ons land en onze vrijheid.” Oksana: “Elke dag bombarderen de Russki ons land meer en meer in puin, dorp na dorp, stad na stad moet eraan geloven. Niemand is waar dan ook nog veilig tegen bommen, tanks en soldaten. Niemand gaat ons volk herinneren…” Radoyka: “De ene boek na de andere zal verschijnen met verhalen over onze heldhaftigheid. Hoe gewone burgers Russki танк tegenhielden door er simpelweg voor te gaan staan. Hoe president Zelensky, de barmhartige, de genadevolle, de onweerstaanbare nu de heerser, beschermer en vormgever wordt van het Oekraïense volk. Hoe hij en zijn vrouw het aanbod van president Biden tot evacuatie naar Amerika weigerden om bij hun volk te blijven. En hoe de Oekraïense verdedigers op Slangeneiland een Russisch oorlogsfregat dat tot overgave opriep beantwoordde met een vette ‘fuck you!’. Of onze acteur Pasha Lee, 33 jaar, die kinderen uit hun huis hielp evacueren in Irpin. De evacuatie die de Russki bemoeilijkten door beschietingen. Pasha trok zijn kogelvrije vest uit en gaf het aan een kind om dit te beschermen. Hij was de stem van de Lion King en The Hobbit en werd gesmoord door een Russki m’yach. Een kogel doodde een leeuw. Deze narratieven zullen eeuwig meegaan!” Oksana: “Je bent wel erg positief, intussen worden al onze gebouwen en steden aan puin geschoten en beginnen mensen honger te lijden… “ Radoyka: “Amerika gaat nog 200 miljoen dollar aan wapens sturen. Dat is 1,2 miljard dollar militaire steun van president Biden de voorbije maanden.” Oksana: “Waarvan we nu al weten dat deze wapens via smokkel bij allerlei groeperingen terecht gekomen zijn, binnen en buiten Oekraïne, van neonazi’s tot terroristen die de islam misbruiken om een islamitisch kalifaat te stichten. Er is totaal geen controle meer wie die zbroyi momenteel in bezit heeft en wat die of zijn hrupa er mee gaan doen… De Duitsers stuurden 1.200 bommen, waarvan 900 in de prullenmand moesten omdat er zoveel schimmel opstond dat onze soldaten speciale pakken dienden te dragen om niet ziek te worden. De wereld wordt echt geen betere plaats met al die zbroyi die ze nu naar Oekraïne sturen. Ze moeten praten, niet vechten!” Radoyka: “Putin kan het hele land kapot bombarderen, maar hij zal nooit de harten van ons volk kunnen veroveren of onze eigen wil breken. Onze eendracht, onze harmonie kan niet kapot.” Oksana: “Ons land is zlamanyy!”. Radoyka: “We bouwen het weer op!” Oksana: “Maar eerst een wapenstilstand!”

