Mezen en merels vliegen af en aan
Pimpelende vleugels - merels lijken afstandelijk.
Ik vertel de vogels geen nest te bouwen in de luifel
We willen geen doden in de lente - kruimels brood voeden mijn geweten.
Alsof het geen wonderlijk gebeuren is
Ruimt de maan plaats - universele wetten.
Het wordt een mooie dag, geen vuiltje aan de lucht
Zal ik utopische wegen vinden vandaag - ik geloof dat ook bidden afleiding is.
