De paraplu

Wout
29 jan 2026 · 3 keer gelezen · 0 keer geliket

'Mooie trui.'

Hij gniffelt. 

'Bedankt.'

Na zovele jaren zouden ze meer moeten hebben om over te babbelen, maar vele jaren maakt ook veel anders. 
Ze blijven even in de deuropening staan. Haar rechterhand houdt de klink van de deur nog vast, haar andere legt ze tegen de deurstijl alsof ze onbewust de weg verspert. Aan haar hand is de gouden ring om haar ringvinger zichtbaar. 
Die is nieuw, denkt Johannes bij zichzelf, in mijn herinnering hield ze niet van juwelen.
Haar nagels zijn kleurrijk gelakt, zalmroze. Een roze bril in een voor de rest duistere dag. 

'Kom binnen.' Ze haalt haar hand van de deurlijst en wrijft in haar nek. 
'Je kent de weg'

Zovele jaren geleden woonden ze hier samen, met hun beste vriend Max. Tot Max besloot het lot een hand te helpen en stierf.
Johannes wilde hier niet meer wonen - te veel herinneringen, te veel verdriet, maar zij voelde dat ze blijven moest, om zijn geest in leven te houden. Lariekoek natuurlijk, vond hij, weg is weg.  Het was één van de vele barsten die leidde tot hun breuk. 

Terwijl hij zijn jas aan de kapstok hangt, draait hij zich verbaasd om. 

'De paraplu! Die heb je nog?' 

'Ja natuurlijk. Het maakt deel uit van mijn beste herinneringen.'

De paraplu is lichtblauw, omzoomd met madeliefjes. Keltische folklore vertelt ons dat deze bloemen het groeiproces kunnen stilleggen, om nooit volwassen te worden. Toen vonden ze dat een mooie gedachte, nu weten ze wel zeker dat dat niet kan. 
Volwassenheid klopt op je hoofd, slaat je in het gezicht en stompt in je maag als je het niet verwacht. Je mag nog zo hard proberen, je ontloopt het nooit.

Toen Max voorstelde een foto te nemen om de verloving op beeld vast te leggen, miezerde het zacht. De paraplu, gekocht van een oude Chinese man, bracht bescherming. 
Als aandenken zouden ze hun eerste dochter Daisy noemen, naar de paraplu. 


'Wil je iets drinken?'
'Nee, ik denk dat we best gaan, toch?' 
Hij kijkt op zijn horloge. Hoe sneller deze dag gedaan is, hoe beter. 


'Hoe bedoel je? Ik dacht om het hier te doen.' 
'Niet naar de Droogkast?' 

De Droogkast was ooit hun favoriete kroeg geweest. Uren en uren. Dagen en dagen, jaar na jaar hadden ze daar routineus hun dagelijkse kost gedronken met z’n drieën om dan steevast op tafel te eindigen in elkaars armen meezingend met Piano Man van Billy Joel. 


'Nee, Droogkast is al jaren dicht? Ik dacht dat je dat wel wist.' 
'Ik ben hier al jaren niet meer geweest, Eva. 
Ach, een koffie dan. Dankje.'

'Twee suiker? Melk?'
'Neen, zwart graag. Ik hou nu van de bitterheid.' 
'Wie komt er nog allemaal?' 

'Ach, oude klasgenoten, zijn zus,.. Ik heb wat rondgebeld, maar veel mensen heb ik niet meer te pakken gekregen.'

Hij slurpt van zijn koffie, Eva speelt met het draadje aan haar mouw. 

'En. Hoe gaat het nu met je?' 
'Goed, ik..'

De deurbel gaat. Eva staat snel recht en rent naar de deur. 

'Ah dat moet Aster zijn.' 

'Oh, leuk!'
Fuck, denk hij bij zichzelf. Wat had ik gehoopt die gast nooit meer te hoeven zien. 

 

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

Wout
29 jan 2026 · 3 keer gelezen · 0 keer geliket