Autisme Storm
10 1

There are no Russians in Kiev: aflevering 4

Vier hoog in een straat in Kiev wonen Radoyka Rakovich en Oksana Alina al tientallen jaren naast elkaar. Ze ontmoeten elkaar vaak in het trappenhuis om de laatste nieuwtjes uit te wisselen. Radoyka komt aangelopen in de trappenhall van het gemeenschappelijk appartement. “Hebt je het gehoord over die spion?”, werpt ze op. Oksana: “Over Putin, die voor de KGB gewerkt heeft, bedoel je?” Radoyka: “Nee, niet over die koude Rus. Over Denys Kireev, die onderhandelde namens Oekraïne in het team van president Zelensky. Parlementslid Oleksiy Honcharenko zei mij dat de geheime dienst GUR hem bij zijn arrestatie heeft doodgeschoten: twee kogels door het hoofd. Hij werd verdacht van hoogverraad met Rusland door de GUR. Ze hadden duidelijke bewijzen, ondermeer afgeluisterde telefoongesprekken.” Oksana: “Echt?” Radoyka: “En ook twee andere top-ambtenaren van het Ministerie van Defensie van Oekraïne zijn doodgeschoten. Ook verdacht van spionage en liepen in de kogelbaan van de geheime dienst: Ivanovich Alexei en Valery Chibineev.” Oksana: “Het Azov bataljon maakt overuren in de geheime dienst.” Radoyka: “Volgens de nationale televisie hebben we in de strijd tegen de Russki’s twee tanks, gevechtsvliegtuigen, twee helikopters en hun schoppen vernietigd. We hebben ze teruggedreven en omsingeld in hun tanks. Vannacht hebben we ze vergif laten drinken en Vladimir Putin’s soldaten een lesje geleerd dat de geschiedenis niet zal vergeten. Echt waar.” Oksana: “De zeer gewaardeerde president Zelensky heeft drie tv-stations van de oppositie gesloten op grond van de ‘nationale veiligheid’. Een oppositiepoliticus werd vorig jaar onder huisarrest geplaatst op beschuldiging van verraad. Is dit niet het soort dingen dat Putin doet?” “Waarom maken wij in ons land vol Russen het Russisch een tweederangstaal? Russen die er decennia lang gelukkig woonden, werden onder druk gezet om het Oekraïense staatsburgerschap aan te nemen en Oekraïense versies van hun christelijke namen aan te nemen. De scholen propageerden een nationale held, Stepan Bandera, aan wie de Russen een sterke hekel hadden en die als een terrorist werd beschouwd. En ze onderwezen geschiedenis die vaak een anti-Russisch tintje had. Misschien is er wat waarheid dat de Russen zich door dit beleid in het nauw gedreven voelden. Waarom konden we ze niet gewoon met rust laten?” Radoyka: “President Zelensky zei gisteren dat we de Russen verslagen hebben. Als God het wil, zal hij jou en mij meer informatie geven. Hij zweert bij God en zegt dat zij die in Moskou verblijven, deze huurlingen in een crematorium hebben gegooid.” Oksana: “Ik weet het allemaal niet met onze Oekraïense en westerse media. Herhaal de leugens van de leugenaars niet. Word niet zoals zij. Wees zeker van wat u zegt en speel niet zo’n rol. Zoek naar de waarheid. Laten we elkaar dingen vertellen en dit zelf te verifiëren en kritisch te zijn. Er waren ook geen massavernietigingswapens in Irak! Er zijn media die nu hun uiterste best doen om ons te waarschuwen voor fake news en ons zo willen laten denken dat alleen zij het echte onvervalste nieuws brengen. Iedereen met Russische roots en die op geen enkele wijze deel uitmaakt van deze oorlog, zouden we onze excuses moeten aanbieden voor de belachelijke heksenjacht die gaande is wereldwijd op de Russische medemens.”  

