Uitgeperst.
Gepraat is een herhaling.
En zinloos.
Gevoel is er niet.
Het willen vallen.
En dicht tegen de grond gedrukt worden.
Verpletterd.
Hardhandig het gezicht diep in het slijk gesmeerd.
Vuile modderstrepen.
Opgedroogde modderkoek in de haren.
Zand tussen de tanden.
Onder handen genomen.
Haar levensloze lichaam.