De oude man en het bankje

KristinH
7 apr. 2021 · 4 keer gelezen · 0 keer geliket

A is een tachtig jarige Antwerps sprekende man

B is een veertig jarige vrouw die voor het eerst op dat bankje gaat zitten.

 

A: Stoort het als ik er eventjes bij komen zitten, mevrouw?

B: Natuurlijk niet mijnheer, plaats genoeg. ’t Is mijn bank niet, he.

A: Nee, da’s waar, maar ik vraag dat altijd. Er zijn mensen die liever alleen zitten.

B: Echt?

A: Ja, dat gebeurt wel.

B: Straf.

A: Wat een dag, he!

B: ’t Zonnetje doet deugd na die lange winter.

A: Ja, ’t is goed nu. Ik kom elke dag efkes op deze bank zitten, weer of geen weer.

B: Dan moet dit voor u wel een speciale bank zijn.

A: Dat is ze wel zeker, ja. Hier op deze bank heb ik zestig jaar geleden mijn vrouw leren kennen.

B: Echt?

A: Ja, ongelofelijk, he? Zestig jaar geleden. Ik zag ze zitten en we zijn beginnen babbelen.

B: Letterlijk en figuurlijk dan.

A: Hoe bedoelt u?

B: Zien zitten?

A: Haha, ja, just! Goed gezien! Een beeld van een meiske was dat toen. Met grote blauwe ogen en van dat lang blond haar dat over haar schouders krulde. Ik was op slag verkocht. Stoort het dat ik erbij kom zitten, heb ik gevraagd. Nee mijnheer, natuurlijk niet, zei ze. En van het een kwam het ander …

B: Amai, dat is romantisch.

A: Het was alsof wij elkaar al heel ons leven kenden. Uren hebben wij gebabbeld.

B: Dat moest zo zijn dan, dat kan niet anders

A: Pas op! Gemakkelijk was dat niet in die tijd, he! Ze kwam uit een heel katholiek gezin en haar vader heeft lang tegen gewrongen.

B: Mijn grootmoeder heeft mij daar ook verhalen over verteld. Mensen konden in die tijd niet altijd doen wat ze graag wilden doen, he?

A: Nee, dat is zo. Maar pas op. Nu zijn er weer andere dingen die niet juist zijn.

B: Ook waar.

A: In elk geval, we waren smoorverliefd. Waar zij ging, ging ik. We waren niet te stoppen. En dat is altijd zo gebleven.

B: Dat is prachtig.

A: Hier se! Hier hebben we toen een hartje gekerfd, ziet ge het? Hier vanachter op de bank, L & E.

B: Ik zie het. Wat een schoon verhaal, mijnheer. Dat is toch wel heel speciaal, zo lang samen zijn.

A: Leo, zeg maar Leo. En u heb ik hier nog nooit gezien, denk ik.

B: Nee, dit is de eerste keer dat ik hier eens kom zitten.

A: Dat ontspant een mens. Ge moet dat meer doen.

B: En uw vrouw, komt die soms mee?

A: Mijn vrouw is overleden.

B: Oh, excuseer, dat is heel erg.

A: Maar ze is hier nog altijd. Ge moet me niet verkeerd verstaan.

B: Uw vrouw?

A: Elke avond rond deze tijd staat ze daar, se. Ziet ge ’t? Tussen die rododendron en die ouwe eik. Recht voor ons.

B: Ik zie niks.

A: Seffens is ze daar en dan zwaait ze naar mij. Met een grote lach op haar gezicht.

B: Dat is straf.

A: Ik heb al geprobeerd om tot daar te gaan om ze eens goed vast te pakken, maar op ’t moment dat ik rechtsta, draait ze zich om en is ze weg. Nu blijf ik zitten en ik zwaai. Nog een minuut, sè. Ik kan er mijn klok gelijk op zetten.

B: Hoe lang geleden is uw vrouw overleden?

A: Zeven jaar. Zeven jaar geleden al. We waren bijna vierenvijftig jaar samen. Dat begint, he! Maar ge kent dat wel … Wacht! Voilà, daar is ze, sè. Ons Emma!

B: Waar?

A: Daar, recht voor ons! Zie ze zwaaien! Hallo, Emma! Allez, zwaait efkes mee, dat zal haar plezier doen.

B: Naar waar?

A: Vlak voor ons, ziet ge’ t niet?

B: Niet echt.

A: Jawel, jawel, zie eens goed. Daar, waar mijne vinger naar wijst, just neffe die vuilbak.

B: Daar naast het prieel?

A: G’ hebt het. Wat lacht ze toch schoon! Ziedis! Die oogskes die zo schitteren, pure saffier. Dag schat! Ge ziet er goed uit!

B: Is ze er nog?

A: Ja, ze vind dat tof zenne, dat gij hier mee zit te zwaaien. Z’ heeft nog nooit zo ne smile op haar gezicht gehad. Tot morgen, schat!

B: Ze is weg, denk ik.

A: Ja, z’ is weg. ’ t Duurt nooit lang, maar ‘k heb ze toch maar weeral gezien vandaag. Merci madame, g’ hebt een ouwe man gelukkig gemaakt.

B: Zeg maar Laura, Leo.

A: Laura? Schone naam, eentje om te onthouden. Het was me een waar genoegen. Misschien zie ik u nog wel eens terug op deze bank.

B: Misschien wel, Leo. Dan kom ik goeiendag zeggen aan Emma.

A: Dat zou tof zijn! ’t Is een schoneke, he, mijn Emma. En een goeike! Die vergeet da ni zenne! Allez, na zen ik weg … een stukske eten. Dag Laura.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver en help je hem of haar verder op weg.

KristinH
7 apr. 2021 · 4 keer gelezen · 0 keer geliket