Autisme Storm
8 0

There are no Russians in Kiev: aflevering 3

Vier hoog in een straat in Kiev wonen Radoyka Rakovich en Oksana Alina al tientallen jaren naast elkaar. Ze ontmoeten elkaar vaak in het trappenhuis om de laatste nieuwtjes uit te wisselen. Oksana ziet haar buurvrouw en begint: “President Biden zegt dat president Putin Rusland gaat binnenvallen? Rusland??? Hij loofde de moed en vastberadenheid van het Oekraïense volk en zei dat Putin nooit het hart en de ziel zou winnen van het Iraanse volk”. Die Amerikaanse president stapelt de ene na de andere verspreking op of is hij dement aan het worden? Radoyka reageert: “Gelukkig hebben we president Zelensky!” Oksana: “Waarvan Putin zegt dat hij de minderheden in zijn land als drek behandelt en er een puinhoop van maakt… En net nu trekt Ikea zich terug uit Rusland, nu hun leider een vijs is verloren…” Radoyka: “Niets nieuws onder de zon. Maar bij gebrek aan beter moeten we het daarmee doen.” Oksana: “Maar buurvrouw, wij hebben toch geen echte wapens of moeten we het met de nieuwste tankvernietiger van de Oekraïense Boerenbond doen?” Oksana: “En dan onze buurman Aleksandr van beneden, die zojuist beroofd werd bij het tankstation en meteen de politie belde. Ze vroegen wie het gedaan had en hij antwoordde ‘pomp 2’… De prijzen gaan als een gek in Oekraïne! 33 grivna (1 euro) voor een litertje brandstof!” Radoyka: “De Russen…” Oksana: “Putin is een bandiet. Niet de Russen. De gewone Rus kan hier niets aan doen! Leon Trotski, de marxistische revolutionair, zei ooit ‘Jij mag dan geen belangstelling hebben voor oorlog, oorlog heeft wel belangstelling voor jou’. Europa en onze president zijn ongelooflijk naïef geweest!” Radoyka: “Het Oekraïense volk is gelukkig creatief. Toen Russische soldaten de lift namen naar het kantoorgebouw dat zij vanaf het dak wilden controleren, sloten de Oekraïners de elektriciteit af. De soldaten kwamen vast te zitten in de lift.” “In Velyka Dymerka zou een Russische soldaat in een vat coca cola zijn gevallen. Oekraïense arbeiders van de fabriek vonden hem pas uren nadien terug. De militair was intussen al helemaal opgelost en alleen zijn gebit werd nog teruggevonden.” Radoyka is strijdvaardig: “We geven ze een echt lesje vandaag. Gigantisch is niet de juiste omschrijving van het aantal slachtoffers dat we hebben gemaakt. We zullen die oplichters, die huurlingen terug in het moeras duwen. Ons land in bezit nemen? Bij God, ik denk dat dit erg onwaarschijnlijk is. Dit is maar geklets. Zodra ze de poorten van Kiev bereiken, zullen we ze belegeren en afslachten. Waar ze ook heengaan, ze zullen omsingeld zijn.” “Ze zijn niet eens binnen 100 kilometer afstand van Kiev. Ze zijn op geen enkele plaats. Ze hebben geen plaats in Oekraïne. Dit is een illusie … ze proberen een illusie aan de anderen te verkopen.” “Ik kan zeggen, en ik sta in voor wat ik zeg, dat zij begonnen zijn zelfmoord te plegen onder de muren van Bagdad. We zullen hen aanmoedigen om snel meer zelfmoorden te plegen.”

Autisme Storm
10 0

There are no Russians in Kiev: aflevering 2

Vier hoog in een straat in Kiev wonen Radoyka Rakovich en Oksana Alina al tientallen jaren naast elkaar. Ze ontmoeten elkaar vaak in het trappenhuis om de laatste nieuwtjes uit te wisselen. “Heb je onze president gehoord op de televisie?”, vraagt Oksana Alina aan haar buurvrouw. “Hij is een held!”, antwoord Radoyka zonder blikken of blozen. Oksana: “De Russen zeggen dat hij 1,2 miljard dollar op rekeningen heeft staan in Amerika en een villa in Miami heeft. Goed betaald voor wat sketches te spelen als president…” Radoyka veegt een onbestaande snottebrel weg onder haar neus en is klaar voor de repliek. “Panje troepen kunnen niet zomaar een land van 45 miljoen mensen binnenvallen en hen belegeren! Zij zijn degenen die belegerd zullen worden. Dus wat die ellendige Putin ook heeft gezegd, hij had het in werkelijkheid over zijn eigen troepen. Nu hebben onze helden zelfs het commando belegerd van die Rote.” “Maar de Russki…”, wil Oksana opwerpen. Radoyka reageert als een waterval: “Moskou heeft zijn soldaten in het vuur gegooid. Ze zijn gevlucht. De Panje pummels vluchtten. De lafheid van de Russki soldaten is verbazingwekkend. Niemand had dit verwacht.” ‘God zal hun magen roosteren in de hel door toedoen van onze soldaten!’, zegt onze president. Ze probeerden een klein aantal tanks en soldaatjes binnen te brengen via de Krim en het oosten, maar ze werden omsingeld en de meeste van hen liepen daarbij een te diepe snede aan de keel op. Er zijn geen Panje in Kiev. Nooit! Mijn gevoel is dat ze allemaal zullen sterven. Nee, ik ben niet bang en dat zou jij ook niet moeten zijn. We zullen ze verwelkomen met kogels en schoenen.” Oksana: “Ik hoop dat de redelijkheid kan overwinnen en alles goed komt.” Radoyka: “Beslist!”

Autisme Storm
7 0

There are no Russians in Kiev: aflevering 1

Vier hoog in een straat in Kiev wonen Radoyka Rakovich en Oksana Alina al tientallen jaren naast elkaar. Ze ontmoeten elkaar vaak in het trappenhuis om de laatste nieuwtjes uit te wisselen. Oksana vraagt aan Radoyka of zij ook het nachtelijk gezoem heeft gehoord dat van buiten kwam en toen plots ophield na een flinke knal. Radoyka doet haar ogen ver open en begint haar relaas van de voorbije nacht. “Het was kwart voor drie vannacht, zag ik op mijn reiswekkertje. Echt geen uur om een mens wakker te maken met gezoem als een zwerm bijen in maart. Ik schoof de dikke gordijnen opzij en ging kijken op het balkon. Het irriterende gezoem kwam van een zweefvliegtuigje dat bleef hangen onder mijn appartement met groene, rode en witte lichten. Oksana: “Dat hou je toch niet voor mogelijk? Dat moeten beslist de Russen zijn geweest!” Radoyka: “Zo dacht ik ook. Dus ik snelde zo snel als mijn oude benen mijn oude lichaam konden dragen naar de bergkast en nam een grote pot augurken in de handen.” Oksana: “Een pot augurken?” Radoyka: “Nu speelde ik nog aardig basket samen met Olexandra Grbunova. Ze noemden ons Bdzjoli, ‘de bijen’, bij SC Meridian. Oksana: “Dat kan ik mij nog goed herinneren…” Radoyka: “Ik hield die zoemzoem in de gaten, wachtte tot hij stil bleef hangen en gooide toen die pot augurken tegen zijn kegel. Die zoemzoem kreeg zo een klap, echt niet mooi! De stukken vlogen eraf, er kwam rook uit en het onding stortte neer op ons voetpad drie lager.” Oksana: “Dus jij hebt vannacht even een Russische drone uitgeschakeld?” Radoyka: “Beslist! ’s Nachts moet een mens slapen en rusten. Russen of geen Russen.”

Autisme Storm
9 0

Deutsche Gründlichkeit

Konnichiwa. En arigato. Dat is goeiendag en merci. Tot zover reikte mijn kennis van de Japanse taal na vier dagen Tokio. Op zich niet zo’n probleem. De meeste restaurants hebben van ten minste één gerecht wel een foto, makkelijk kiezen trouwens als het bij eentje stopt, en bij eetkraampjes kon ik gewoon aanwijzen wat ik wilde. Weten wat ik at, was een andere zaak, maar daar had ik me op dag één gelukkig al overheen gezet. Ook in de metro kon ik me prima behelpen met de kleuren van de metrolijnen en de nummers van de stops. De hele Japanse romans op de infoborden in de stations en onderweg miste ik wel volledig, maar aangezien ik iedere keer aankwam waar ik heen wilde, ga ik er vanuit dat die info niet essentieel was. Dat was Tokio. Nu ben ik net aangekomen in Kyoto, mijn tweede tussenstop in deze reis. Meteen bij aankomst merk ik dat mijn gebrek aan kennis van het Japans me hier net iets meer parten gaat spelen. Een uitgebreid metronetwerk om me makkelijk te verplaatsen is er niet, en de infoborden die in de hoofdstad nog heel af en toe naar het Engels versprongen, tonen hier halsstarrig alleen maar Japanse tekens. Moeilijk gaat ook, denk ik dan maar, en vol goede moed vertrek ik de volgende ochtend richting Nara voor een bezoek aan enkele imposante tempels. Om nog maar te zwijgen van de 1200 heilige herten die er vrij rondlopen. De metrorit naar het treinstation was geen probleem. Het is te zeggen, ik heb geen idee wat mijn rit had moeten kosten, maar ik heb de gulden middenweg gekozen tussen het goedkoopste en het duurste ticket, en het ticketpoortje leek zich daar in te kunnen vinden. Het poortje content, ik ook content. Maar nu. Nu sta ik op het perron van het station in Rokujizo. Er zijn maar twee sporen, dat is al een meevaller. Maar er valt nergens een letter Engels te bespeuren. Werkelijk géén letter. Wat verderop is een groepje Westerse toeristen samengetroept die aan de verwarde blikken op hun gezichten te zien, ook niets verstaan van de info die op de digitale borden voorbij raast. Me bij dat groepje voegen, lijkt mijn kansen om vandaag in Nara te geraken, niet bepaald te vergroten, dus ik gooi het over een andere boeg. Enkele meters van me vandaan, al wachtend op de trein op perron 1, staat een iets oudere vrouw met wat volgens mij best haar dochter kan zijn. Op goed geluk vraag ik in het Engels aan de dochter of dit het perron voor Nara is. Met een giga smile en hevig knikkend, wijst ze trots naar de brochure in haar handen. Wat er op geschreven staat weet ik niet, maar ik herken wel de hertjes. “We”, wijst de moeder opeens dolenthousiast naar zichzelf en haar dochter, “Nara!”. “Great!”, zeg ik met minstens evenveel enthousiasme. “I’ll just follow you then!”. Aan de uitgebreide Japanse dialoog tussen de twee die daar op volgt, durf ik te concluderen dat ze dat laatste niet helemaal verstaan hebben. Na iets dat mij leek op wat Japans gekibbel, richt de moeder zich opeens terug tot mij. “You here alone?”, vraagt ze met grote ogen. “Yes”, antwoord ik al knikkend. “Waaaauw. My daughter, no out Japan”, schudt ze haar hoofd. “Where you from?” “I’m from Belgium”, zeg ik, toch een beetje trots. Maar dat land doet duidelijk geen belletje rinkelen. Die wereldgoal van Chadli op het wk vorig jaar, heeft hier duidelijk minder indruk nagelaten dan ik gedacht zou hebben… Als ook mijn tweede poging, Brussels, geen succes kent, doet de olijke mama dan zelf maar een voorstel over mijn herkomst. Ik mag kiezen tussen Germany en France. Omdat de Deutsche Gründlichkeit me toch net iets beter ligt dan dat Franse chauvinisme, ga ik maar voor de eerste optie. “Ooooooh wauw”, is het Japanse antwoord op mijn keuze. Ik zal het nooit weten natuurlijk, maar ik gok dat ik met Frankrijk hetzelfde resultaat had geboekt. Haar woorden zijn nog maar net koud, als ik in de verte een trein op spoor 1 zie aankomen. “Nara?” wijs ik voor de zekerheid nog eens naar de naderende trein. “Yes. Yes.”, antwoordt de moeder met nog altijd evenveel enthousiasme. Ze lijkt wel immens trots op het feit dat ik haar heb uitgekozen om info in te winnen. En die trots is helemaal wederzijds wanneer ik eindelijk één van mijn twee Japanse woordjes kan gebruiken. “Arigato”, lach ik hen toe terwijl ik de trein instap en een zitplaats kies. Minuten later, en al helemaal in gedachten bij de heilige herten van Nara, voel ik opeens een hand op mijn schouder tikken. Het is de vrolijke mama die een handvol snoepjes voor mij uit haar handtas heeft gevist. Blij als een kind neem ik ze aan, en daar lijkt ook zij weer heel gelukkig van te worden. Met een smile tot achter mijn oren, en heerlijke snoepjes tussen mijn kiezen, zit ik de 20 minuten durende rit naar Nara uit. En de andere toeristen? Die hebben hun weg naar deze trein uiteindelijk ook gevonden. Zonder snoepjes weliswaar.

ClauTluk
0 0

Curieuze neuzen

Amper een paar minuten na mijn aankomst in Tokio, had ik al een grenzeloos respect voor de Japanners. Alles wat ze doen, gebeurt met een ijzeren discipline: de paspoortcontrole was de vlotste die ik ooit meegemaakt heb, alle roltrappen worden enkel aan de linkerkant bezet zodat de gehaaste medereiziger langs rechts vlot voorbij kan, en bij het wachten op de metro staat iedereen netjes, in één rij, achter de gele lijn. Zelfs in de metro, die spik en span is trouwens, gaat het perfecte verhaaltje verder: in de bochten wordt er door heel de rechtstaande bende synchroon naar links en naar rechts gehangen. Het is een streling voor het oog. Maar terwijl ik mijn ogen verder lustig de kost geef, ervaren mijn oren opeens een hele andere kant van het verhaal. De man in het strakke pak naast me, die heel erg verdiept zit in de Anime game op zijn smartphone, trekt zo hard zijn neus op dat het wel lijkt alsof het snot van enkele weken in enen trek zijn weg vindt naar zijn maag. Zijn slokdarm gaat het voorbijzoeven niet eens gemerkt hebben, zo snel moet het zijn gegaan. En het blijft niet bij die ene keer van die ene Japanner naast me. Het lijkt wel alsof hij een heus snuifconcert doorheen het hele metrostel in gang heeft gezet, waarbij de ene neus nog goorder klinkt dan de andere. En allemaal al hangend boven een smartphoneschermpje waarop lustig gegamed wordt. Gelukkig worden mijn oren, en mijn omgedraaide maag ondertussen ook, enkele minuten later gered dankzij een resem Japanse woorden gevolgd door “Tawaramachi”, het station waar ik eruit moet. Gepakt en gezakt verlaat ik de metro en wandel ik in de richting van mijn hostel. Een straat verwijderd van dat einddoel, wordt mijn aandacht getrokken door een hoop kabaal en flitsende lichten uit iets dat heel veel weg heeft van een lunapark, maar dan zonder de rest van de kermis. Mijn curieuze neus, een exemplaar dat wel nog netjes gesnut wordt, kan het niet laten om hier toch al even binnen te springen. Wat ik hier binnen aantref is ronduit fascinerend. Doldwaze Japanners gaan helemaal los op grijpmachines, arcade games en veel te gesofisticeerde muntenschuivers. Maar dan valt mijn oog op iets anders: de neuzen! Die zijn hier, op een paar uitzonderingen na, allemaal volgepropt met papieren doekjes. Ik begin haast te denken dat heel Japan het zo druk heeft met spelen, dat ze het zich niet kunnen permitteren om hun handen even te laten stoppen om een zakdoek boven te halen. Maar in mijn hostel komt de aap uit de mouw. Nadat ik daar al snuitend mijn beurt afwacht, vertelt de Britse jongedame aan de receptie dat Japanners dat nogal onbeleefd vinden. Hier hoor je je blijkbaar af te zonderen om je neus te snutten, en als dat niet gaat, is het dus doodnormaal om je snot naar hartenlust op te snuiven. Met het schaamrood op de wangen trek ik naar mijn kamer, vastberaden om toch eens wat op te zoeken over de Japanse etiquette voor ik mij opnieuw onder de mensen begeef…

ClauTluk
0 0

Naar de supermarkt in tijden van corona

Corona grijpt om zich heen over de hele wereld in 2021, ons landje niet uitgezonderd. Het is half januari en ga boodschappen doen rond tien uur, een hele opgave. Voor ik wegga laat ik het bovenlichtje open staan voor ventilatie. Ik was mijn handen stuk voor het boodschappen doen, één van de basisregels om het coronavirus te voorkomen. Bij gezondheidsklachten, laat je testen maar ik voel me prima. Mijn mondkapje heb ik in mijn rechter jaszak en stap de deur uit. Buiten is het grijs en donker, een echte januaridag. Ik loop langs de basisschool maar de klassen zijn leeg. De scholieren volgen het huiswerk online aan het ochtendontbijt, wat een gezelligheid. Ik snotter wat en nies in mijn ellenboog, een zakdoek is niet meer nodig. Als ik langs de bushalte loop rijdt de bus van het streekvervoer voorbij. Ik steek mijn hand op naar de busschauffeur en hij groet mij. De streekbussen zijn tegenwoordig spookbussen geworden. De bussen rijden leeg hun rondje. Op de weg is het ook rustig wat auto's betreft. De mensen worden geadviseerd om thuis te werken met de slogan, werk zoveel mogelijk thuis. Mijn  herinneringen gaan terug naar de autoloze zondag, zo voelt het nu ook. Ik zie een bekende en groet deze op gepaste afstand, handen schudden is uit den boze. De automatische deuren van het winkelcentrum gaan open en ik zet mijn mondkapje op. Het beetje sfeer is de kerstversiering in het winkelcentrum dat nog aanwezig is. In het winkelcentrum wijzen stickers op de grond de looprichting. Ook de stickers met de aanduiding, mondkapje verplicht, maken de bezoeker attent op deze maatregel. De routes en looprichting zijn uitgestippeld en tussenin staan dranghekken. De niet essentiële winkels zijn gesloten, het is armoedig op het winkelcentrum. Waar is de tijd gebleven dat mensen uren met elkaar staan te praten, het is nog geen jaar geleden. Sommige mensen hebben lak aan de regels en dragen geen mondkapje, boete 95 euro als je wordt betrapt. Ik moet wachten voor de supermarkt want er is een lange rij, iedereen wacht geduldig. De medewerker van de supermarkt maakt de winkelwagens schoon. Met een doekje met desinfectiemiddel proberen ze alles te doen om corona te vermijden. Allemaal nieuwe regels waar iedereen aan zich moet wennen. Ik wacht rustig op anderhalve meter van de andere klanten. Een bewaker houdt alles netjes en zonder problemen verloopt. Voor de winkel staan gezinsleden te wachten tot de familie compleet is. Een nieuwe regel is dat slechts één gezinslid de boodschappen doet. Niemand wil het virus oplopen. Ik ben aan de beurt en een schone winkelwagen wordt mij aangereikt, ik kan naar binnen. Op de winkelvloer zijn pijlen aangebracht voor de looprichting. Een moeder doet samen met haar dochtertje van drie jaar de wekelijkse boodschappen. Samen lopen ze in het pad van de ontbijtprodukten. De muziek in de winkel staat aan maar niemand luistert. Het meiske in haar prachtige jas kijkt haar ogen uit. Om haar heen ziet ze alleen maar mensen met een gezelf gemaakt of wegwerp mondkapje op. Het meisje blijft alle mensen volgen totdat ze uit het beeld verdwenen zijn. De moeder en het meisje zijn nog geen vijftien minuten binnen en zijn nu aanbeland in het pad met de koffie. De kleine dame loopt rond en blijft in de buurt van haar moeder. Zij ziet allemaal mensen lopen met een mondkapje op en kijkt vol ongeloof. Haar gedachten wekken verbazing over zoveel mensen die een mondkapje dragen. Niet veel later vraagt het meisje aan haar moeder belangstellend, 'Zijn we in het ziekenhuis.' Ook mams ziet deze vraag van haar dochter niet aankomen. De moeder van het meisje gaat op haar knieeën zitten en kijkt haar recht in de ogen. Ze pakt haar hand vast en zegt, 'Nee, we zijn in de winkel' en probeert haar gerust te stellen. Twee minuten heeft de moeder nodig om haar gerust te stellen. De moeder pakt haar dochter bij de hand en lopen het pad in van koffie en thee. Wat een ontroerend moment, het kan zo een scene uit een film zijn. Ik ga verder met mijn boodschappen doen maar kan het niet echt loslaten. Voor kassa vier staan er op de grond met de woorden, houd 1,5 meter afstand. Ik wacht rustig af totdat ik alle boodschappen op de band kan leggen. Alleen de artikelen betalen met mijn pinpas. Door het huidige coronabeleid wordt geadviseerd om niet contant te betalen. Ik breng mijn winkelwagen naar de uitgang waar de medewerker gelijk mijn winkelwagen desinfecteert voor de volgende klant.  We zijn bijna aan het einde van het jaar. De persconferenties worden altijd vergezeld met een gebarentolk. We kunnen ons laten vaccineren indien gewenst. De volgende mogelijkheden met G1, G2 en G3 zijn de volgende hobbels. Wel of geen avondklok. De scholen sluiten of gewoon open houden. Is de boosterprik de oplossing om corona in te dammen. Vooral de ziekenhuizen en verpleeghuizen vragen om daadkracht.  Wat moet ik vaak denken aan de kleine meid die hulp zoekt bij haar moeder over dit moeilijke vraagstuk als het over corona gaat.    

Jan Sluimer
0 0